Een bord vol voedselvragen

Expositie Kijk eens buiten je bord, dan zie hoe complex ons voedselsysteem is. In Londen zijn ideeën voor de toekomst te zien. Waterloze wc’s, kosmopolitische kippen, bloedworst van levende varkens.

Mechelse Padovana, 23ste generatie Kosmopolitische Kippen van Koen Vanmechelen.
Mechelse Padovana, 23ste generatie Kosmopolitische Kippen van Koen Vanmechelen. © Koen Vanmechelen

Zou je cheddar eten, gemaakt met oorsmeer van Suggs, de zanger van Madness? Of neusgat-schaamhaar-comté van de beroemde chef-kok Heston Blumenthal? En waarom mag je wel bloedworst maken van een dood varken maar mag je hier geen bloed van een levend varken voor gebruiken? Hoe is het om op een wc van koeienpoep te zitten, of te eten van servies van gebruikt wc-papier?

Dat soort gedachten komen boven op de tentoonstelling Food: bigger than the plate, in het Victoria & Albert Museum in Londen.

Het museum, dat vijfduizend jaar design, kunst en objecten over het dagelijks leven in huis heeft, stelt met deze tentoonstelling een nauwelijks te behappen vraag: in welk voedselsysteem hebben we onszelf de afgelopen eeuw gemanoeuvreerd en hoe komen we daar in vredesnaam weer uit? Het is opvallend hoeveel aandacht er de laatste jaren in musea is voor voeding. Fotomuseum Foam in Amsterdam bracht begin dit jaar Feast for the Eyes. In Lisse opende in januari LAM, het privémuseum van supermarktman Jan van den Broek met kunst over eten en consumentisme, in het Bossche Design Museum was Food is Fictie te zien – om drie Nederlandse voorbeelden te noemen. Soms relevant, maar vaak is ‘eten’ wel een erg makkelijk haakje om publiek te trekken.

Het V&A in Londen heeft een naam hoog te houden. Food: Bigger than the Plate is geen gemakzuchtige tentoonstelling, geen tussendoortje. De makers stellen grote vragen over grote thema’s. Het antwoord vind je niet, met de beperkte ruimte en tijd die zo’n tentoonstelling biedt. Die museale grenzen zullen de curatoren ook dwars hebben gezeten. Ze kozen ervoor voorbeelden laten zien van creatieve oplossingen en van kunst die deze grote kwesties verbeeldt.

Bij binnenkomst loop je meteen tegen twee wc’s aan: ‘Loowatt’ is geen kunst, deze wc’s worden gebruikt in landen waar water schaars is. Uitwerpselen worden niet doorgespoeld maar opgevangen en tot mest of biogas verwerkt. Zo begint ‘Food’ aan het einde van de voedselcyclus, om maar meteen de ‘flush and forget’-mentaliteit aan de orde te stellen. Want waarom doortrekken als het einde ook een nieuwe begin kan zijn?

Kraampje met limonade van kruiden en vruchten die geplukt zijn door Oost-Londenaren.

Foto Peter Kelleher

Kosmopolitische kippen

Van de composteerzaal kom je in het landbouw-gedeelte. Veel lijkt uitgelegd te moeten worden, in tekst en met video’s over hoe de grootschalige, mondiale landbouw die ooit een wereld zonder honger beloofde, nu het grote kwaad vertegenwoordigt: monocultuur, verlies van biodiversiteit, klimaatverandering, ontmenselijking van landarbeid.

Het oog wordt vooral getrokken naar de opgezette ‘kosmopolitische kippen’ van de Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen. Al twintig jaar kruist hij kippen van zoveel mogelijk rassen van over de hele wereld om zo een genetische smeltkroeskip te krijgen. Elke nieuwe generatie is gezonder, veerkrachtiger en minder vatbaar voor ziektes dan de vorige. En zo is die kip een metafoor voor de culturele en biologische diversiteit waar deze planeet zo naar snakt.

Dan volgen de zalen – in weer andere kleuren en sferen, alles even smaakvol vormgegeven – over handel, koken en eten. Het is zo langzamerhand een cliché om te zeggen dat consumenten niet meer weten waar hun voedsel vandaan komt, dat we het contact met de boer en het land zijn verloren. Maar de boodschap wordt concreet als je ziet hoeveel stempels een banaan krijgt als hij een paspoort zou hebben.

Bij een kraampje wordt limonade uitgedeeld van kruiden en fruit, geplukt door bewoners uit Oost-Londen. Vroeger trokken arme Londenaren ’s zomers naar Kent, ten oosten van de Britse hoofdstad, als ‘hop pickers’. De begeleidende video maakt duidelijk welke fratsen er nu moeten worden uitgehaald om de minder geprivilegieerde stedeling naar buiten te krijgen – en impliciet een andere voedselmoraal mee te geven. Arbeiders, immigranten en bejaarden worden met een bus naar de rand van de stad gereden om daar aan het plukken te slaan voor hun zelfgemaakte limonade. Verandert dit iets aan hun levens? Het maakt in elk geval geen einde aan de noodzaak om hun gezinnen te voeden met het overbewerkte voedsel van de Tesco op de hoek.

Kazen van beroemde bacteriën, zoals uit de neus en het schaamhaar van chef-kok Heston Blumenthal.

Foto Peter Kelleher

Zó veel en zó complex

Wat voor de één een hoopgevend experiment is, kan voor de ander het bewijs zijn dat we met goedbedoelde hipsterprojecten de wereld niet gaan redden. Daarvoor is de macht over ons voedsel te ongelijk verdeeld. Voedsel is grotendeels een bulkproduct, onderhevig aan speculatie en handelspolitiek. Mensen voeden is bijzaak geworden – zo staat in het tentoonstellingsboek, dat meer manifest dan catalogus is. Treffend beeld daarbij is de poster van de Mexicaans-Amerikaanse mensenrechtenactivist en kunstenaar Ester Hernandez. Ze maakte van het iconische rood-gele rozijnendoosje van Sun-Maid varianten waarop de lachende plukster een skelet is, met teksten die het gebruik van pesticiden en de uitbuiting van de landarbeiders bij de druiventeelt in Californië (VS) aan de kaak stellen.

Het is niet moeilijk om de tentoonstelling te verlaten met een zwaar gemoed. Het is zó veel, het is zó complex, oplossingen zijn zó ver weg. Waar is hier de nooduitgang?

Lees ook: Met het klimaat aan tafel

Maar onderweg naar de museumwinkel is er nog genoeg om een goed humeur van te krijgen, zoals die koelkastjes met schimmelkazen van Christina Agapakis, de wetenschapper die op humoristische wijze duidelijk maakt dat we zijn wat we eten, of eten wat we zijn. De bacteriën die gebruikt worden om kaas te maken, zijn niet zo anders dan de bacteriën die we zelf bij ons dragen. Maar iedereen heeft zijn eigen samenstelling, en elk setje geeft een karakteristieke geur en smaak.

Nog even had iemand gespeeld met het idee om sir David Attenborough-kaas te maken, vertelt directeur Tristram Hunt voor de opening. Maar Hunt durfde het verzoek waarin de gelauwerde televisiebioloog werd gevraagd wat tenenkaas af te staan, niet te ondertekenen. Daar is het V&A véél te keurig voor.

Food: Bigger than the Plate, Victoria & Albert Museum, Londen. T/m 20 oktober. Inl: vam.ac.uk.