Opinie

    • Auke Kok

Hemels zingen in het Zonnehuis

Column

Auke Kok

Daar zit ik: vooraan op het balkon, neerkijkend op de vrouw tegen wie ik opkijk. Want dat is wat zangers en zangeressen met je doen, als je geluk hebt: je inpakken waar je bij staat. Bij zít, in dit geval – in het Zonnehuis dat zijn naam in ieder geval deels waarmaakt. Het vroegere buurtcentrum in Tuindorp Oostzaan voelt als een huis, als een groot warm huis met overal hout onder een bijna knus te noemen pannendak. En Patty Griffin daar beneden maakt het er ook niet kouder op. Ze is ouder geworden, denk ik, als ze fluisterend aan haar optreden begint, maar ja, wie niet?

Per liedje stijgt de temperatuur. Steeds houdt iedereen in de aula-achtige ruimte de adem in, en na elk gezongen verhaaltje van eenzaamheid en volharding doen we wie het hardst kan klappen. Een soort competitie in toewijding maken we ervan, wij, de believers, de volgers van Patty Griffin. Alleen al haar naam is prachtig.

Vijftien jaar geleden pakte de Amerikaanse zangeres de bovenzaal van Paradiso in met haar mengeling van folk, country en een vleugje gospel, en nu dus het Zonnehuis.

Opnieuw is de zaal vol, zonder dat we van een menigte kunnen spreken: erg veel is Griffin in de tussentijd niet opgeschoten. Wij, de fanatiekelingen, luisteren en klappen als de bewakers van een schitterend geheim, en zij prijst ons. Patty looft this side of the ocean als een baken van verstand en overleg, waar normale mensen de scepter zwaaien en niemand zich hoeft te schamen voor ‘The Orange Man’ – Trump dus – zoals zij. Enfin, die politiek ook. Laten we stil zijn en ons koesteren in haar zachte timbre en het aanzien van het podium waarop ze staat. Een podium met een omlijsting als deze, kinderlijk en sierlijk, vind je nergens.

Ik was er eerlijk gezegd nog nooit geweest. Het gaf de tocht naar Tuindorp Oostzaan, lekker met het pontje, iets van een bedevaart. Dankzij Patty ken ik nu het bijzondere Zonneplein met die onderdoorgang en die huizen rondom in de stijl van de Amsterdamse School. Het beschutte plein in Noord waar de mensen zware tijden hebben gekend. Patty Griffin weet daar alles van. When it don’t come easy – ze zingt er vaak over. Dat doet ze nu ook in het jarendertighuis met zijn krakende vloeren en trappen: het lijkt speciaal voor haar gemaakt. Want, nou ja, haar stem kraakt soms ook een beetje, kennelijk als gevolg van de borstkanker waarvan ze de strijd wist te winnen.

Als laatste toegift zingt ze Heavenly Day. Gek toch, hoe aangrijpend een liedje over alledaags geluk kan zijn. Patty brengt dat, ondanks alles, of misschien dóór alles, nog steeds op.

Got nothing to tell you, I’ve got nothing much to say

Only I’m glad to be here with you

On this heavenly, heavenly, heavenly, heavenly day

Mijn verblijf in het Zonnehuis in drie regels.

Auke Kok is schrijver en journalist.