Recensie

Recensie

De woede-uitbarsting die leidde tot een hechte vriendschap

Ad ten Bosch In zijn autobiografie komt literair Nederland als in een circusoptocht voorbij. Maar het verslag van zijn vriendschap met Ida Gerhardt stijgt er boven uit.

Ida Gerhardt signeert haar bundel De adelaarsvarens in boekhandel Van Someren en Ten Bosch, in november 1988, terwijl Ad ten Bosch meekijkt.
Ida Gerhardt signeert haar bundel De adelaarsvarens in boekhandel Van Someren en Ten Bosch, in november 1988, terwijl Ad ten Bosch meekijkt. Foto Ab van der Kloot

‘Je ruikt het papier, je ruikt de inkt, je voelt het boek in je handen, je voelt het papier bij het blad omslaan, je ziet de glans van het licht op de strijklaag.’ Als in een gedicht beschrijft Ad ten Bosch de sensatie van het lezen van een in lood gedrukte poëziebundel van Ida Gerhardt in zijn autobiografie De IJssel stroomt feller dan de Amstel. Herinneringen van een boekverkoper, uitgever en schrijver. Het is een heerlijk egodocument vol anekdotes over de schrijvers en uitgevers die hij als boekhandelaar in Zutphen en uitgever in Amsterdam heeft ontmoet. Soms wordt er genadeloos met ze afgerekend, maar meestal beschrijft Ten Bosch ze met sympathie. Hilarisch is onder meer het verslag van zijn vriendschap met de excentrieke, homoseksuele uitgever Johan Polak, die iedere jongeman van diens homoseksualiteit probeerde te overtuigen (‘Je weet het misschien nog niet, maar…’) en een ongegeneerde hekel aan vrouwen had (‘Een vrouw hoeft niet mooi te zijn, als ze maar dom is.’).

Mild is Ten Bosch met name voor Harry Mulisch en Jeroen Brouwers, die hij soms ontroerend scherp portretteert. En Jan Siebelink blijkt nog aardser te zijn dan je al dacht als hij Ten Bosch na afloop van een drinkgelag naar de dichtstbijzijnde Zutphense bordelen vraagt.

De beste passages in De IJssel stroomt feller dan de Amstel gaan echter over Ten Bosch’ grillige vriendschap met Ida Gerhardt. Hij leert de dichteres in 1979 kennen als ze het personeel in zijn boekhandel staat uit te foeteren. Als hij zich in de discussie mengt, maakt ze zich bekend. Hij heeft weliswaar van haar gehoord, maar kent haar werk niet. Gerhardt is woedend, omdat haar nieuwe bundel Het sterreschip niet in zijn winkel te koop is, maar wel in de andere Zutphense boekhandels ligt. Hij beseft dat hij vergeten is hem in te kopen en belooft het goed te maken. Nog dezelfde avond verdiept hij zich in haar eerdere werk. De volgende dag krijgt hij een kaartje van haar met de aankondiging van de uitgever dat Het sterreschip op de dag van hun kennismaking in zijn winkel is verschenen. Het is het begin van een vriendschap die tot aan haar dood duurt.

Familieruzie

Toch is De IJssel stroomt feller dan de Amstel meer dan een verzameling herinneringen aan het literaire bedrijf. Zo leest het ‘Vooraf’ in dit boek bijna als opmaat van een roman over Zutphen en de boekhandel van zijn vader. Het begin van het eerste hoofdstuk doet zelfs denken aan het werk van R.J. Peskens: ‘Op 5 maart 1951 kwam ik in een onrustig gezin ter wereld. Binnen de familie werden we ‘‘De Italianen” genoemd.’ Ook is er het nodige drama, want de familie bewaart een geheim. Zo heeft Ten Bosch’ moeder een dochter uit een eerder huwelijk met een SS-officier, die na afloop van hun huwelijksreis aan het Oostfront is gesneuveld. Als Ten Bosch de waarheid achterhaalt en er een roman over schrijft, levert dat hem een brouille op met zijn broer.

Lees ook de recensie van Ad ten Bosch debuutroman uit 1994: Leven als voortvluchtige

Aanvankelijk wilde Ten Bosch niet deugen. Mislukt op de HBS en met een diploma van de grafische school op zak, vertrekt hij snakkend naar avontuur naar Canada. Hij werkt er bij een grote uitgeverij en rijdt op vrachtwagens bij een kopermijn. Ook ontdekt hij het werk van Cheever, Fante en Salinger, en begint hij zelf te schrijven.

Na een amoureus intermezzo in Mexico keert hij terug naar Nederland, waar hij na de dood van zijn vader diens boekhandel overneemt. Die winkel wordt steeds meer zijn thuis. Op zolder kan hij zich er terugtrekken om over de daken van het middeleeuwse Zutphen te staren. Hier komt niemand hem te na. De liefde voor die winkel en zijn geboortestad is dan ook het andere verhaal dat hij vertelt.