Restitutiecommissie adviseert teruggave twee oude meesters

Nederlands Kunstbezit Volgens de Restitutiecommissie zijn er geen aanwijzingen dat de toenmalige eigenaar, de ondergedoken kunstverzamelaar Jacob Lierens, het werk vrijwillig verkocht tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dirck Franchois Hals en Dirck van Delen: Elegant gezelschap in een Hollandse renaissancezaal (1628), tot voor kort in het Frans Hals Museum.
Dirck Franchois Hals en Dirck van Delen: Elegant gezelschap in een Hollandse renaissancezaal (1628), tot voor kort in het Frans Hals Museum. Foto Frans Hals Museum

De Restitutiecommissie heeft minister Ingrid van Engelshoven (D66, Cultuur) geadviseerd twee belangrijke schilderijen van oude meesters terug te geven aan de kleinkinderen en achterkleinkinderen van de joodse zakenman en kunstverzamelaar Jacob Lierens (1877-1949).

Het gaat om twee schilderijen uit de Nederlands Kunstbezit-collectie, de collectie van gerecupereerde kunstwerken die na de Tweede Wereldoorlog aan de Nederlandse Staat zijn toegevallen. Elegant gezelschap in een Hollandse renaissancezaal (1628) van Dirck Franchois Hals en Dirck van Delen is in bruikleen bij het Frans Hals Museum in Haarlem. Pronkstilleven (circa 1665) van Jan Davids de Heem is uitgeleend aan het Centraal Museum in Utrecht.

Jan Davids de Heem: Pronkstilleven (circa 1665), tot voor kort in het Centraal Museum in Utrecht

Foto Centraal Museum

Lierens en zijn vrouw doken tijdens de oorlog onder. Hun kunstcollectie gaven ze in bewaring aan een medewerker van veilinghuis Frederik Muller & Co. Via een veiling werden tijdens de onderduik bezittingen van Lierens verkocht om te zorgen voor „een draaglijk bestaan”. Na de oorlog voerde de familie Lierens diverse rechtsherstelprocedures, waarmee zij ten dele werd gecompenseerd.

De Restitutiecommissie acht het zeer waarschijnlijk dat beide schilderijen ten tijde van de veiling bij Frederik Muller op 14 oktober 1941 eigendom waren van Jacob Lierens. Voor vrijwillige verkoop waren volgens de commissie geen aanwijzingen.

‘Veranderde houding’

De verzoekers lieten zich vertegenwoordiger door James Palmer, een Canadese jurist die op zoek gaat naar families die recht zouden hebben op roofkunst in ruil voor een deel van de opbrengst. Palmer spreekt in een persbericht van „gerechtigheid voor de familie van Jacob Lierens”. Volgens de Nederlandse advocaat van de erfgenamen, Gert-Jan van den Bergh, betekent de waarschijnlijke terugkeer van de schilderijen „een zeer emotionele thuiskomst”.

Beide juristen grijpen de gelegenheid aan om hun zorgen uit te spreken over wat zij noemen „de veranderde houding” van de Restitutiecommissie. Dat de commissie de belangen van claimanten is gaan wegen tegen die van musea is volgens hen in strijd met de Washington Principles, de internationale afspreken over teruggaven van roofkunst.

Bart Rutten, de directeur van het Centraal Museum in Utrecht, noemt het verlies van het stilleven van De Heem een groot verlies. „Het is zo goed als onvervangbaar voor ons. Maar ik ben blij dat er duidelijkheid is.” In juli heeft hij een gesprek met de erven van Lierens. „Wij hebben de afgelopen jaren een goede dialoog met hen gehad.”