Charles Leclerc is een supertalent met de littekens van verlies

Formule 1 Monegask Charles Leclerc (21) is een toptalent in de Formule 1. Het overlijden van twee dierbaren heeft hem sterker gemaakt.

Ferrari-coureur Charles Leclerc in zijn thuisstad Monte Carlo. Hij groeide op nog geen honderd meter van het circuit op.
Ferrari-coureur Charles Leclerc in zijn thuisstad Monte Carlo. Hij groeide op nog geen honderd meter van het circuit op. Foto Boris Horvat/AFP

Op de plek waar Charles Leclerc in zijn Ferrari zondag aan de race door de straten van Monte Carlo begint, pakte hij vroeger de bus naar school.

Hij is Monegask. Geboren en getogen. Woonde op zo’n honderd meter van waar elk jaar die snerpende motoren van Formule 1-auto’s klinken. Een échte Monegask, geen import, zoals al zijn collega-coureurs die er voor vele miljoenen euro’s appartementen kochten. Er wonen veel ‘normale’ mensen, maar genoeg buitenstaanders die waanzinnige bedragen overhebben voor hun plekje daar.

De familie van Leclerc (21), samen met de twee weken oudere Max Verstappen onbetwist het grootste talent in de Formule 1, was precies dat: normaal. Moeder Pascale was kapper, die – het blijft Monaco – onder anderen oud-coureur David Coulthard als klant had. Vader Hervé was in de jaren tachtig zelf coureur, maar reikte niet verder dan de Formule 3.

Hij was het die een driejarige Charles op een dag dat die niet naar school wilde, meenam naar een kartbaan in Brignoles, zo’n 150 kilometer buiten Monaco. Het was de kartbaan van Philippe Bianchi, vader van oud-Formule 1-coureur Jules. De families Leclerc en Bianchi, uit het nabijgelegen Nice, waren heel hecht.

Kartkampioen

De jonge Leclerc zei op de weg terug dat hij niets anders meer wilde dan racen. Dus zat hij al voor zijn vierde in een kart. Hij begon in 2005 – hij was toen zeven – met competitief karten en won dat jaar meteen het Franse kampioenschap. Hij deed dat nogmaals in 2006 en 2008.

In zijn latere kartjaren waren Leclerc en Verstappen grote rivalen. In 2013 werd Leclerc tweede in het wereldkampioenschap achter de Nederlander. Online staan nog mooie beelden uit 2012 van een boze Verstappen die Leclerc verwijt hem van de baan te hebben geduwd. Leclerc, toen ook al de rust zelve, zegt vervolgens kalm dat er niets aan de hand was: race-incident, kan gebeuren.

Op dat moment had hij het al aan Jules Bianchi te danken dat hij nog kon rijden. In 2010 was het geld bij de Leclercs op. Bianchi, acht jaar ouder en toen zelf groot talent, koppelde hem toen aan diens manager Nicolas Todt, zoon van Jean Todt, de huidige baas van autosportfederatie FIA. Zo kon hij verder. Todt is nog steeds manager van Leclerc.

In 2015 kwam Leclerc in de Europese Formule 3 terecht bij het team van Frits van Amersfoort. Die had het jaar ervoor al Verstappen onder zijn hoede gehad. „Charles hoort bij de kleine groep uitzonderlijke talenten, net als Max”, zegt Van Amersfoort. „Ik zag het na één testdag in Valencia al. Hij was meteen in control, van zichzelf snel. Zulke jongens beginnen al bijna volmaakt.”

Dat jaar overleed Jules Bianchi op 25-jarige leeftijd aan de gevolgen van een ernstige crash in oktober 2014 tijdens de Formule 1-race in Japan, Leclerc verloor zijn goede vriend, die ook zijn peetvader was. Een ongelofelijk gemis voor de jonge Leclerc. Van Amersfoort denkt achteraf dat het wellicht had bijgedragen aan zijn mindere tweede seizoenshelft in de Formule 3.

Twee jaar later kreeg Leclerc de volgende klap. Vader Hervé overleed na een lang ziekbed. Uitgerekend voor de eerste race van Leclerc – inmiddels in de Formule 2 – in de eigen straten van Monaco werd zijn vader in coma gebracht. Een maand later, vlak voor het raceweekend in Baku, overleed hij.

De twee races daar zouden de beste van het jaar worden. Hij nam een voorschot op zijn dominante titel. De dood van zijn vader heeft hem veranderd, zei Leclerc deze maand tegen The Guardian. „Maar mentaal ben ik sterker dan ik was.”

Lees ook: Geen coureur is veilig in de straten van Monaco

Leugentje

Vlak voordat zijn vader overleed, had Leclerc nog tegen hem gelogen om hem blij te maken. Hij vertelde dat hij had getekend bij een Formule 1-team, zijn vaders grote droom. Maar zover was het toen nog niet, al leek het snel te gaan gebeuren.

De toekomst voor Leclerc leek al duidelijk, toen hij daadwerkelijk het jaar erna in de Formule 1 kwam. Ferrari, waar Leclerc al jaren junior was, zag in hem de opvolger van Kimi Raikkonen. Dochterteam Alfa Romeo-Sauber zou zijn testomgeving worden.

Ook op het hoogste niveau waren vorig jaar zijn kwaliteiten zichtbaar. Hij reed in een ondermaatse auto tien keer in de punten, met een zesde plek in Baku als beste resultaat. Hij was ook duidelijk beter dan zijn ervaren teamgenoot Marcus Ericsson.

Na nog geen jaar werd Leclerc goed genoeg bevonden voor het grote Ferrari, waarmee een wens van de overleden topman Sergio Marchionne werd gehonoreerd, die erg gecharmeerd is van Leclerc.

Dit jaar bezorgt Leclerc het worstelende Ferrari al vanaf het begin kopzorgen, doordat hij zich minstens gelijkwaardig aan viervoudig wereldkampioen Sebastian Vettel toont. De Duitser is immers al jaren hun troef voor een nieuwe wereldtitel.

Het talent van Leclerc wordt geroemd, maar ook zijn enorme weerbaarheid en volwassenheid. Hij werd overladen met complimenten toen-ie in Bahrein op weg leek naar zijn eerste overwinning, maar door een motorprobleem slechts derde werd. Hij was niet boos, niet verdrietig. „Hij heeft zich toen een enorm sportman getoond”, zegt Van Amersfoort.

Leclerc is ook altijd zelfkritisch. „Ik zoek altijd mijn zwakke punten, daar word ik beter van”, zei hij vorig jaar in de podcast Beyond the Grid.

Een goed voorbeeld was de race in Baku, eind april. Daar reed hij in de kwalificatie door een fout in de muur. „I am stupid, I am stupid”, klonk het meteen over de boordradio. „Het kenmerkt hem”, zegt Van Amersfoort. „Hij zoekt het altijd bij zichzelf. Minder grote coureurs kunnen niet in de spiegel kijken.”

Met vier vijfde plekken, één derde en zeven punten achterstand op teamgenoot Vettel begint Leclerc zondag aan een thuisrace die om zoveel redenen voor hem bijzonder is. Niemand die zo gebrand is op een mooi resultaat in Monaco als de man uit Monaco.