SER: Statushouders moeten sneller aan het werk

Arbeidsmarkt De nadruk in de eerste jaren ligt nu nog op de inburgeringscursus van statushouders. Dat moet anders, adviseert de SER.

Asielzoekers moeten beter worden begeleid bij het zoeken naar werk.
Asielzoekers moeten beter worden begeleid bij het zoeken naar werk. Foto Olivier Middendorp

Gemeenten moeten statushouders beter en sneller gaan helpen bij het zoeken naar werk. Ook moeten ze intensiever worden begeleid bij bijvoorbeeld taal en het vinden van hun weg in de gemeentelijke bureaucratie.

Dat schrijft de Sociaal-Economische Raad in het rapport Integratie door werk: meer kansen op werk voor nieuwkomers, dat donderdag verschijnt. Het is bepaald geen nieuwe visie. Veel vaker is geadviseerd dat statushouders sneller aan de slag moeten. Nu ligt de nadruk in de eerste jaren vooral op de inburgeringscursus.

Een nieuwe aanpak is noodzakelijk want de arbeidsmarktpositie van statushouders in Nederland is zeer ongunstig. Drieënhalf jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning in 2014 heeft gemiddeld 25 procent van de statushouders een baan en ontvangt 67 procent een uitkering. Daardoor is het risico op armoede groot. Met name vrouwen en laaggeletterden zijn kwetsbaar.

In sommige gemeenten gaat het goed, constateert de SER. Zo probeert de gemeente Alphen aan den Rijn met intensieve begeleiding Eritreeërs aan een baan te helpen.

Lees hier het verhaal van de Eritrese Shewit die kok wordt

Maar de opgedane kennis wordt te weinig gedeeld, zodat andere gemeenten er gebruik van kunnen maken.

Intensieve hulp

De SER wil dat zodra de statushouder zich in een gemeente vestigt, begonnen wordt met een traject naar een baan, toegesneden op de mogelijkheden van de vluchteling. Daarnaast moet er ook op alle andere denkbare vlakken – taal, de gemeentelijke bureaucratie, psychische ondersteuning – intensieve hulp beschikbaar zijn. Dit alles moet zoveel mogelijk regionaal worden georganiseerd.

Het advies van de SER ligt in lijn met de plannen van minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) die wil dat vluchtelingen zo snel mogelijk aan het werk gaan. Woensdagavond werd bekend dat het overleg over de invoering van een nieuw inburgeringsstelsel, tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en minister Wouter Koolmees is woensdagavond mislukt. De VNG stapte uit de onderhandeling, omdat het ontbreekt aan „een gedegen financiële onderbouwing, liet de VNG weten. „Gemeenten kunnen op deze manier de verantwoordelijkheid voor de inburgering niet op zich nemen.”