Recensie

Recensie Boeken

Hoe zeven landen in de moderne tijd zijn omgegaan met acute of sluipende crises

Jared Diamond In zeven studies van steeds 35 bladzijden laat alleskunner, globetrotter en bestsellerauteur Diamond als vergelijkend historicus zien ‘hoe zeven staten omgaan met crisis en verandering’, van Finland tot Australië.

Europa probeert Rusland en Japan uit elkaar te houden aan de vooravond van de Russisch-Japanse oorlog van 1904
Europa probeert Rusland en Japan uit elkaar te houden aan de vooravond van de Russisch-Japanse oorlog van 1904 Illustratie Universal History Archive / UIG via Getty Images
    • Dirk Vlasblom

Finland heeft van alle Europese landen de langste grens met Rusland. Toch heeft het, anders dan de gewezen Oostbloklanden, na de Tweede Wereldoorlog weten te ontkomen aan bezetting. Ook bezit het een hoogopgeleide bevolking en een economie die hoogwaardige technologische producten voortbrengt, met relatief kleine verschillen in inkomens en vermogens. Een verrassend succesverhaal.

In zijn jongste boek, Omwenteling, beschrijft de Amerikaanse bestsellerauteur Jared Diamond wat Finland heeft geleerd van de grootste crisis uit zijn geschiedenis: de Sovjet-inval van 1939 en de twee oorlogen die het daarna met wisselend succes voerde. Die les was een naoorlogs buitenlands beleid dat in het Westen misprijzend is afgedaan als ‘finlandisering’, lees: rekening houden met de gevoeligheden en veiligheidsobsessies van het grote buurland. Finland is één van de zeven studies waarin Diamond onderzoekt hoe landen in de moderne tijd zijn omgegaan met acute of sluipende crises.

Jared Diamond (1937) is een hedendaagse uomo universale. Hij begon zijn wetenschappelijke loopbaan als fysioloog, ontwikkelde zich tot evolutionair bioloog en uiteindelijk tot antropoloog. In Los Angeles doceert hij geografie, een vak waarin hij zijn wereldomspannende belangstelling kan botvieren. Daarnaast werpt hij zich op als docent voor een wereldpubliek. In de tweede helft van zijn loopbaan begon hij populair-wetenschappelijke boeken te schrijven over grote thema’s als de menselijke evolutie, de wereldwijde opmars van Euraziatische volken en de ondergang van beschavingen door aantasting van hun natuurlijke milieu.

Diamond houdt zijn lezers een spiegel voor en maant hij tot bescheidenheid – het westerse succesverhaal zou goeddeels berusten op gunstige omstandigheden; de aantasting van het milieu neemt gevaarlijke vormen aan; de individualisering van de westerse mens is doorgeslagen.

In Omwenteling ontpopt hij zich tot vergelijkend historicus. De ondertitel preciseert zijn onderwerp: ‘Hoe staten omgaan met crisis en verandering’. De landen die hij behandelt zijn Finland, Japan, Chili, Indonesië, Duitsland, Australië en de Verenigde Staten. Hij baseert zich daarbij op bestaande studies.

Verhalende hoofdstukken

Diamond is een globetrotter met een internationale kennissenkring en haalt voortdurend ‘vrienden’ aan, een jammer genoeg oncontroleerbare bron. Al die informatie weet hij in te dikken tot verhalende hoofdstukken van zo’n 35 pagina’s zonder dat de leesbaarheid eronder lijdt.

De systematiek van het boek ontleent hij aan zijn echtgenote, een psychotherapeute. Van haar leerde hij dat mensen persoonlijke crises (verlies, ontslag, echtscheiding) doorstaan door selectief te veranderen. In het eerste hoofdstuk behandelt hij de factoren die van invloed zijn op de verwerking van die crises, zoals afbakening van het probleem, hulp vragen aan anderen, leren van de manier waarop anderen crises het hoofd boden, een realistisch zelfbeeld, flexibiliteit en vasthouden aan kernwaarden.

Diamond denkt dat dezelfde factoren naties in crisis beïnvloeden en hij legt zijn zeven landen langs deze therapeutische meetlat. Dat is een aanvechtbare procedure – hij geeft zelf toe dat bij nationale crises ook andere factoren in het spel zijn, zoals instellingen, collectieve besluitvorming, leiderschap, de vraag of verandering wordt gezocht door revolutie of een vreedzame oplossing en bereidheid tot verzoening tussen conflictpartijen.

Soms ligt Diamonds voorbeeldkeuze voor de hand, zoals in het geval van Japan. Na een zelfgekozen isolement van drie eeuwen beleefde dat land halverwege de negentiende eeuw een schok toen het door een Amerikaans vlooteskader werd gedwongen zijn havens open te stellen voor handelscontacten met de buitenwereld. Het reageerde daarop met een ingrijpend moderniseringsprogramma. Diamond beschouwt dit als een geslaagde verandering, selectief, met behoud van het eigene.

In de twintigste eeuw leden Japan en Duitsland nederlagen in door hen ontketende wereldoorlogen. Beiden wisten daarvan te herstellen, maar Duitsland slaagde daar volgens Diamond beter in dan Japan. Dat laatste land heeft, zegt hij, nooit de verantwoordelijkheid genomen voor zijn oorlogsdaden, zoals Duitsland wel deed, en wordt nog steeds gewantrouwd in Korea en China, slachtoffers bij uitstek van het Japanse militarisme. Hoewel de Japanse bevolking al een tijdje krimpt, laat het land nauwelijks immigranten toe en dat geeft te denken, vindt Diamond.

Indonesië en Chili kenden interne spanningen die in 1965 en 1973 tot uitbarsting kwamen in militaire machtsgrepen en moordpartijen. Beide landen hebben intussen democratisch gekozen regeringen. Toch heeft Indonesië de massamoord op de linkerzijde, waaraan vele gewone burgers meededen, nooit onder ogen willen zien, en blijft in Chili het leger een machtige factor op de achtergrond. Minder voor de hand liggende voorbeelden van nationale crises zijn Australië en de VS.

Australië waande zich tot de Tweede Wereldoorlog veilig achter de Britse militaire basis in Singapore. Toen die op 15 februari 1942 bezweek onder de Japanse opmars en de stad Darwin vier dagen later werd gebombardeerd door Japanse vliegtuigen, wankelde het Australische zelfbeeld als verre voorpost van de Britse beschaving in de Stille Oceaan. Daarna, zegt Diamond, voltrok zich een decennialange her-oriëntering. Raciale superioriteitsgevoelens jegens de eigen inheemse bevolking en de volken van Azië maakten geleidelijk plaats voor het besef dat ’s lands toekomst ginds ligt en er werden voor het eerst immigranten uit Azië en de Pacific toegelaten.

Het grote geld

De VS verkeren volgens Diamond in een sluipende crisis. Het land heeft alles mee – de grootste economie ter wereld, veilige kusten, vruchtbare landbouwgronden, een grote, productieve bevolking en een democratisch bestel. Het dreigt zijn voorsprong echter te verspelen door een snel groeiende ongelijkheid in inkomens en vermogens en een toenemende maatschappelijke polarisatie. Diamond wijt het afnemende vermogen om politieke compromissen te sluiten onder meer aan de rol van het grote geld in verkiezingscampagnes. Grote donoren, zegt hij, zetten hun geld bij voorkeur op voorvechters van uitgesproken doelen. Ook het grote publiek raakt steeds meer gevangen in mediamieke ‘bubbels’, waarin het alleen de argumenten van de eigen partij hoort. Sociale contacten worden minder onderhouden door solitaire vormen van amusement en tijdverslindende communicatie via sociale media. En door het toenemende particuliere wapenbezit neemt het geweld toe. De VS schrijven hun maatschappelijke problemen vooral toe aan externe factoren, zoals de handelspraktijken van China en de toestroom van immigranten. Leren van anderen is er niet bij, zo worden West-Europese sociaal-economische modellen al te gemakkelijk weggezet als ‘socialisme’. Diamonds nieuwe boek is vooral interessant door de zeven casestudies. Daaruit kan iedere lezer zijn eigen conclusies trekken, het materiaal is er rijk genoeg voor. De auteur zelf vindt er eens te meer munitie in voor pittige cultuurkritiek op zijn eigen land.