Recensie

Recensie Muziek

Futuristisch bestiarium en koddige Magere Hein op Operadagen Rotterdam

Klassiek Voor het veertiende jaar op rij test Operadagen Rotterdam het genre ‘opera’ op rekbaarheid. In het programma onder meer een voorstelling met een sciencefiction-achtige rimboe.

Cappella Mediterranea met een glansrol voor countertenor Fabián Schofrin.
Cappella Mediterranea met een glansrol voor countertenor Fabián Schofrin. Foto Operadagen Rotterdam

TheaterRotterdam Witte de With beschikt over gerieflijke stoelen. Helaas: voor Botanical Wasteland, de nieuwe voorstelling van theaterduo Boogaerdt/VanderSchoot en muziekcollectief Touki Delphine, word je linea recta naar het podium geleid om op harde bankjes plaats te nemen rond een dichtbegroeide plantenkas.

Binnenin: een sciencefiction-achtige rimboe waarin de grenzen tussen natuur en techniek, mens, dier en object volledig zoek zijn geraakt. In een woekering van snoeren, stekkers en techno-puin groeit een gifgroene petflesboom. Tussen pruttelende kunstplanten (een felrode bloem van achterlichten) tooien vijf performers zich met maskers, veren en printplaten tot futuristische halfwezens.

Met Botanical Wasteland, het eerste luik van hun meerjarige kunstproject Future Fossils, houden Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot een geëngageerd pleidooi voor een nieuwe relatie met de aarde. Exit: het oude antropocentrische wereldbeeld, waarin de mens zichzelf tot spil van de schepping kroonde – met alle ecologische rampspoed van dien. Enter: een posthumanistisch perspectief, waarin we ons nauw verweven weten met de dingen om ons heen.

Wat de voorstelling tot een prikkelende ervaring maakt, is de lichte, bij vlagen humoristische toon. Hier geen gitzwarte klimatologische doemscenario’s. In een zeventig minuten durende mengvorm van installatie, video en live-performance scheppen de makers een vrolijke darwinistische speeltuin waaruit steeds nieuwe levensvormen opstaan.

Neem die kruising tussen gorilla en powerranger die een regendans doet op een exotische junglesong. Of dat humanoïde halfinsect dat op tribale electrobeats en trippy steeldrumklanken een fles chemicaliën achterover slaat. Hoe de mens langzaam oplost in een posthumanistisch bestiarium.

Rekbaarheid van opera

Botanical Wasteland was afgelopen week te zien tijdens de Operadagen Rotterdam. Voor het veertiende jaar op rij test het festival het genre ‘opera’ op zijn maximale rekbaarheid. Goed voorbeeld: een concertante uitvoering van Einstein on the Beach, de legendarische anti-opera van componist Philip Glass en regisseur Robert Wilson. Je kun je namelijk afvragen hoeveel muziektheater er overblijft als je een werk zonder plot of karakters ook nog eens stript van zijn iconische enscenering.

Niettemin wisten het Brusselse ensemble Ictus, Collegium Vocale Gent en verteller Suzanne Vega drieënhalf uur te boeien met een hypnotiserende, bij vlagen meeslepende vertolking van Glass’ verschuivende minimalpatronen. Dat het klankbeeld in de ruimer bezette delen niet altijd even helder was, werd ruimschoots goed gemaakt in (onder meer) een wervelend gespeeld intermezzo voor synthesizers en houtblazers, of een sereen gezongen ‘do-re-mi’ van mannenkoor met vioolomspelingen.

Het tekent de avontuurlijke diversiteit van de Operadagen dat het festival even gemakkelijk een vergeten barokoratorium programmeert. In Il diluvio universale (1682) verklankt de Siciliaan Michelangelo Falvetti het verhaal van de bijbelse zondvloed. Onder dirigent Leonardo García Alarcón gaf Cappella Mediterranea een weergaloze uitvoering met een uitmuntende zangerscast.

Een glansrol was weggelegd voor countertenor Fabián Schofrin, die met witgeschminkt gelaat, zeis en smalende kopstem een koddige impressie gaf van Magere Hein.