Opinie

Bauke

Hugo Camps

Tot een hype komt het niet meer, maar Bauke Mollema is nog steeds kind van de natie. Geliefd, bewonderd, vertrouwd. Waar hij ook rijdt, Nederland blijft aan zijn fiets hangen. In zijn gezicht liggen alleen lage luchten, zijn tred verraadt een jeugd op klompen, zijn taal is binnentaal. Met Gronings accent.

Intussen is hij wel de Nederlandse renner die er altijd staat, in kleine en grote rondes, in bergachtige klassiekers. Messcherp, ingetogen in rituele afzondering. Bauke wil geen Vlaamse kermis aan zijn lijf. Hij beoefent een vak, met de ernst van het wenkbrauwenspel. Als een asceet met „poten”.

Het podium lonkte in de eerste dagen van de Giro, maar hij kende hij een kleine terugval. Dat zijn conditie uitstekend was, onderstreepte hij met een derde plaats in de tijdrit. Niet zijn specialiteit. Mollema moet het van de bergen hebben. Die krijgt hij in het vervolg van de Giro. Nu begint het pas. De bergetappes worden zo zwaar dat er gerekend moet worden met grote tijdverschillen, ook aan de top van het klassement. Dan pas voelt Bauke zich aangesproken, stijgt hij boven zichzelf uit en groeit zijn ambitie voor een top tien. De massieve gedrochten maken het beest in hem wakker.

Nou ja, beest? Mollema blijft in alle omstandigheden een sieraad voor de mensheid. Feest en euforie slaan bij hem naar binnen, grootspraak kent hij niet. Soms zou je hem willen strelen, maar daar is hij dan weer te nuchter voor. Hij zou zich doodschrikken in zijn interieure ballingschap. De fiets heeft Mollema naar de massa gedreven, maar doorbreekt nooit de afzondering. Hij blijft nagenoeg onbereikbaar voor eer en jubel.

Hard trappen volstaat. Dan voelt hij zich vrij en belangrijk. Buiten de fiets zijn er alleen de boeken die vertroosting brengen. Bauke is een verwoed lezer, en dan niet over de ontvoering van Freddy Heineken. Of over de amourettes van Badr Hari. Er moet honing loskomen in een boek.

Er drijven donkere wolken boven de Giro. Een nieuw dopingschandaal kondigt zich aan, alsof we niet zonder kunnen. In de operatie Aderlass – Duits netwerk van bloeddoping – is de Sloveense renner Kristijan Koren van Bahrein Merida uit de Giro genomen wegens mogelijke betrokkenheid. Ernstiger is dat de rol van de manager van het team, de Sloveen Milan Erzen wordt onderzocht. Erzen was voormalig begeleider van Girofavoriet Primoz Roglic. De kopman van Jumbo-Visma won de twee tijdritten in deze Ronde van Italië. Eerder was hij in kleinere etappewedstrijden ook al ongenaakbaar.

Oud-ploeggenoot Stef Clement zei daarover: „Wat Roglic doet zijn geen normale stappen, maar reuzenstappen.” Hij twijfelt aan de betrouwbaarheid van de Sloveense kampioen.

Ik hoor u zuchten: ach, Stef Clement. Een frustraat in het peloton die nooit de top heeft gehaald. Bij Jumbo-Visma zijn ze echter diep ongelukkig over de uitspraken van Clement. De verdachtmaking aan het adres van Primoz is ongehoord. Daarmee wordt wielrennen andermaal overschaduwd door dopingalarm. Het spook kan zich niet lang gedeisd houden. Bij de eerste de beste uitzonderlijke prestatie slaat het zijn vleugels uit. We zijn vertrokken voor een nieuw dopingfeuilleton en de Tour de France moet nog beginnen. Terloops, sprinter Alessandro Petacchi is ook uit de Giro gestapt na verdachtmaking van betrokkenheid in de operatie Aderlass. Wie weet wat campionissimo Vincenzo Nibali nog boven het hoofd hangt.

Huiver en bid.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.