Jeanine Hennis, VN-baas in Irak: „Een nieuwe oorlog helpt niet bij de opbouw van een democratie”

Foto Evert Jan Daniels

Jeanine Hennis: ‘Je kunt mensen niet oneindig in een kamp houden’

Jeanine Hennis hoofd VN-missie in Irak

Voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis is hoofd van de VN-missie in Irak. Ze ziet de toenemende spanningen in de regio, maar spreekt niet van verhoogde dreiging.

Oplopende spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran. De vraag wat er met voormalige IS-strijders moet gebeuren, nu het kalifaat niet meer bestaat. Het pleidooi van minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) om een IS-tribunaal op te richten. De moeizame terugkeer van yezidi’s naar Irak, waar ook in Nederland discussie over is.

Jeanine Hennis zit als baas van de VN-missie in Irak in het brandpunt van grote geopolitieke vraagstukken. Als gezant van de Verenigde Naties moet ze onpartijdig zijn. Maar een mening heeft ze wel. „Ik zie de worsteling van dit land om na veertig jaar dictatuur en geweld een democratie op te bouwen. Een nieuwe oorlog helpt daar niet bij.”

Vanuit New York, waar de VN-Veiligheidsraad deze week het mandaat van de missie in Irak met een jaar verlengde, zegt voormalig VVD-minister van Defensie Hennis aan de telefoon: „Ik maak me grote zorgen, ook over IS. IS is militair verslagen, maar dat betekent niet dat IS is opgehouden te bestaan of dat de ideologie weg is. Die valt nog steeds in vruchtbare aarde en dus woekert het gedachtegoed voort.”

Uw partijgenoot Stef Blok vroeg in New York internationale steun aan de VN-Veiligheidsraad voor een IS-tribunaal in de regio. Hoe kijkt u daarnaar?

„Vooropgesteld: de berechting van oud-IS’ers is belangrijk en een tribunaal in de regio kan werken, het kan een deel van de oplossing zijn. De vraag is wel of dat in Irak moet. Het vluchtelingenkamp Al Hol, in Syrië, zit bomvol. Er zitten 74.000 mensen en naar verwachting komen er 30.000 terug naar Irak. Er zitten ook buitenlandse vrouwen en kinderen tussen.

„De vraag is of Irak dit überhaupt kan opvangen. Feit is: het water staat de Irakezen aan de lippen, door de situatie in eigen land en de spanningen in de regio. Het land heeft veel op zijn bord, ook als het gaat over terugkerende IS-strijders met hun vrouwen en kinderen. Als dat niet goed gemanaged wordt, raakt dat ons allemaal.”

Wat opvalt is dat vooral Europese landen een tribunaal willen.

„Europese landen voeren discussie over wat zij met hun eigen terroristische onderdanen willen. Ik snap dat ze die mensen liever niet zomaar naar huis halen, maar ‘we willen ze niet’ is wel erg makkelijk. Wat mij verbaast is het gebrek aan focus op een alternatief: wat wil men dan? De eigen onderdanen dumpen in Irak? En is Irak wel in staat om mensen te vervolgen en berechten?

„Dat de Iraakse IS-strijders in Irak worden berecht, is logisch. Maar ook de rest van het probleem bij Irak over de schutting willen gooien, vind ik pijnlijk.”

Hoe schat u de kans dat het lukt?

„De vraag is of er voldoende steun is. De Amerikanen willen wellicht wel hoge IS’ers berechten bij een internationaal tribunaal, maar niet de huis-tuin-en-keuken-IS’ers met hun gezinnen. De Russen lijken helemaal geen voorstander van een tribunaal. Het siert Stef Blok dat hij ook naar alternatieven kijkt. Het hoeft niet in Irak.”

Zegt u dat ook tegen Stef Blok?

Hennis lacht. „Het is niet aan mij om Stef te voorzien van advies. Mijn rol is te benadrukken dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Dat kamp in Syrië staat op barsten en daarover maak ik me nu het meest zorgen. Je kunt mensen niet oneindig in een kamp houden, dat gaat een keer mis.

„Ik begrijp dat we IS’ers met een Nederlands paspoort eigenlijk liever niet in Nederland willen. Maar het debat moet wel verder gaan. Want als je dat vindt, volgen een heleboel vragen die je moet beantwoorden. Waarom moet Irak opdraaien voor de berechting van andermans burgers, bijvoorbeeld, ook al zijn het terroristen?

„De vraag is: kan Irak dit organiseren? Als het antwoord ja is, moeten landen ook accepteren dat de eigen onderdanen in Irak de doodstraf kunnen krijgen. Ik mis die discussie nu in de Tweede Kamer. Zijn we bereid om te kijken naar de consequenties ? Welke prijs is Den Haag bereid te betalen voor berechting buiten Nederland?”

Heeft u een advies aan de Tweede Kamer?

Lacht weer. „Dat ga ik niet via de krant doen, natuurlijk. Maar ik ben altijd bereid om mee te denken.”

De spanningen tussen de VS en Iran lopen op en dat speelt zich af op Iraaks grondgebied. Wat merkt u daarvan?

„Veel. De spanning bouwt op en Irak is van beide landen een bondgenoot. Iran is ook het belangrijkste buurland van Irak. Ik laveer tussen de partijen. Een paar weken geleden was ik in Teheran en vrijdag was ik in Washington.

„Als ik hoopvol ben, zeg ik dat beide landen aangeven niet uit te zijn op oorlog. Ik denk wel: ze hebben allebei een groot uithoudingsvermogen. Iran zegt: we willen best praten. En de Amerikanen zeggen dat ook, maar voeren gelijktijdig wel de druk op. Mijn taak is te proeven wat nodig is om mensen met elkaar te laten blijven praten.”

Wat is daarvoor nodig?

„Tijd. En iets meer rust in de dynamiek. Uiterlijk vertoon betekent niet dat er achter gesloten deuren niet wordt nagedacht. Maar aan beide kanten spreken ze wel van militaire paraatheid.”

Er zijn westerse landen die zeggen: de VS zijn op oorlogspad.

„Daarover houd ik me op de vlakte. Ik heb ook niet alle informatie, ik kan niet oordelen op basis van wat ik niet weet. De vraag of er sprake is van een verhoogde dreiging, is voor mij niet te beantwoorden.”

U stelt dus niet met zekerheid vast dat die verhoogde dreiging, die de VS signaleren, er is?

„Op basis van wat ik weet niet, nee.”

Vreest u escalatie?

„Ik hoop van harte dat het niet zover komt. Maar van de week hadden we een, hoe zal ik het zeggen, klein raketje bij ons in de buurt, een inslag in Bagdad. Dan voel ik aan mezelf: laat dit geen voorbode zijn van meer geweld.”

In Nederland is er discussie over de terugkeer van yezidi’s naar Irak.

„Er is zoiets als opvang in de regio hier en die is voldoende. Ik bezocht onlangs Sinjar, een plek waar veel yezidi’s vandaan komen. En daar schrok ik. De situatie is nog lang niet zoals die zou moeten zijn. Maar dit betekent niet dat iedereen dus moet vertrekken.

„Overigens maken veel yezidi’s zich grote zorgen over het uiteenvallen van hun gemeenschap, juist door een heel ruimhartig asielbeleid in andere landen.

„Een vrouw met een kind dat voortkomt uit verkrachting door een IS’er, moet altijd asiel krijgen. Want het is een gesloten gemeenschap, en zij wordt verstoten. Maar dat betekent niet dat yezidi’s altijd asiel moeten krijgen, verre van. Daarmee hoor je me niet zeggen dat een kamp fijn is om in te wonen, maar het kan wel.”