Opinie

Vertrek Harbers is juist, maar roept niettemin twijfels op over Justitie

misdaadcijfers

Commentaar

Het onverwachte aftreden op eigen initiatief van staatssecretaris Mark Harbers (VVD, asiel) deze week over verkeerd gepresenteerde misdaadcijfers demonstreerde hoe politiek kwetsbaar de migratiekwestie is. Maar ook hoe slecht de antennes van het ministerie van Justitie staan afgesteld op de buitenwereld. De soms xenofobe politieke retoriek in deze verkiezingsweek draait immers om de denkbeeldige bedreiging door asielzoekers. Daar tegenover staat dan een staatssecretaris wiens missie het bieden van ‘transparantie’ over vreemdelingen is, juist met het doel steun voor asiel te behouden. En dan slaagt men er dus niet in om misdaadcijfers correct, volledig en genuanceerd over te brengen.

Achteraf is het moeilijk te begrijpen waarom er intern kennelijk wel is gewezen op de risico’s van het samenvatten in een top 10 van de in totaal 4.600 geregistreerde verdenkingen, zoals Harbers deze week in een laat stadium ontdekte. En dat daarmee vervolgens niemand iets deed. Niet de eindsamenstellers van de ‘Rapportage Vreemdelingenketen’. Maar ook niet Harbers zelf, die toch bekend staat als een zakelijk bestuurder met oog voor detail.

Was dat onnozelheid, de naïviteit van de ‘beste bedoelingen’ of een intern opzetje? Harbers kon het niet zeggen, wilde zijn ambtenaren, terecht, publiek niet afvallen en nam er politiek de verantwoordelijkheid voor. Zijn aftreden was in die zin correct en tijdig, maar ook bijzonder door de wijze waarop. Hij vroeg de Kamer om een snel debat, met de mededeling vooraf dat het zijn laatste zou zijn „in deze functie”. Daarmee was een beslissend oordeel van de Kamer overbodig geworden – de staatssecretaris had er zelf geen vertrouwen meer in. Het debat werd aldus een exitgesprek met iemand die al buiten stond.

Netto resultaat is dat dit ministerie hiermee z’n dubieuze reputatie versterkt als gesloten, manipulatief naar media en wetenschap en sterk imago-gericht. Het ging hier ook nog over een blunder die gemakkelijk voorkomen had kunnen worden. Door van de 4.600 verdenkingen, verdeeld over 73 categorieën, alleen de tien meest voorkomende te benoemen, ontstond meteen een restcategorie van 1.000 incidenten en 63 soorten ‘overige’ misdrijven. Je hoeft geen genie te zijn om te voorspellen dat dit vragen oproept. Zeker als de toelichting namens het kabinet beperkt wordt tot de nietszeggende mededeling dat dit een „veelheid van andere soorten” betrof, die „enkele tientallen malen” tot „een enkele keer” voorkwamen.

Statistisch is die logica wel te volgen, politiek is het op zijn minst onnozel. Het contact met de Kamer was al meer dan wantrouwend. Dat werd bevestigd toen bleek dat er ook 31 registraties van ‘doodslag/moord’ waren. Dat dit in werkelijkheid om 25 verdenkingen ging, waarvan 21 pogingen en één voltooid delict (dus één daadwerkelijk slachtoffer), kwam pas later naar voren. Maar toen had Harbers de strijd om de beeldvorming al verloren.

Harbers op ‘asiel’ gaat de geschiedenis als de staatssecretaris die de gewortelde Armeense kinderen Lili en Howick pas op het laatste moment toeliet. Die mede als gevolg daarvan de discretionaire bevoegdheid voor humanitaire toelatingen voortaan overliet aan de directeur van de IND. Die tegen zijn zin een kinderpardon-akkoord sloot. En die een overbelaste, onderbezette en problematisch functionerende immigratie- en naturalisatiedienst achterlaat. En dus viel over een „verkeerde afweging” met een misleidende misdaadstatistiek tot gevolg.