Handelsconflict grootmachten zet EU klem

Handelsoorlog De verliezen lopen op terwijl de handelsoorlog tussen de VS en China escaleert. Kan de EU er ook beter van worden? Europa moet vooral strategischer leren denken, zegt de buitenlandspecialist.

Een winkel van Walmart in Californië. Door de verwevenheid van de wereldwijde productieketens kan het handelsconflict ook Europese toeleveranciers schade toebrengen.
Een winkel van Walmart in Californië. Door de verwevenheid van de wereldwijde productieketens kan het handelsconflict ook Europese toeleveranciers schade toebrengen. Foto Frederic J. Brown/AFP

De handelsstrijd dreigt een titanengevecht te worden. De Verenigde Staten en China, de zittende en de opkomende supermacht, staan lijnrecht tegenover elkaar. En de strijd verhardt. Om het verhogen van tarieven gaat het al lang niet alleen meer. De VS dreigen Huawei, een van de belangrijkste internationaal opererende Chinese techbedrijven, uit te sluiten van cruciale Amerikaanse leveranties. China slaat terug: het dreigt de levering van zeldzame aardmetalen, van belang voor de vervaardiging van veel elektronica, te stoppen. Er zijn nog tal van treden op de escalatieladder. Van valutapolitiek tot dumping van Amerikaanse staatsleningen. Van militaire confrontaties rond het door China uitgeroepen nieuwe maritieme territorium in Zuidoost-Azië, tot Taiwan.

Twee reuzen vechten. Maar waar is de derde? Het zou de waarnemer bijna ontgaan, maar China is niet de tweede economie van de wereld. Dat is de Europese Unie. Met een bbp van 18,7 biljoen (duizend miljard) dollar is de EU wat kleiner dan de VS met 21,3 biljoen. Maar China zit nog op 14,2 biljoen. Zelfs als het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat, is de resterende Europese economie, met 15,9 biljoen, nog groter dan de Chinese. Dat is overigens, gezien het verschil in groeitempo tussen China en de EU, in 2022 niet meer zo: in dat jaar zijn beide economieën (ex VK) even groot. Tien jaar later, ongeveer, haalt China de VS in. Als het zo ver komt.

Waar blijft dat potentieel zo machtige Europese blok? De EU kreeg het al te verduren. Amerikaanse heffingen op staal en aluminium, tegenmaatregelen vanuit Brussel. Trumps dreigement om (Duitse) importauto’s zwaarder te belasten. Verdere handelsconflicten met Brussel heeft de regering-Trump een half jaar in de vriezer gezet. Vermoedelijk zodat Amerika zich volledig kan concentreren op het bevechten van China.

Onmachtige toeschouwer

Nu de VS, hoeder van de naoorlogse liberale wereldorde, het laat afweten, staan het Europese bedrijfsleven en de Europese politiek voor existentiële vragen. Vallen er door het Amerikaans-Chinese handelsconflict gaten waarin Europese bedrijven kunnen springen? Of overspoelen Chinese en Amerikaanse bedrijven nu de Europese markt? Is Europa een onmachtige toeschouwer bij een verhaal dat door anderen wordt bedacht en gespeeld?

Het Amerikaans-Chinese handelsgevecht raakt ook die derde reus, de EU, hoe dan ook. Hoe precies, daarover zijn economen het niet eens. Onderzoek op basis van rekenmodellen van De Nederlandsche Bank (DNB) en VN-handelsorganisatie Unctad levert op dat Europa profiteert van het handelsconflict, althans in potentie. De handel tussen de VS en China verschuift deels naar de EU. „Het eurogebied is de spreekwoordelijke derde hond die er vandoor gaat met het been waar de twee anderen om vechten”, schreven DNB-onderzoekers in economenblad ESB. Per saldo verdwijnen banen in China en de VS, terwijl er in het eurogebied banen bijkomen. De Unctad berekende op basis van de heffingen waarmee de VS en China elkaar vorig jaar troffen, dat de EU 50 miljard dollar aan Chinese export naar de VS kan inpikken en 20 miljard dollar aan Amerikaanse export naar China.

Volgens De Nederlandsche bank is het eurogebied de ‘derde hond’ die er met het bot vandoor gaat waar de andere twee om vechten

Maar niet alle onderzoek is zo optimistisch. ING ziet „kansen” voor Europa – maar ook „bedreigingen”. De bank vergeleek door de sancties getroffen producten in de VS en China met de producten waarin Europese bedrijven sterk zijn. In meer dan de helft van de gevallen overlappen die, zoals machines en auto-onderdelen voor beide markten. Daar ligt nu concurrentievoordeel voor Europa. Maar, zo stelt de bank, indirect kunnen Europese bedrijven ook geraakt worden. Op de binnenlandse markt krijgen ze meer last van goedkope Chinese concurrentie. Dat betekent: lagere winstmarges. En in de geglobaliseerde wereldeconomie bevatten veel goederen die tussen de VS en China worden verscheept Europese onderdelen. Daar komt, als de VS en China elkaars bedrijven treffen, óók minder vraag naar.

Dat laatste, negatieve effect moet niet worden onderschat, meent econoom Steven Brakman van de Rijksuniversiteit Groningen. „De verwevenheid van de wereldwijde productieketens betekent schade voor Europese toeleveranciers.” Het voordeel dat sommige Europese exporteurs halen uit de barrières tussen China en de VS, wordt „grotendeels gedempt” door het negatieve effect op Europese toeleveranciers. Per saldo komt Brakman na onderzoek uit op een „verwaarloosbaar” positief effect op de EU van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog.

Een handelsconflict tussen twee grootmachten maakt de derde grootmacht dus niet automatisch tot een winnaar.

Daar komt bij dat nogal wat Europese bedrijven in China en de VS produceren en zo door Amerikaanse of Chinese sancties worden getroffen. Wie slim opereert, werkt daar omheen. De in China gevestigde tassenfabrikant BSK, opgericht door de Nederlandse ondernemer Jeroen Herms en zijn Chinese vrouw Sophie Bi, adverteert op zijn website met zijn nieuwe fabriek in Myanmar. „Wordt u geraakt door belastingen op uw import uit China? Geen zorgen, de importtarieven vanuit onze fabriek in Myanmar naar de EU en de VS zijn 0 (nul) procent.” Ter vergelijking: voor een in China gemaakte BSK-tas betaalt een Amerikaanse klant 41 procent importheffing.

Europese bedrijven die in China produceren en niet direct een alternatieve locatie hebben, proberen in Washington onder de tarieven uit te komen. De Nederlander Naboth van den Broek, partner bij advocatenkantoor WilmerHale in Washington en gespecialiseerd in handelskwesties, merkt dat. „Tientallen aanvragen” kreeg het kantoor van Europese bedrijven die getroffen worden door de Amerikaanse heffingen tegen China, zegt Van den Broek aan de telefoon. De bedrijven zijn uit op een uitzondering voor hun product op de invoertarieven. Met juridische argumenten en lobbywerk proberen advocatenkantoren voor bedrijven specifieke producten op een lijst van uitzonderingen te krijgen. Het lukte al een paar Europese bedrijven, zoals de Duitse firma Leica, voor bepaalde microscooponderdelen.

De meeste Europese bedrijven in China, zo bleek uit een enquête van de Europese Kamer van Koophandel in Beijing deze week, zien de vete tussen de Amerikanen en de Chinezen niet als kans maar als bedreiging. „In tegenstelling tot verwachtingen dat Europese bedrijven zouden profiteren”, staat in de enquête, zegt meer dan een derde van de bedrijven negatieve effecten te verwachten van de handelsstrijd. Minder dan 5 procent verwacht positieve effecten. De meeste nadelen verwachten bedrijven van de deuk die het conflict slaat in het algemene economische vertrouwen – en daarmee in de wereldwijde economische groei. In dezelfde enquête klagen de bedrijven over de gedwongen „overdracht” van technologie aan de Chinezen – wat duidelijk maakt dat nieuwe kansen in China niet zonder lastige voorwaarden komen.

Zo dreigt Europa eerder slachtoffer dan profiteur te worden van een tweestrijd die ook nog het wereldhandelssysteem dat de Europeanen koesteren – dat van de WTO – dreigt te ondergraven. Washington en Beijing voeren hun Koude Oorlog van de 21ste eeuw buiten de WTO uit. Trump gebruikt ‘nationale veiligheid’ als grond voor invoerheffingen en blokkeert cruciale benoemingen bij de wereldhandelsorganisatie. De EU reageert met hervormingsvoorstellen die vooral de Amerikanen binnenboord moeten houden bij de WTO. En de EU sluit in sneltreinvaart handelsakkoorden met andere landen – Japan, Singapore, Mexico – om minder afhankelijk te worden van de grillen van de grote twee.

Strategischer leren denken

Volgens Rem Korteweg, onderzoeker bij instituut Clingendael, is dat niet genoeg. Hij meent dat Europa strategischer moet leren denken, nu zowel de VS als China handel, investeringen en technologie toenemend als politiek instrument inzetten. „Uit Brussel klinkt richting Washington dat nationale veiligheid geen argument mag zijn voor invoerheffingen tegen een bondgenoot. Dat is juist, maar daarmee verandert het denken in Washington niet: handelspolitiek is onderdeel van veiligheidsbeleid en andersom. Aan die manier van geopolitiek bedrijven zijn Europeanen niet gewend.”

Europa zal moeten kiezen, zegt Korteweg, hoe het zich opstelt in een Amerikaans-Chinese strijd waarin het zelf het „slagveld” dreigt te worden. De Europese Unie – anders dan de VS en China geen eenheidsstaat – dreigt te worden vermalen in de rivaliteit tussen beide grootmachten. „Allebei proberen ze de EU-lidstaten tegen elkaar uit te spelen.” Trump neemt Duitsland op de korrel, paait tegelijkertijd Orbán en steunt de Brexit, de Chinezen leggen bruggenhoofden aan in Griekenland en Italië en doen buiten Brussel om zaken in het ‘16+1’-formaat (elf oostelijke EU-landen en vijf Balkanlanden). Dat levert de Chinezen politiek al het nodige op: de Grieken steunen China bijvoorbeeld in de VN-mensenrechtenraad.

Een sterker Europees antwoord is noodzakelijk, meent Korteweg. „Anders worden we opgegeten.” Betekent dat meer Europa? Ja. „We zijn slecht georganiseerd en zullen meer samen moeten doen. Handelsbeleid is Europees, maar elk land beslist nog zelf over buitenlandse investeringen. En voor het eerst is er een EU-China-strategie, maar dan komt Nederland óók nog met zijn China-strategie. Dat werkt niet.”

Europa worstelt met de geopolitiek van nu, terwijl de geopolitiek van straks misschien nog wel lastiger wordt. Ook door technologische ontwikkelingen.

Robotisering thuis maakt lage arbeidskosten in verre landen minder belangrijk. De relatieve kosten, en gevaren, van transport lopen dan relatief op. Met 3D-printen kan veel sneller in kleine oplages worden ingespeeld op de vraag op de thuismarkt. Samen met toenemende handelsbarrières leiden al dit soort ontwikkelingen tot de-globalisering. Of, minder aardig gesteld, een hang naar zelfvoorzienendheid, naar autarkie. Zowel in de VS, in China als in Europa. ‘China 2025’, het plan van president Xi, stuurt niet voor niets aan op Chinese technologische zelfstandigheid. Het huidige conflict met de VS zal die ontwikkeling alleen maar versnellen. Het betekent dat de onderlinge lotsverbondenheid van de economische blokken afneemt. Dat verlaagt de drempel voor toekomstige conflicten. En daar kan Europa maar beter op voorbereid zijn.