Recensie

Recensie Boeken

Deze schrijfster onderzocht het criminele verleden van haar vriend

Wat dreef hem destijds, toen hij de roofovervallen pleegde? En heeft hij wel spijt? Dat onderzoekt Angela Wals in haar nieuwe boek.

Schrijfster Angela Wals
Schrijfster Angela Wals
    • Judith Eiselin

Wat een aantrekkelijke durfal, dacht Angela Wals (1986) toen ze in 2011 verliefd werd. Fluitend hanteerde de man van haar dromen, de tien jaar oudere Thomas, de pastamachine en de piano, of sprong met een parachute uit een vliegtuig. Maar wanneer ken je iemand?

Deze ideale man onthulde al gauw dat hij een crimineel verleden had. Hij pleegde als boze, blowende Arnhemse puber in 1994 met drie vrienden vier gewapende overvallen. Hij werd ervoor veroordeeld en zat in de bak. Bijna een jaar lang.

Lees ook: Radiomaker Eva Moeraert onderzocht de zelfdoding van haar 18-jarige ex-vriendje

Aanvankelijk liet Wals, na een kort moment van verwarring waarin ze van schrik moest lachen, deze informatie van zich afglijden, zo schrijft ze in De jongen die wilde mislukken. Het was immers ver voor haar tijd gebeurd, het hoefde geen invloed op haar beeld van Thomas te hebben. Maar dan ziet hij, een aantal jaren later, ineens een oude gabber uit de bak op tv, vermoord op zijn eigen stoep. Het raakt hem, en dat raakt, op haar beurt, háár: hoe kan hij zo vriendschappelijk praten over een overduidelijke boef? Wat dreef hem destijds, toen hij de roofovervallen pleegde? En heeft hij wel spijt? Zelf zegt hij ter verklaring dat hij ‘wilde mislukken’, al kwam hij uit een liefdevol gezin. Raakte hij verstikt door verwachtingen die familie of leraren van hem hadden? Had hij ‘foute vrienden’? Kwam het door groepsdruk?

Bloed tegen het plafond

Wals, die altijd al gefascineerd was door het kwaad in de mens, besluit op onderzoek uit te gaan. Ze reconstrueert twintig jaar na dato de overvallen, wat de omstandigheden waren, zoekt Thomas’ vroegere vrienden op en gaat met de slachtoffers praten. Hoe is het gebeurd en hoe kon het gebeuren? Eenduidig blijkt het antwoord op die vragen geen moment te zijn.

In De jongen die wilde mislukken, de geslaagde weerslag van Wals’ onderzoek, gaat het over schuld en schade, maar vooral ook over de werking van het menselijke geheugen. Een snackbarhouder uit Arnhem herinnert zich desgevraagd hoe ‘het bloed tegen het plafond sprietste’ toen Thomas en kompanen zijn kassa leegroofden. Overal zaten bloedspetters. De man hield er PTSS aan over. ‘Zij hebben gevangenisstraf gekregen, maar ik heb levenslang,’ stelt hij. Schokkend is het, wat door Wals’ registerende, nuchtere toon extra sterk overkomt. Maar dan blijkt een andere getuige zich geen bloed te herinneren. Wie heeft er gelijk? De een of de ander, geen van beiden, allebei? Dat laatste lijkt het beste antwoord te zijn.

Met een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad kom je er niet, zoveel wordt duidelijk. Maar waarmee dan wel? Wals’ conclusie is dat er geen conclusie te trekken is. Het kon alle kanten op, met die jongen van toen, en helaas werd het deze. ‘Ik heb nog steeds niet goed door hoe ernstig het wel niet is’, schreef Thomas zelf in 1994 in zijn gevangenisdagboek. Uiteindelijk biedt dat nog het meeste houvast: ze wisten heus wel wat ze deden, hij en die andere rotjongens, maar ze wisten het tegelijkertijd ook helemaal niet.