Darwin in het Vondelpark

Biodiversiteit Onderzoek in het Vondelpark levert diersoorten op die je eerder in het Naardermeer of de duinen zou verwachten – niet midden in de stad.

Het plaatsen van een insectenval in het Vondelpark.
Het plaatsen van een insectenval in het Vondelpark. Foto Menno Schilthuizen

Om nieuwe diersoorten te ontdekken hoef je niet naar het regenwoud of de Zuidpool. Het kan ook in het drukstbezochte park van Nederland. Volgens Menno Schilthuizen, onderzoeker en auteur van onder meer Darwin in de stad (Jan Wolkers Prijs 2018) biedt het Amsterdamse Vondelpark goede kansen om diersoorten te vinden die nog niet zijn beschreven door de wetenschap. Hij onderzoekt de ongewervelde dieren van het park, ter voorbereiding op een expeditie in augustus.

Middenin dat Vondelpark ligt de Koeienweide. Een eiland van bijna 2 hectare dat alleen toegankelijk is voor de beheerders en voor rondleiders die hier groepen kinderen de wonderen van de natuur laten meemaken. In het eivolle Vondelpark is het een paradijsje van rust, met bloeiende pinksterbloemen, fluitekruid en rietorchissen. We horen zwartkoppen zingen, winterkoninkjes, tjiftjaffen.

Maximaal een halve centimeter

„Toch zit daar de echte biodiversiteit niet in”, zegt Menno Schilthuizen (54). Hij is onderzoeker bij Naturalis en mede-directeur van Taxon, een bedrijf dat biologische expedities organiseert naar Borneo, Montenegro en deze zomer, voor de eerste keer, het Vondelpark. „De biodiversiteit zit hem juist vooral in de kleine diertjes; in de insecten, spinnen en slakjes. Diertjes van maximaal een halve centimeter groot.”

Foto Menno Schilthuizen

Om die biodiversiteit te onderzoeken plaatste hij in maart insectenvallen op de Koeienweide, die hij sindsdien met stagiaire Marit van der Meer regelmatig leegt. „Dat is een malaiseval”, zegt hij als we een soort tentje naderen dat herinneringen oproept aan de Lowlands-camping. „Uitgevonden door René Malaise, die zag dat insecten zich graag in de nok van een tent verzamelen.” In een pot die aan de nok vastzit zien we langpootmuggen en oorwurmen ronddrijven in een laagje alcohol, plus tientallen heel kleine beestjes van een paar millimeter groot. „Sluipwespjes. Die gaan voor determinatie naar onze specialist bij Naturalis, Kees van Achterberg. Hier kunnen nieuwe soorten bijzitten. We schatten dat er zo’n 7.000 soorten sluipwespen in Nederland voorkomen, waarvan er nog ruim duizend niet beschreven zijn.”

Even verderop ligt een grote stapel rottende houtblokken. „Perfect voor insecten”, zegt Schilthuizen. „Fijn dat de beheerders dood hout laten liggen, en terughoudend zijn met maaien van de vegetatie. Dat heeft meteen een heel positief effect op het bodemleven.” In de stapel heeft hij vallen ingegraven met stukjes vlees erin. „Daar komen aaskevertjes op af, mijn specialiteit.” Het zijn beestjes die eruit zien als kleine zwarte korreltjes. „Ze zijn hooguit een paar millimeter groot, sommige zijn nog niet eens een millimeter. En je determineert ze op grond van hun geslachtsdelen. Daarom moeten we ze ook doodmaken, je hebt een microscoop nodig om ze op naam te brengen. We letten heel goed op dat we niet te veel vangen – de populaties hier komen niet in gevaar.” In de vegetatie zijn dan weer bodemvallen ingegraven, jampotten met een deksel met gaten waar lopende insecten invallen. In deze valkuiltjes vinden we ook wat grotere diertjes: kortschildkevers, loopkevers, snuitkevers, spinnen en naaktslakjes.

Onderzoeker en auteur Menno Schilthuizen. Foto Rachel Esner

Schilthuizen is tevreden met de vangsten. „Ik heb tot nu toe zestig soorten kevers gevangen, waaronder soorten die je eerder in het Naardermeer of de duinen zou verwachten, niet midden in de stad. Bijvoorbeeld een soort vuurvliegje dat heel zeldzaam is in dit deel van het land. Dit stukje is groot genoeg voor insecten om stevige populaties op te bouwen. Hier vandaan verspreiden ze zich dan weer over de omgeving.”

Biodiverse stad

In de tweede week van augustus wordt het onderzoek afgerond met een echte expeditie. „Bij onze Taxon-expedities gaan we minstens een week met allerlei vangtechnieken zoeken naar nieuwe soorten, met naast de wetenschappers betalende deelnemers die de expeditie bekostigen. Die zien dan precies hoe biologen te werk gaan. Er komt zelfs een apparaat waarmee we ter plekke DNA-analyses kunnen maken, een uitvinding van wetenschappers uit Verona.”

De kans dat er dan nieuwe soorten worden gevonden is reëel. „We willen laten zien dat er ook midden in de stad een grote biodiversiteit kan zijn. Daarom hebben we voor het Vondelpark gekozen, om te laten zien dat je niet naar Borneo hoeft om een hele nieuwe wereld te ontdekken. Dat kan ook om de hoek. Je moet alleen goed kijken.”

Lees ook het interview met natuurbeschermer Maarten Bijleveld: ‘We zijn bezig onze planeet te vernietigen’