Recensie

Recensie Beeldende kunst

Walid Raad brengt Arabische en westerse wereld slim en pesterig samen

Tentoonstelling De kunst die Walid Raad in het Stedelijk Museum laat zien is absurd en merkwaardig. Maar alles valt op zijn plaats als je zijn expositie beschouwt als één grote verheviging van de absurde realiteit.

Walid Raad, Let's be honest, the weather helped_3 US, 1998/2006. (fragment)
Walid Raad, Let's be honest, the weather helped_3 US, 1998/2006. (fragment) Foto Sfeir-Semler Gallery Hamburg / Beirut
    • Hans den Hartog Jager

Andere wereld, andere tijden, andere vormen – en toch moest ik tijdens de tentoonstelling van Walid Raad in het Stedelijk Museum in Amsterdam een aantal keren denken aan Armando. Diens werk, of in ieder geval een groot deel ervan, heeft nadrukkelijk de Tweede Wereldoorlog als thema. Maar dat zag Armando anders. „Ik ben geen schilder van de Tweede Wereldoorlog”, zei hij. „De oorlog fascineert me alleen als verheviging van de realiteit.”

Dat is ook perfect op het werk van Raad van toepassing. Het oeuvre van foto’s en installaties van deze Libanees-Amerikaanse kunstenaar (1967) is op het eerste gezicht diep doortrokken van Libanon, en in het bijzonder van de absurditeit van de jarenlange oorlog daar. Zo hangen er in het Stedelijk documentaire foto’s van beschoten gebouwen, waarop Walid Raad met vrolijk gekleurde stippen heeft aangegeven welke landen de kogels hebben geleverd. Studies voor camouflage-uniformen. Een overzicht van codenamen (allemaal bloemen) die de Libanese inlichtingendienst gebruikte voor buitenlandse politici als Margaret Thatcher en Benjamin Netanyahu. Een panoramische film van dramatisch instortende gebouwen. Maar ook een serie kunstwerken van de beroemde Syrische schilder Marwan Kassab-Bachi die Raad zegt te hebben teruggevonden op de achterkant van kunstwerken uit de Stedelijk-collectie.

Verheviging

Absurd is het allemaal. Merkwaardig. Raad leidt je met zijn werk een Libanees-Arabische wereld binnen waar duidelijk andere wetten gelden, andere regels, dan je in het Westen ‘normaal’ bent gewend. Maar je durft zijn absurditeit ook niet meteen terzijde te schuiven, want je beseft het verschil maar al te goed: én er heerst daar een andere cultuur, en het is er oorlog. Maar hoeveel van Raads merkwaardigheid kan daardoor worden verklaard? Wat weet ik eigenlijk van de Libanese en Arabische cultuur? In hoeverre zijn mijn ideeën over Libanon gebaseerd op vooroordelen? Wat doet oorlog met een mens?

Walid Raad, Better be watching the clouds_Plate 0094 (Thatcher), 2000/2017 Foto Sfeir-Semler Gallery Hamburg/ Beirut

Daar biedt Armando dus kortstondig hulp: alles valt bij Walid Raad op zijn plaats als je zijn werk, zijn expositie, beschouwt als één grote verheviging van de absurde realiteit in de Arabische wereld – en ver daarbuiten. Raads werken zijn géén directe, feitelijke weergave van de situatie in Libanon, of van de oorlog en de cultuurverschillen tussen Arabische landen en het Westen. Het zijn juist uitvergrotingen waarmee hij laat zien hoezeer de westerse en de Arabische wereld in de afgelopen decennia in hun onderlinge verhouding lost in translation zijn geraakt. Raads werk speelt zich af in een wereld tussen twee culturen die door geweld en toenemend onbegrip uiteen zijn geslagen, die steeds verder uit elkaar groeien, en die nu op een punt zijn gekomen waar ze alleen nog maar met elkaar kunnen communiceren in een cultureel niemandsland, waar ze beiden niet dominant zijn en geen macht meer hebben – maar ook niet thuis zijn.

Die gecompliceerde, dubbelzinnige verhouding wordt bij Raad het beste gesymboliseerd door zijn fascinatie voor de nieuwe, sterk op de westerse leest geschoeide musea voor moderne kunst die op dit moment overal in de Arabische wereld worden gebouwd. Zo deed Raad met architect Bernard Khoury mee aan de competitie voor een ontwerp voor het nieuwe Beirut Museum of Art – hun plan is om een enorm gat in de grond te graven waarin de collectie wordt getoond. Ze werden er in de competitie derde mee. Dat is op zich al geweldig Raadiaans absurd, maar in het Stedelijk maakt Raad dat nog erger door in een wandtekst, naast de schetsontwerpen, droogjes te constateren dat de oorspronkelijke winnaar van de competitie ondertussen is ontslagen en daardoor de nummer twee aan het werk is. Als die ook wordt ontslagen dan... nou ja.

Walid Raad, Appendix 137_106 (2018) Foto Sfeir-Semler Gallery Hamburg/ Beirut

Kunst, macht en geld

Nog belangrijker voor Raad is echter het Louvre Abu Dhabi. Je snapt meteen waarom: dit Louvre-filiaal, dat twee jaar geleden is geopend in de Verenigde Arabische Emiraten, mag tegen betaling van vele honderden miljoenen dollars de ‘merknaam’ Louvre gebruiken en krijgt de beschikking over zo’n driehonderd werken uit de Franse vestiging. Het Louvre Abu Dhabi is daarmee de perfecte hedendaagse cocktail van kunst, macht en geld, die helemaal functioneert in Raads culturele niemandsland – en waar niemand nog van weet waar het voor dient. Staat kunst hier louter in dienst van commercie en toerisme? Heeft het museum ook nog culturele betekenis? Verbroedert het de volkeren of drijft het ze juist uiteen?

Raad geeft aan die discussie een heel eigen draai door in zijn tentoonstelling allemaal kunstwerken te tonen die „hun identiteit zijn kwijtgeraakt”. De (duidelijk fake) werken van Marwan uit de kelder van het Stedelijk zijn daar het eerste mooie voorbeeld van. Andere werken die Raad toont hebben tijdens hun reis van Parijs naar Abu Dhabi „hun schaduw verloren” (die er nu dus kunstmatig achter is geschilderd), van andere kunstwerken uit Libanon vertelt Raad dat ze aan het begin van de oorlog werden opgeslagen; toen ze weer boven kwamen bleken ze van identiteit veranderd – in de tentoonstelling staan ze als een stapeling van kisten die spannende, suggestieve schaduwen werpen op de muur.

Eén van de 27 tweedehands ingelijste doeken (2017) Foto Sfeir-Semler Gallery Hamburg/ Beirut

Al die kunstwerken die hun identiteit zijn kwijtgeraakt klinken bijna als een (cliché) Arabisch sprookje, maar in werkelijkheid raakt Raad daarmee de kern van de zaak: hij laat prachtig zien dat kunstwerken die terechtkomen in een nieuwe context terechtkomen in een andere cultuur en daardoor altijd een nieuwe betekenis krijgen. En dat gebeurt ook met mensen – kijk maar om je heen. Dat is de kracht van deze tentoonstelling: Raad onttrekt zich speels, pesterig, uitdagend en slim aan de bestaande categorieën en raakt juist daardoor aan de kern – een nieuwe kern, een vloeiende kern waar de meeste mensen in deze wereld zich nog steeds niet goed raad mee weten. Dat is misschien zelfs wel de essentie van de wereld waarin we leven – als je die als kunstenaar zo goed en zo geestig weet vangen als Walid Raad hier doet, ben je héél goed.

Walid Raad, Let’s be honest, the weather helped (1998/2006) Foto Sfeir-Semler Gallery Hamburg/ Beirut