Opinie

    • Floor Rusman

Vandaag zijn we allemaal nationalisten

Floor Rusman

Vandaag mogen we stemmen voor het parlement van de ever closer union, hoewel die als het aan de Tweede Kamer ligt niet langer ever closer zal zijn. De motie van SP en SGP om deze zinsnede te schrappen uit het Europees Verdrag, is eind april aangenomen. Hoewel uitersten op het politieke spectrum vormden SP en SGP in dit geval geen vreemd bondgenootschap: van beide is de euroscepsis bekend.

Toch zag ik er ook een meer recente trend in: de normalisering van liefde voor de natiestaat. De motie werd gesteund door populistisch rechts (FVD, PVV), maar ook door gematigd rechts (VVD, CDA) en systeemkritisch links (PvdD). De PvdA is met Frans Timmermans nog ferm pro-integratie, maar partijleider Asscher bekritiseerde eerder het vrije verkeer van personen. Ook lanceerde hij de term ‘progressief patriottisme’, een soort gezellig, inclusief nationalisme.

„Het is interessant om te zien’’, schrijft de Israëlische oud-minister Yael Tamir in het onlangs verschenen Why Nationalism, „hoe conservatieven en sociaal-democraten zich nu verzamelen rondom de natiestaat”. Tamir, zelf een sociaal-democraat, houdt in dit boek een pleidooi voor een links nationalisme dat solidariteit binnen de natiestaat versterkt. „Globalisme” is er niet in geslaagd nationalisme te vervangen, schrijft ze, omdat het de basale menselijke behoeften niet bevredigt: het verlangen naar (onder andere) autonomie, geworteldheid, stabiliteit en gemeenschapszin.

Ik hoorde Yael Tamir vorige maand spreken op een wetenschappelijke conferentie over migratie en multiculturalisme met zowel ‘rechtse’ als ‘linkse’ sprekers. David Goodhart, de Britse Paul Scheffer, herhaalde er wat hij in 2004 al schreef in zijn bekende essay ‘Too Diverse: dat solidariteit en open grenzen moeilijk samengaan, en dat de natiestaat essentieel is voor de democratie.

Opvallend was dat de multiculturalisten op de conferentie de natiestaat óók belangrijk vonden. Socioloog Tariq Modood noemde zichzelf uitdrukkelijk „een Britse multiculturalist”; politiek filosoof Will Kymlicka benadrukte dat de liberale democratie de natiestaat nodig heeft.

Lange tijd werd de natiestaat gezien als achterhaald en zelfs gevaarlijk: om nieuwe oorlogen te voorkomen moesten nationale gevoelens vooral niet worden aangewakkerd. Hoe anders is dat nu: niet alleen populistische politici, maar ook tot op het bot genuanceerde wetenschappers vinden de natiestaat het verdedigen waard.

Kijk alleen al naar de media de afgelopen tijd. „We hadden het praten over de natie niet aan rechts moeten overlaten”, aldus de Britse historicus Timothy Garton Ash in de Volkskrant. De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev zei het in De Groene Amsterdammer als volgt: „Als liberalen iets moeten doen is het hun houding tegenover nationalisme heroverwegen.” De Amerikaanse politicoloog Mark Lilla vorig jaar in de Volkskrant: „Links moet het idee van de natiestaat terugveroveren.”

Foreign Affairs wijdde vorige maand een heel themanummer aan ‘het nieuwe nationalisme’, en ook daarin ging het niet alleen over populistisch rechts. Socioloog Andreas Wimmer beschreef bijvoorbeeld hoe bijna iedereen, zowel op rechts als op links, de basale uitgangspunten van het nationalisme onderschrijft (waarbij hij nationalisme definieerde als nationale zelfbeschikking). „Op enkele uitzonderingen na zijn we tegenwoordig allemaal nationalisten”, aldus Wimmer.

Zo bezien is het bijzonder dat de SP-SGP-motie in een opiniestuk door vijf oud-ministers „ronduit schokkend” werd genoemd. Zo schokkend is het niet dat mensen zich afvragen waar ‘ever closer’ eindigt, zeker niet tegen de achtergrond van deze herwaardering van de natiestaat.

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.