Oostenrijk zit vast in cliëntelisme

Ibizagate De corruptieaffaire van de FPÖ raakt niet alleen die partij, maar toont hoezeer in Oostenrijk politiek en overheid verkleefd zijn.

Karikatuur van FPÖ-leider Heinz-Christian Strache, die moest opstappen als vicekanselier na een corruptiezaak.
Karikatuur van FPÖ-leider Heinz-Christian Strache, die moest opstappen als vicekanselier na een corruptiezaak. Foto Christian Bruna/EPA

Toen de Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken Herbert Kickl ruim een week geleden voelde aankomen dat met ‘Ibizagate’ ook zijn hoofd op het politieke hakblok zou komen te liggen, ondertekende hij nog gauw de promotie van een van zijn hoogste ambtenaren, Peter Goldgruber. Maar president Alexander Van der Bellen stak er op het laatste moment een stokje voor. Kickl werd maandag ontslagen. Die dag twitterde Van der Bellen dat hij de benoeming van Goldgruber niet zou ondertekenen.

Ibizagate gaat niet alleen over FPÖ-leider Heinz-Christian Strache die in 2017 – beneveld door wodka, een paar blote vrouwenbenen en enige lijntjes fijn wit poeder in een villa op Ibiza – illegale partijfinanciering uit Rusland probeerde te regelen in ruil voor vette overheidscontracten. Waar de affaire écht over gaat, is een taai systeem van cliëntelisme waaraan vrijwel alle gevestigde partijen meedoen.

„Wat Ibizagate onthult, is niet wat voor neonazipartij de FPÖ is,” zegt Anton Pelinka, emeritus hoogleraar van de Centraal-Europese Universiteit in Boedapest. „Ibizagate toont vooral dat de FPÖ even corrupt is als andere partijen. Dit schandaal draait om de oude uitspraak van de negentiende-eeuwse Britse politicus Lord Acton: ‘Macht corrumpeert’.”

Alle politieke smaken

In Oostenrijk zijn politiek en overheid totaal verkleefd. Tennisclubs, verzekeringen, autokeuringen, kranten en zelfs musea zijn er in alle politieke smaken. De centrale bank, ministeries, justitie – alles zit vol politieke benoemingen. Dat is al heel lang zo. De Oostenrijkers hebben er zelfs een naam voor: Proporz.

Dit tribale stelsel is hét fundament van de Oostenrijkse staat. „Niet sociale klasse, maar partij-affiliatie is het ordenende principe”, zegt Gustav Gressel, veiligheidsexpert bij de European Council on Foreign Relations in Berlijn en elf jaar werkzaam bij het Oostenrijkse ministerie van Defensie. „Het bepaalt waar je woont, naar welke kleuterschool je gaat, waar je voetbalt en zelfs waar je begraven wordt.”

Dit systeem vormde de voedingsbodem voor de FPÖ, ooit opgericht door Oostenrijkse nazi’s. Want de ‘Freiheitlichen’, de ‘vrijen’, waren uitgesloten van Proporz – en trapten er dus gretig tegenaan. Ze hadden een punt. Bij regeringswisselingen vervangen nieuwe ministers de ministeriële top. Er is zelfs een woord voor: umfärben, omkleuren.

Zonder rode of zwarte partijkaart kreeg je in het naoorlogse Oostenrijk geen topbaan, overheidsopdracht of vergunning. Dit corrumpeerde het land en maakt het aantrekkelijk voor buitenlandse partijen, zoals Russische oligarchen. „Het is makkelijk om jezelf in te kopen in de Oostenrijkse politieke elite”, zegt Gressel. „Je geeft ze geld, je krijgt er politieke gunsten voor terug.”

Zo bezien is Ibizagate business as usual. „De verontwaardiging over wat de FPÖ fout doet, is hypocriet”, klaagde iemand dichtbij de Freiheitlichen. „Ok, het is fout. Maar de ÖVP en SPÖ doen hetzelfde!”

In de jaren tachtig kende Oostenrijk grote omkoopschandalen, zoals de Lucona-affaire. Maar omdat de twee gevestigde partijen justitie aanstuurden, werd er nooit echt onderzoek gedaan. Vervolging bleef uit. Na de val van de Muur nam de corruptie aanvankelijk af. Oostenrijk wilde lid worden van de EU, en moest drastisch hervormen. De EU disciplineerde het land, zegt men. Althans, op lagere niveaus. Maar op hogere niveaus heeft de EU de corrumperende macht van de partijen niet kunnen breken. Sterker, die is de laatst jaren weer erger geworden. „Oostenrijk gaat steeds meer op Italië lijken”, vindt Pelinka.

Dat Oostenrijk weer corrupter wordt, heeft meerdere redenen. SPÖ en ÖVP worden kleiner en hebben in de laatste regeringen samen geprobeerd het systeem zoveel mogelijk uit te melken. Veel oud-kanseliers en -ministers werken bij Russische bedrijven: Gusenbauer, Faymann, Schüssel, Kern, Schelling – de lijst is lang.

Dit corrupte Oostenrijk is een interessante entree voor Rusland in Europa. In Wenen koopt Moskou politieke invloed in de EU. Oostenrijk is tegen Russische sancties en wees geen Russische diplomaten uit na de vergiftiging van Sergej Skripal. Alle partijen – niet alleen de FPÖ – zitten diep in dit bad. In Wenen zitten internationale organisaties als de VN en de OVSE. Rusland heeft 850 geaccrediteerde diplomaten in Oostenrijk, een krankzinnig aantal. Onder diplomatieke cover bewegen zij door de EU. Wenen is, net als in de Koude Oorlog, één groot spionnennest. Russische veiligheidsdiensten zijn machtiger dan de Oostenrijkse zelf, die na vele bezuinigingsrondes vooral focussen op moslimterrorisme. Regeringspartijen zwijgen. Ze verdienen eraan.

De andere reden voor de gestegen corruptie is dat de FPÖ nu ook meedoet. De moraalridder van weleer, die het establishment aanviel en toegang eiste tot het publieke systeem, is nu zelf gecorrumpeerd. Toen de FPÖ in 2017 in de regering kwam, spoelden FPÖ-ministers alle socialisten en conservatieven uit hun hoge posities. De FPÖ’ers die ervoor in de plaats kwamen zijn superloyaal aan de partijleiding. Ook kanselier Kurz heeft overal vertrouwelingen neergepoot. Veel ambtenaren, zegt Gressel, „zijn loyaler aan hun partij dan aan hun superieur.”

Het waren kranten die, met linkse Oostenrijke media, Ibizagate aan het rollen brachten. De socialisten hebben er belang bij om de regering-Kurz te verzwakken. Ze zitten in de oppositie. Op zijn Facebookpagina schrijft Strache dat hij „erin is geluisd” en „terugvecht” tegen het systeem. Hij voelt zich slachtoffer. Hij wil wraak.

Het is niet ondenkbaar, dat er meer schandalen volgen. Elke partij heeft belastend materiaal over politici van andere partijen. Zij houden het voor zich, zegt een insider, uit vrees dat anderen iets nog ergers over hén hebben.