Veel gemeenten halen doelstelling voor beschutte werkplekken niet

Landelijk is het aantal werkplekken voor mensen met een handicap verdubbeld, maar de doelstelling is lang niet gehaald.

Mensen aan het werk op de Sociale Werkplaats Patijnenburg.
Mensen aan het werk op de Sociale Werkplaats Patijnenburg. Foto Roos Koole/ANP

Mensen met een arbeidshandicap kunnen steeds vaker een zogeheten beschutte werkplek vinden, maar nog niet vaak genoeg. Dat heeft staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) donderdag per brief aan de Tweede Kamer laten weten. Gemeenten zijn verplicht de plekken te regelen, en hebben daar volgens Van Ark ook voldoende budget voor. Tussen de gemeenten blijken bovendien „grote verschillen” te bestaan.

Beschutte werkplekken zijn bedoeld voor werknemers die door een handicap meer aanpassingen aan hun arbeidsplaats nodig hebben dan normaal gesproken van een werkgever te verwachten is. Eind 2018 hadden zo’n 2.500 mensen een dergelijke plaats gevonden, blijkt uit de cijfers. Dat is een „sterke toename” ten opzichte van een jaar eerder, maar veel minder dan het voorgenomen aantal van 4.600.

Gemeenten

De gemeenten moeten sinds de invoering van de regeling in 2017 zelf beschut werk organiseren. Bij de ene gemeente verliep dat beter dan bij de andere, schrijft Van Ark. Sommige gemeenten regelden aanvankelijk zelfs helemaal niets. Burgers die daar last van hadden, kunnen zonder tussenkomst van de gemeente zelf aan het UWV om een oordeel vragen. Gemeenten moeten positieve adviezen vervolgens in principe overnemen. Het aantal mensen dat van het UWV een positief advies kreeg is meer dan 4.000.

Van Ark zegt dat gemeenten van elkaar kunnen leren hoe ze meer beschutte werkplaatsen kunnen vinden. Onder meer de samenwerking met het UWV, de begeleiding van de mensen die aan het werk gaan en de omzetting van tijdelijke contracten naar permanente aanstelling kan in sommige gemeenten beter. Bestuurder bij vakbond CNV Willem Jelle Berg noemt de verschillen een „gotspe”.

Volgens de staatssecretaris vindt er naar de regeling „voortdurend onderzoek en monitoring plaats”, zoals de eindevaluatie van de Participatiewet die dit najaar verschijnt. CNV-bestuurder Berg: „Staatssecretaris Van Ark moet deze gemeentes hard aanspreken op hun wettelijke plicht. In plaats daarvan beloont ze hen door uitstel te geven en weer het zoveelste onderzoek in te stellen.”