De machtige mannen van Feyenoords koffietafel

Onderzoek | Jeugdopleiding De tijd dat de Feyenoord Academy de beste jeugdopleiding van Nederland was, is voorbij. Oudgedienden werken vernieuwing tegen. Dat leidt tot tweespalt en het vertrek van trainers en spelers. „Het is ontploft.”

Sportcomplex Varkenoord, waar de jeugd van Feyenoord traint, met erachter de Kuip.
Sportcomplex Varkenoord, waar de jeugd van Feyenoord traint, met erachter de Kuip. Foto David van Dam

De jeugdopleiding van Feyenoord ligt onderaan de Coen Moulijnweg, ingeklemd tussen het spoor en de wijk Sportdorp. Sportcomplex Varkenoord wordt omringd door struiken en populieren, je zou van verborgen kapitaal kunnen spreken.

Een beetje vergane glorie is het wel. Het Feyenoord-rood is door de jaren heen wit gaan kleuren, de houten staantribunes ogen vervallen. Maar wat blijft is de aantrekkingskracht van de Kuip. Loop vanaf Varkenoord de steile dijk op, en je ziet een glimp van de grasmat.

Vijf keer op rij werd de Feyenoord Academy uitgeroepen tot beste jeugdopleiding van Nederland; van 2010 tot 2015. Met haar jeugdspelers kwam de club de financiële crisis, begin dit decennium, te boven. Liefst negen van de spelers uit de WK-selectie van 2014, volgden (een deel van) hun opleiding bij Feyenoord.

De afgelopen jaren was het wat stiller rond ‘het kroonjuweel van Feyenoord’, zoals algemeen directeur Jan de Jong de jeugdopleiding op 14 augustus 2018 noemt. Die dag wordt de eerste paal geslagen voor een nieuwe trainingsaccommodatie. Oplevering: zomer 2019. Het moet het fundament van de opleiding worden.

Feyenoord zet de komende jaren nadrukkelijk in op de eigen jeugd. Vijftig procent van de selectie van het eerste elftal moet bestaan uit zelfopgeleide spelers, benadrukt De Jong bij de start van de nieuwbouw. „Omdat we geloven in de kwaliteit van de Academy en omdat we er afhankelijk van zijn vanwege onze budgetten.”

Wat weinigen weten is dat er dan al langer een machtsstrijd woedt bij de jeugdopleiding. NRC sprak de afgelopen maanden meer dan dertig betrokkenen. De sfeer bij de Feyenoord Academy wordt „verziekt” en „onveilig” genoemd. Trainers zouden noodzakelijke vernieuwing tegenwerken. Richard Grootscholten, hoofd jeugdopleiding, moest in het najaar van 2018 het veld ruimen. „Het is ontploft”, aldus een ingewijde hoog in de organisatie.

Hoe kon het misgaan bij de ooit zo toonaangevende jeugdopleiding?

Niet lullen maar poetsen

„Voetballen mannen, kom aan.”

„Kijk vooruit!”

„Handelingssnelheid!”

Varkenoord, een ochtendtraining in april. Cor Adriaanse coacht de Onder 19, het belangrijkste jeugdelftal van Feyenoord. Hij is assistent-trainer van de ploeg en is in die rol de mentor van coach Dirk Kuijt, die in opleiding is voor een carrière als coach in het betaald voetbal.

Adriaanse (63) werkt sinds 1996 bij de jeugdopleiding, waar hij zelf ook werd gevormd. Zijn stijl: hard, direct, gericht op discipline. ‘De Rotterdamse aanpak’, noemen sommigen het: niet lullen maar poetsen. „Als je Cor overleeft, dan kan je alles aan”, klinkt het. Grof taalgebruik en schreeuwen is hem niet vreemd.

Cor Adriaanse, assistent-trainer van Feyenoord onder 19. Hij is de mentor van coach Dirk Kuijt.

Foto David van Dam

Samen met oud-internationals Gaston Taument en Ulrich van Gobbel, en de minder bekende Jeffrey Oost, James van der Kraan en Glenn van der Kraan behoort Adriaanse tot een invloedrijke groep Feyenoord-trainers. De meesten werken al jarenlang in de jeugdopleiding.

De groep wordt bijgestaan door de 72-jarige Wim Jansen, de ietwat mysterieuze, mediaschuwe clublegende, basisspeler in twee WK-finales in de jaren zeventig. Officieel is hij sinds 2011 adviseur van de jeugdtrainers, maar in de praktijk hebben Adriaanse en hij – vanwege hun naamsbekendheid en ervaring – het voor het zeggen bij de opleiding.

De groep is zeer loyaal aan Feyenoord, maar zorgt ook voor stagnatie. De doorgroeimogelijkheden voor anderen zijn beperkt en nieuwe inzichten worden geblokkeerd. Een betrokkene vertelt hoe discussies over voetbal met het groepje trainers snel beëindigd kunnen worden met het argument: „Zo deden we het tien jaar geleden ook.” En discussies worden gevoerd op basis van hiërarchie, in plaats van op inhoud.

Een jeugdtrainer: „Feyenoord zit in de houdgreep van deze mensen.”

Het stof eruit

Het is tijd voor nieuw elan, realiseert de clubleiding in 2016 onder toenmalig algemeen directeur Eric Gudde en de nu aftredend technisch directeur Martin van Geel. Niet lang daarvoor heeft het in sport gespecialiseerde bureau NMC Bright de Feyenoord-opleiding doorgelicht, in het kader van een driejaarlijkse KNVB-toetsing. De opleiding heeft een internationale status, de hoogste categorie.

Maar er moet volgens de onderzoekers meer aandacht komen voor innovatie en individuele begeleiding van toptalenten. In de structuur van de Feyenoord Academy bestaat veel „vrijblijvendheid en onduidelijkheid” over taken en verantwoordelijkheden – die afstemming moet beter. In het rapport, dat in handen is van NRC, staat ook dat Feyenoord in vergelijking met Anderlecht over „veel meer (uren) trainers beschikt maar veel minder trainingsuren maakt”. Anderlecht wordt genoemd omdat Jean Kindermans, die als onafhankelijk expert aan het rapport meewerkte, technisch directeur is van de jeugdopleiding van de Belgische club.

Tegen die achtergrond begint Richard Grootscholten – die eerder bij Sparta en in het buitenland werkte – in het voorjaar van 2016 als hoofd jeugdopleiding. Hij staat voor een complexe opdracht. In een organisatie die moeite heeft met verandering, moet Grootscholten ingrijpende veranderingen doorvoeren. De ramen moeten open, de wind erdoor, het stof eruit. Zijn voorganger Damien Hertog probeerde dit ook, maar raakte gedesillusioneerd en stopte.

Het budget van de opleiding wordt verruimd onder Grootscholten: van 2,9 miljoen euro naar ruim 4 miljoen. Er worden meer dan tien nieuwe trainers, coördinatoren en specialisten aangetrokken, onder wie een paar jonge, didactisch onderlegde mannen. Trainers met jarenlange ervaring (zoals Jan Gösgens) worden voor hun diensten bedankt.

Om trainingen beter voor te bereiden moeten trainers om acht uur ’s ochtends aanwezig zijn, waar ze eerder vanaf negen uur binnen druppelden. Grootscholten is een man van schema’s en structuur. Anders dan zijn voorgangers zit hij niet in de kantoorruimte tussen de andere trainers en stafleden, maar betrekt hij een eigen kamer om in alle rust te kunnen werken.

Het jeugdcomplex van de Feyenoord Academy.

Foto David van Dam

Onder het nieuwe bewind moeten jeugdspelers ‘breder’ worden opgeleid. Er moet meer aandacht komen voor fysieke en mentale ontwikkeling. Hoe ga je als speler in de midden- en bovenbouw om met aandacht, druk en teleurstelling? Om hen daarbij te helpen roept Grootscholten de hulp in van de Talentenacademie, een gerenommeerd bureau in de sportwereld.

Ook voor pedagogische aspecten van topsport komt meer aandacht. Profs moeten zich gedragen als profs. Wie mag aansluiten bij het eerste elftal moet stipt op tijd zijn, staf en spelers een hand geven, zich voorstellen. Omgangsvormen die niet altijd vanzelfsprekend waren.

Het bestaande ‘lifestyle-programma’, met aandacht voor voeding, financiën en media-optredens, wordt ook uitgebreid. En er worden ‘profdagen’ ingevoerd voor de bovenbouwteams: spelers verblijven twee keer per week een hele dag op de club voor trainingen en studie. Er wordt in de bovenbouw vaker getraind; niet vier, maar zes of zeven keer per week.

De meest ingrijpende maatregel is het optuigen van een fysiek programma. Dat ontbrak, terwijl dit in het moderne voetbal steeds belangrijker wordt. Jeugdspelers die naar het eerste elftal doorstromen raakten geblesseerd – of voldoen mentaal niet. Van zeker vijf talenten is bekend dat zij om die reden werden teruggestuurd bij de training van het eerste, onder wie Rashaan Fernandes en Mo El Hankouri.

Bewegingswetenschapper Rick Cost wordt in 2016 aangesteld als coördinator om de fysieke tak vorm te geven. Hij heeft ervaring in olympische sporten, maar is nieuw in het voetbal. Cost schrijft een uitgebreid beleidsplan voor de academie en ontwikkelt in twee jaar tijd een volwaardig performanceprogramma, met krachttraining en loopcoördinatie.

Er wordt vaker en intensiever getraind. Met voorspellingsmodellen zoekt Cost naar de juiste balans tussen inspanning en rust. Daarnaast implementeert hij data-analyse van fysieke inspanningen door middel van een gps-trackingsysteem. Jeugdspelers kunnen nu volledig in kaart worden gebracht.

Gaandeweg gaat de opleiding mee met de tijd, zo lijkt het. Scepsis over het mentale programma verdwijnt. Sommige trainers geven hoog op over het werk van Cost, maar er zijn er ook bij die zich niet of onvoldoende aan de programma’s houden die zijn performanceteam voorschrijft.

„De hesjes met het gps-systeem laten trainers soms bewust binnen liggen”, zegt een betrokkene. Het is een continue strijd voor de fysieke afdeling om ervoor te zorgen dat de trainers consequent de dingen doen die verlangd worden.

Illustratief is een serie interviews in De Telegraaf met adviseur Wim Jansen, najaar 2016, enkele maanden na het aantreden van het nieuwe hoofd jeugdopleidingen. De KNVB heeft eerder dat jaar het rapport Winnaars van Morgen gepresenteerd, een deltaplan voor het Nederlands voetbal, waarin de nadruk ligt op fysieke en mentale ontwikkeling.

Onwenselijk, zegt Jansen in De Telegraaf. „Fysiek en mentaal zijn factoren die altijd ondergeschikt zijn aan voetbal. Als je niet kan voetballen, houdt alles op.” Jansens visie staat haaks op de koers die Grootscholten bij de opleiding heeft ingezet. Een jeugdtrainer: „Met alle respect voor de staat van dienst van Wim Jansen, maar hij is niet met zijn tijd meegegaan.”

De koffietafel

In een hoek van het jeugdcomplex staat een tafel met hartvormig blad. Hier praten de belangrijkste jeugdtrainers informeel bij over voetbal en het wel en wee van de opleiding. Het AD ligt op tafel. De mannen zetten hun eigen koffie.

Trainers worden geacht regelmatig aan te schuiven. Aan die tafel „ontstaat het voetballen”, zo klinkt het. Nieuwelingen worden er „gewogen”.

De invloed van de koffietafel is ook de experts van NMC Bright opgevallen. „De tafel op Varkenoord wordt door het reviewteam zowel als een grote kracht als een valkuil gezien”, staat in hun rapport. „Het zorgt aan de ene kant voor ontmoeting en verbinding en veel gesprekken over voetbal. Aan de andere kant kan het zorgen voor onveiligheid, groepsvorming en onrust, zowel voor spelers als voor coaches.”

Als jeugdspelers een videoanalyse willen bekijken van hun wedstrijd, moeten ze langs de tafel met de gezichtsbepalende trainers. „Het moet op het veld gebeuren”, is daar de houding. Dat remt jeugdspelers af om langs de afdeling videoanalyse te gaan.

De afdeling wordt in 2016 onder Grootscholten naar een andere ruimte verplaatst, dichter bij de kleedkamers, zodat de jeugd niet meer langs de tafel hoeft. Het is tekenend voor hoe het hoofd jeugdopleiding de bestaande cultuur probeert te veranderen in de strak geleide topsportorganisatie die Feyenoord zegt te willen zijn.

Met het binnenhalen van nieuwe, jonge trainers probeert Grootscholten de rest van het trainerskorps mee te krijgen. Ontwikkeling van spelers én staf is een van zijn speerpunten. Kennis opdoen, discussiëren, elkaar beter maken. Maar staan alle trainers wel open voor verbetering? Niet iedereen is daarvan overtuigd.

Enkele ervaren krachten, onder wie Adriaanse en huidig specialistentrainer Taument, hebben niet het hoogste trainersdiploma voor de jeugd – TC1, het huidige UEFA A. De KNVB eist dat hoofdtrainers van de oudste jeugdelftallen die papieren wel hebben. Dat juist de „cultuurdragers” „ondergekwalificeerd” zijn is zorgelijk, zegt een betrokkene.

De Feyenoord Academy „voldoet” in 2015 op onder meer twee punten „niet aan de minimale kwaliteitseisen” die gesteld worden aan een jeugdopleiding op internationaal niveau, blijkt uit een door NMC Bright uitgevoerde audit dat jaar. Het gaat om de opleiding van de trainers van onder 17 (destijds Cor Adriaanse) en onder 15 (Jeffrey Oost).

Adriaanse voldoet in 2017 ook niet aan de eisen van de UEFA om de onder 19 te leiden in de Youth League, een Europese topcompetitie. Feyenoord voegt om die reden een extra trainer toe met de juiste papieren: Arnold Scholten.

Coaches krijgen van de club de mogelijkheid om de benodigde opleidingen te volgen bij de KNVB. Maar niet alle trainers staan hier voor open, schetsen ingewijden. Bijspijkeren? „Dat ga ik niet meer doen”, reageren sommigen. Praktijkervaring vinden ze van grotere waarde.

De coup

De sfeer is positief als Grootscholten eind 2017 een presentatie geeft over de nieuwe koers bij de jeugdopleiding aan de raad van commissarissen en directie. „Het klonk als een klok”, zegt een van de aanwezigen. „Iedereen was onder de indruk.”

Grootscholten staat bekend als een integere, kundige, maar ietwat stugge man. Hij staat meer boven dan tussen de trainers. Bij thuiswedstrijden draagt hij een pak, waar zijn voorgangers in spijkerbroek of trainingspak liepen.

Zijn ingrepen mogen in goede aarde vallen bij commissarissen en directie, toch wordt zijn positie steeds verder ondermijnd. Medewerkers vragen zich af wie de baas is: het hoofd opleiding of de ervaren trainers onder aanvoering van kopstuk Cor Adriaanse.

Een training van onder 19, het belangrijkste jeugdelftal van de opleiding. De ploeg staat onder leiding van Dirk Kuijt.

Foto David van Dam

Een deel van de nieuwe trainers vindt dat de ingezette veranderingen niet snel genoeg worden doorgevoerd. Ze willen meer hun stempel drukken op de opleiding, de macht van de ‘oude garde’ doorbreken. Grootscholten laat voor hun gevoel te veel zijn oor hangen naar de ervaren trainers. „Hij was zich aan het positioneren”, zegt een betrokkene. „Hij verloor grip.”

Het gezag over de invloedrijke trainers is Grootscholten al langer kwijt, al wordt dat nooit openlijk uitgesproken. Ze luisteren niet meer of kijken de andere kant op als hij de trainerskamer binnenloopt. Achter zijn rug om wordt de spot met hem gedreven.

De ervaren trainers krijgen begin 2018 een belangrijke troef in de top van de organisatie. Oud-speler en voormalig commercieel directeur Sjaak Troost wordt benoemd tot commissaris technische zaken, waaronder de opleiding valt. Hij kan het groepje mannen vanaf dan dekking geven.

Voormalig rechtsback Troost is een echte Feyenoorder. Hij kent Varkenoord en de bepalende trainers goed, is bevriend met Taument, Van Gobbel en Adriaanse. Wim Jansen, met wie hij in zijn beginjaren nog samenspeelde, ziet hij als zijn voetbalvader.

Troost krijgt vanuit zijn netwerk signalen dat het niet goed zit in de opleiding. De directie geeft hem begin 2018 toestemming met jeugdtrainers te gaan praten, om een beter beeld te krijgen van wat er speelt.

Troost praat, in zijn eentje, met zo’n 18 mensen binnen de opleiding. In die gesprekken blijkt het functioneren van het hoofd opleiding de rode draad. Als Grootscholten hier lucht van krijgt, meldt hij zich bij de directie. Volgens ingewijden krijgt hij het idee dat Troost zijn vertrek probeert te forceren, maar de directie stelt hem gerust: maak je geen zorgen.

De conclusies van Troost zijn echter stevig: Grootscholten heeft geen draagvlak, past niet in de Feyenoord-cultuur en staat te weinig op het veld. Troost deelt zijn bevindingen met technisch directeur Van Geel en algemeen directeur Jan de Jong. Zij zijn verrast door de „heftigheid van de kritiek” maar leggen diens bevindingen naast zich neer. In april 2018 wordt het aflopende contract van Grootscholten met twee jaar verlengd.

Zeven later maanden moet hij alsnog weg.

Op 15 november stuurt een grote groep trainers een brandbrief aan de directie waarin het vertrouwen in Grootscholten wordt opgezegd. Er staan zo’n twintig namen onder, ook die van de nieuwe lichting. Betrokkenen zeggen nu dat zij „misleid” zijn. Ze tekenden in de veronderstelling dat daarna gesproken zou worden over hoe het verder moet met de opleiding en het doorvoeren van ingezette veranderingen.

Het machtsblok van de ervaren trainers is zo sterk dat niemand Grootscholten durft te beschermen. Een dag later blijkt zijn positie onhoudbaar, bij een bijeenkomst op trainingscomplex 1908 met clubdirectie en medewerkers van de opleiding. Hij wordt dezelfde dag vrijgesteld van werkzaamheden en krijgt uiteindelijk ontslag.

Ingewijden spreken van een „vooropgezet plan”. Stanley Brard (60) loopt zich al langer warm als nieuwe hoofd opleiding, hij is in de periode daarvoor al vaker op het complex gesignaleerd. Brard – die de functie tot 2013 acht jaar succesvol bekleedde – is onomstreden bij veel van de ervaren trainers, die hij goed kent. Hij heeft de steun van sleutelfiguren: hij is de zwager van Jansen en hij heeft een goede band met Troost, met wie hij negen jaar samenspeelde bij Feyenoord.

Eind 2018 keert Brard terug. De oude garde trekt de macht volledig naar zich toe. Een bron: „Zolang het groepje waar het om draait blijft zitten, komen ze nooit een steek verder.” Vrijdag werd bekend dat Troost per 1 juni interim technisch directeur wordt, als opvolger van Van Geel.

Onder 19-trainer Dirk Kuijt (midden) overlegt met assistent Adriaanse (r) en spitsentrainer Roy Makaay (l).

Foto David van Dam

Vertrek van trainers en talent

„Links, rechts, links!”

„Buitenkant voet, binnenkant voet.”

„Rust in je lijf, wildebras.”

Een Haags-Delfts accent schalt begin april over het veld van VDL Maassluis, waar de jongste jeugd van Feyenoord traint vanwege ruimtegebrek op Varkenoord. Coen van der Hoeven (53) traint deze middag de onder 10 van Feyenoord. Hij is techniekspecialist en werkt parttime voor de opleiding.

Onder kenners van het jeugdvoetbal is hij een begrip, met zijn oefeningen die specifiek gericht zijn op basistechniek.

Grootscholten haalt Van der Hoeven in 2018 binnen bij Feyenoord. Directeur Jan de Jong kent hem goed: zijn zoon trainde bij ADO Den Haag onder Van der Hoeven en ook bij diens voetbalschool in Schipluiden.

Van der Hoeven combineert de trainingen met zijn isolatiebedrijf. Hij hoopt op een vaste aanstelling bij Feyenoord. Jeugdtrainers zijn te spreken over zijn werk. Maar het wordt hem al snel duidelijk dat Brard niet met hem verder wil. Van der Hoeven vangt op dat Brard en Jansen vinden dat jeugdspelers bij zijn oefeningen te veel met hun hoofd naar beneden lopen in plaats van overzicht houden.

„Een lulverhaal”, vindt Van der Hoeven. Hij heeft het vermoeden dat zijn voetbalschool, waar ook spelers van Feyenoord extra trainen, irritatie wekt. Van Geel en De Jong praten nog in op Brard, maar het contract van Van der Hoeven wordt niet verlengd. Half mei krijgt hij te horen dat hij niet meer hoeft te komen.

Meer trainers die door Grootscholten zijn aangesteld, zijn weg of gaan weg. Zoals Mark Otten, coach van onder 15, en Wouter von Brucken Fock, trainer van onder 8. De coördinator middenbouw, Pieter Schrassert Bert, vertrekt ook: zijn functie komt te vervallen.

Een aantal toptalenten stapt over naar de concurrentie. Aanvaller Ibrahima Berete (16) vertrekt naar PSV. Rico Speksnijder (14) gaat naar Ajax, Steven van der Sloot (16) waarschijnlijk ook. Volgens ingewijden volgen er nog meer.

De opleiding die van de clubleiding mee moest met de tijd, valt terug op de oude namen. De koffietafel krijgt het weer voor het zeggen. Als Feyenoord Magazine aan Stanley Brard vraagt welke opdracht hij vanuit de club heeft meegekregen, antwoordt hij: „Zorgen voor rust en verbinding.”

Voor dit verhaal sprak NRC met meer dan dertig betrokkenen. De meesten van hen wilden alleen op basis van anonimiteit praten. Cor Adriaanse wilde geen medewerking verlenen.