Foto Annabel Oosteweeghel

‘Ik zie nu hoe ingewikkeld het is. Dingen veranderen kost tijd’

Rutger Groot Wassink, Groen Links-wethouder

Eén jaar is hij nu aanvoerder van het ‘kneiterlinkse’ college in Amsterdam. „Ik geloof dat ik nog steeds een anti-autoritaire stijl heb.”

Rutger Groot Wassink is schor. Niet van de huldiging van Ajax, die heeft hij aan zich voorbij laten gaan, en ook niet door een verkoudheid. Nee, hij was gisteren bij een concert van de rapformatie Wu Tang Clan. „Het was een fantastisch concert. Het dak ging eraf. Ik kon vanochtend niet praten.”

De Wu Tang Clan? Jazeker, Groot Wassink houdt van rapmuziek – vooral uit de jaren tachtig en negentig. Op het dressoir in zijn werkkamer staat, pontificaal, een lp van Public Enemy – die traden gisteren trouwens ook op. De wethouder rapt een paar zinnen uit de Public Enemy-song She Watch Channel Zero. „Vet nummer.”

Komende week is Rutger Groot Wassink een jaar wethouder van Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering. Hij maakte GroenLinks bij de raadsverkiezingen van 2018 voor het eerst de grootste partij van Amsterdam en smeedde daarna een coalitie met D66, PvdA en SP. Hoe kijkt hij terug op zijn eerste jaar als aanvoerder van dit linkse – ‘kneiterlinkse’, volgens sommigen – college?

Foto Annabel Oosteweeghel

Van uitgesproken oppositieleider tot bestuurder: het was wel even wennen, zegt Groot Wassink. Ineens is hij de zittende macht. En dat voor iemand met een nogal anti-autoritaire inslag, die zijn hele volwassen leven het motto heeft gehuldigd van, daar zijn ze weer, Public Enemy: fight the power. „Ik heb de indruk dat ik me nog steeds redelijk op dezelfde manier uitdruk”, zegt Groot Wassink. „En…” – hij kijkt naar zijn woordvoerder – „ik geloof dat ik nog steeds een anti-autoritaire stijl heb. Maar natuurlijk moet ik nu compromissen sluiten.”

Waarmee heeft u tot nu toe als wethouder moeten instemmen waar u als raadslid tegen zou zijn geweest?

„Poeh, even nadenken. Nou, ik zie nu dat de praktijk weerbarstiger is. Neem Airbnb. Als raadslid vond ik dat vakantieverhuur veel harder moest worden aangepakt, en het liefst morgen. Nu zie ik hoe ingewikkeld dat is. Dingen veranderen kost tijd.”

Wat vond u van de ontruiming van de ADM-werf? Voor die vrijplaats koesterde u sympathie.

„Dat is de ironie van de geschiedenis. Een college waarin GroenLinks de grootste partij is dat de ADM moet laten ontruimen, omdat vorige colleges de boel te veel op hun beloop hebben gelaten.”

Als u diep in uw hart kijkt, was u er liever niet verantwoordelijk voor geweest?

„Tuurlijk. Maar dat is de consequentie van macht dragen. De rechter heeft gezegd dat ADM ontruimd moet worden, dus houden we ons eraan. Neemt niet weg dat het treurig is dat deze plek verdwijnt. Maar het alternatief was niet besturen en al die andere dingen niet doen die ik graag wilde veranderen.”

De ambities van Groot Wassinks college zijn groot. Amsterdam moet eerlijker, diverser en duurzamer worden. De welvaart herverdeeld. Kwetsbare groepen – denk aan illegalen en transgenders – beter beschermd, Amsterdammers met een migratieachtergrond en vrouwen beter vertegenwoordigd. En dan zijn er nog het massatoerisme dat moet worden ingedamd en tienduizenden betaalbare woningen die moeten worden gebouwd.

Of al die ambities gaan worden waargemaakt, valt nog te bezien. Volgens critici doet de linkse coalitie vooral aan verbieden (bootje varen met meer dan 12 man), lastenverzwaring en automobilisten pesten (parkeertarieven omhoog). Groot Wassink ziet het „grenzen stellen” juist als een van de grootste verdiensten van het college. „Vrijheid kan niet zonder beperking.”

In de strijd tegen het massatoerisme trok het college vooralsnog de meeste aandacht met het weghalen van de iconische i amsterdam-letters op het Museumplein. Symboolpolitiek, zeiden critici – er komt geen toerist minder door. Maar, zegt Groot Wassink, „symbolen doen ertoe. Die letters stonden voor de vermarkting van de stad. Dat we veel kritiek kregen hierop, is ook een teken dat we iets goed hebben gedaan.”

Zelf vindt Groot Wassink het zijn belangrijkste opdracht om zoveel mogelijk Amsterdammers aan het werk te krijgen. Deze week lanceerde hij een aanvalsplan tegen hardnekkige werkloosheid in de stad: alle 40 duizend bijstandsgerechtigden moeten bij de gemeente op gesprek komen om te kijken hoe ze aan het werk kunnen. Dat is deels uit noodzaak: als Amsterdam zijn uitstroom van de bijstand niet verbetert, riskeert de stad een korting van tientallen miljoenen van het Rijk. Maar Groot Wassink vindt het ook „onze morele plicht om te zorgen dat iedereen die kan werken, werkt. We hebben in de afgelopen jaren te makkelijk gezegd: oké, hier heb je een uitkering.”

De meeste kopzorgen heeft Groot Wassink in zijn eerste jaar over een ander dossier: de langdurige huisvesting van 500 illegalen, of zoals hij ze zelf noemt, ongedocumenteerden. De „humane opvang” van deze groep uitgeprocedeerde asielzoekers die niet terug willen of kunnen naar hun land van herkomst, ziet hij als zijn persoonlijke missie – maar makkelijk is het niet.

Begin dit jaar sloot Groot Wassink een overeenkomst met het kabinet over een 24-uursopvang voor 500 man, maximaal anderhalf jaar per persoon. De zoektocht naar geschikt gemeentelijk vastgoed om de groep kleinschalig op te vangen, bleek moeilijker dan gedacht. „Dat heb ik onderschat.” Inmiddels heeft Groot Wassink een eerste tranche van zeven locaties op het oog – het besluit daarover kan ieder moment vallen. Alleen: tijdens bewonersbijeenkomsten stuitte hij op stevig verzet, met name in Buitenveldert, Amsterdam-Noord en de Jordaan. Bewoners lieten op luide toon weten niet gediend te zijn van een opvang in hun buurt. In Buitenveldert overweegt een actiegroep zelfs naar de rechter te stappen om Groot Wassinks plannen te dwarsbomen.

Had u dit verzet zien aankomen?

„Hoe het ging bij die bijeenkomsten, dat verraste me niet. Ik snap dat er een groep mensen is die zegt: liever niet in mijn buurt. Maar ik verwacht niet veel problemen als we die mensen eenmaal hebben gehuisvest. Op de tijdelijke opvang in de Derkinderenstraat in Overtoomseveld zitten 150 mensen, zonder noemenswaardige problemen.”

Had u de heftigheid van de reacties verwacht?

„Ik heb het niet als zo heftig ervaren. Ik snap dat mensen zorgen hebben, ik snap ook dat niet iedereen de bereidheid of mogelijkheid heeft om die zorgen in eloquente volzinnen te formuleren. Er zijn gewoon Amsterdammers die recht voor z’n raap dingen roepen. Dat hoort er toch bij?”

Lees ook: In het linkse Amsterdam zijn ze niet welkom

Die bewonersbijeenkomsten zijn niet verplicht, het college hoeft voor deze opvang geen inspraak te houden. Waarom doet u het dan toch?

„Ik vind het niet meer dan normaal dat je eerst met mensen praat. Ik wil weten hoe een onderwerp in de buurt ligt. Of althans, een gedeelte daarvan. Zo’n bewonersavond is natuurlijk niet representatief: niet de hele buurt komt opdagen.”

Riskeert u zo niet dat mensen zich straks bedonderd voelen? Dat ze zeggen: we hebben onze bezwaren laten horen, en nu komt die opvang er toch. Nepinspraak!

„Ik heb steeds gezegd dat het geen inspraak is en dat draagkracht in de buurt één van de factoren is die we meewegen in ons besluit. Natuurlijk zullen er mensen zijn die zich bedonderd voelen. Maar wat is het alternatief? Gewoon een besluit nemen en dat aan de buurt mededelen. Dan voelen mensen zich óók bedonderd. Ik heb deze baan aangenomen in het volle besef dat ik soms besluiten neem waar mensen chagrijnig van worden.”

Het liefst was Rutger Groot Wassink wethouder van Radicale Democratisering geworden, zei hij tijdens de verkiezingscampagne. Het werd, iets bescheidener, Democratisering. Hij werkt op dit moment aan een reeks maatregelen om de zeggenschap en „eigenaarschap” van Amsterdammers te vergroten.

Zijn meest in het oog springende plan: het makkelijker maken van referenda in de stad. Groot Wassink en burgemeester Femke Halsema willen drempels voor gemeentelijke en buurtreferenda slechten – bijvoorbeeld door het aantal benodigde handtekeningen te verminderen. Groot Wassink heeft meteen ook een suggestie voor een eerste referendumonderwerp: een verbod op het afsteken van particulier vuurwerk.

Lees ook dit artikel over het gewenste vuurwerkverbod in Amsterdam: ‘Helaas gebeurt dit jaarlijks, maar elk incident is er één te veel’

Komt er wat u betreft nog voor oud en nieuw een referendum over het vuurwerkverbod?

„Praktisch wordt het lastig, maar ik zou dat fantastisch vinden. En ik ga er ook van uit dat een ruime meerderheid van de Amsterdammers voor zo’n verbod zal stemmen. Ik heb me erover verbaasd dat de landelijke politiek het raadgevend referendum heeft afgeschaft. Ik denk juist dat referenda heel goed kunnen werken. Als je een referendum verliest, heb je gewoon niet genoeg campagne gevoerd.”

‘Ik ga ervan uit dat een ruime meerderheid van de Amsterdammers voor een vuurwerkverbod in Amsterdam zal stemmen’

Moet het stadsbestuur zich per definitie neerleggen bij de uitslag?

„Ik vind van wel, ja, al is het uiteindelijk aan de raad.”

Is die opvang van illegalen wat u betreft ook referendabel?

„Natuurlijk. Alleen is dan wel de vraag: wat leg je voor? Een bepaalde locatie of het opvangplan als geheel? Het ingewikkelde is wel dat ik voor die opvang een duidelijk mandaat heb vanuit de verkiezingen. Maar zo’n referendum zou ik wel aandurven, ja. En ik twijfel er niet aan dat we dan winnen.”

Wethouder Rutger Groot Wassink: „Er kunnen, na 100 jaar vrouwenkiesrecht, nog wel wat meer straten naar feministes vernoemd worden.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Stel, een buurt stemt een opvanglocatie weg, dan legt u zich daar als wethouder bij neer?

„Eh, ja, natuurlijk. Als een referendum overduidelijk laat zien dat de buurt zo’n locatie niet wil, dan moet ik me daaraan houden. Maar dan heb ik nog steeds de opdracht om het totaal aantal opvangplekken te realiseren.”

Naast democratischer wil Groot Wassink de stad ook ‘diverser’ en ‘inclusiever’ maken. De gemeente gaat mystery guests inzetten om discriminatie op de Amsterdamse arbeidsmarkt tegen te gaan, er komt een voorkeursbeleid bij de gemeente voor mensen met een migratieachtergrond en een keurmerk voor ‘diverse organisaties’.

De zwarte activist Jerry Afriyie vindt dat u als witte man geen wethouder Diversiteit kunt zijn. Je kunt de belangen van een bepaalde groep alleen behartigen, zegt hij, als je zelf hun levenservaring voelt.

„Volgens mij ben ik er niet om de belangen van één groep te behartigen. Ik behartig de belangen van de stad. In de stad zijn groepen wier stem te weinig gehoord wordt. Het is aan mij om dat aan te pakken. Maar moet je dat altijd zelf ervaren hebben? Dan zou dat ook betekenen dat alleen homo’s of lesbiennes voor de rechten van de LHBTIQ+-gemeenschap kunnen opkomen. Het lijkt me nou juist cruciaal dat ook anderen bepaalde zorgen en opvattingen internaliseren.”

Dat ‘LHBTIQ+’ komt er bij u heel soepel uit. Critici vinden die afkorting een beetje lachwekkend. Straks moeten er nóg vier letters bij.

Fel: „Als de community zélf het prettig vindt om op die manier te worden aangesproken, hoeveel moeite is het dan voor mij om daar rekening mee te houden? Wat kost dat mij nou? Dat is een kernpunt bij inclusiviteit. Als iemand ergens aanstoot aan neemt, kan ik zeggen: dat is onzin. Of ik kan zeggen: misschien heb je wel gelijk.”

Tegenstanders van ‘inclusiviteit’ zeggen: we schikken te veel in. Straks wil ieder clubje apart genoemd worden.

„Te veel inschikken – daar zit de suggestie in dat ík recht heb op alle ruimte. Als je vindt, zoals ik, dat er meer vrouwen op topposities moeten komen, dat mensen van kleur beter vertegenwoordigd moeten zijn – ja, natuurlijk gaat dat ten koste van anderen. Maar dan heb je wel een eerlijkere verdeling, toch?”

De oppositie vindt dat u in uw antidiscriminatiebeleid erg veel nadruk legt op moslimhaat, maar een beetje lauw reageerde op hun initiatief tegen antisemitisme.

„De suggestie dat het college minder aandacht zou hebben voor antisemitisme dan voor moslimhaat werp ik verre van me. Het monster van discriminatie heeft vele gezichten in de stad. We hebben vreselijke antisemitische incidenten gehad, maar er is ook duidelijk een islamofobe tendens. Dat zie je in landelijke monitors, op sociale media. En we hebben die onthoofde pop gehad die voor een moskee in Noord is gelegd.”

‘Die zogenaamde Nederlandse zeeheld Coen was toch gewoon een massamoordenaar?’

GroenLinks vindt dat alle ‘foute’ straatnamen in Amsterdam moeten verdwijnen, te beginnen met de Coentunnel. Gaat dat nog gebeuren?

„We kijken bij nieuwe straatnamen of er meer diversiteit kan zijn. Zo kunnen er, zeker na 100 jaar vrouwenkiesrecht, nog wel wat meer straten naar feministes vernoemd worden.”

Dat zijn nieuwe straatnamen. Hoe zit het met uw plan voor de oude?

„ Ik vind dat we veel meer informatie beschikbaar moeten maken over historische figuren. Zoals ze in Hoorn hebben gedaan met een bordje bij het standbeeld van die zogenaamde Nederlandse zeeheld Coen. Die man was toch gewoon een massamoordenaar? Hij heeft genocide gepleegd op Atjeh. We hoeven toch niet te doen alsof ons Nederlandse koloniale verleden zo fraai is? De politionele acties waren ook gewoon een imperialistische oorlog.”