Steeds moet ‘nobody’ Roglic afrekenen met scepsis

Primoz Roglic De Sloveense wielrenner Primoz Roglic is een laatbloeier. Een alleskunner die zijn verleden als schansspringer tot handelsmerk maakte.

Primoz Roglic in actie tijdens de negende etappe van de Giro, een tijdrit naar San Marino.
Primoz Roglic in actie tijdens de negende etappe van de Giro, een tijdrit naar San Marino. Foto Alessandro Di Meo/EPA

De middelmatige skivlieger uit Slovenië wilde dan maar de beste wielrenner ter wereld worden. Reken maar dat Primoz Roglic (29) bij aanvang van zijn wielerloopbaan met de nodige scepsis werd onthaald. Want er zijn geen voorbeelden van renners die op hun 23ste pas voor het eerst op een racefiets zitten en binnen de kortste keren een peloton profrenners op een hoop rijden. Maar steeds liet Roglic zijn benen spreken. Zijn tests spraken voor zich.

Na de winter van 2011 vindt Roglic, geboren in de Sloveense steenkoolstad Trbovlje en net als alle skispringers opgeleid op het France Preseren-sportgymnasium in Kranj, het genoeg geweest. Als junior wordt hij met de nationale ploeg wereldkampioen, maar daarna blijven de resultaten uit. Hij krijgt bovendien steeds vaker last van zijn knieën, door de klappen die hij moet opvangen bij de landing na soms meer dan 100 meter vliegen op hoge snelheid. Op 16 januari 2011 springt Roglic zijn laatste wedstrijd in het Poolse Szczyrk. Hij wordt roemloos zeventiende op de 106-meterschans.

Roglic heeft het gymnasium niet afgemaakt, dus moet hij op zoek naar een baan. Hij gaat schoonmaken in hotels en kantoorpanden. Van zijn vader leent hij geld voor een carbonracefiets, het wordt er eentje van het Sloveense merk Energia, en in zijn vrije tijd doet hij mee aan amateurwedstrijdjes. De competitiedrang in hem verdwijnt maar niet.

Roglic weet heel goed hoe hij zijn bestaan als topsporter nieuw leven in moet blazen. In het voorjaar van 2012 loopt hij ’s ochtends binnen bij Miras Kavas, de man die dan bekendstaat als dé Sloveense wielertrainer voor opkomend talent. Karas woont en werkt in Kranj, waar Roglic ook jarenlang zijn skivliegtrainingen afwerkte. De lijntjes zijn kort. „Ik kende zijn naam al”, vertelt Kavas aan de telefoon. „Bij een amateurkoers in de buurt van Kranj klokte hij 16 minuten op de klim naar Sveti Jost, twee minuten sneller dan mijn beste eliterenners daar ooit hadden gedaan. Dan heb je een bijzondere motor”.

Roglic in de roze trui bij de start van de tweede etappe van de Giro.

Foto Luk Benies/AFP

Italiaans amateurteam

Kavas brengt Roglic onder bij een bescheiden Italiaans amateurteam, Barbariga Franco Gomme geheten. Zijn nieuwe ploegmaten moeten het nog maar zien, een skispringer die hard schijnt te kunnen fietsen. Maar een paar maanden later weten ze met wie ze te maken hebben als Roglic in augustus 2012 meedoet aan de internationale wielerronde van Friuli, Venezia en Giulia. In de eerste etappe over 144 kilometer wordt hij elfde, vóór al zijn ploegmakkers. ‘Rogla’ heeft dan nog geen half jaar training in de benen. Twee dagen later rijdt hij al zijn tegenstanders op achterstand in de derde etappe, een rit over 72 kilometer met aankomst bergop in Val Resia, vlakbij de grens met Oostenrijk. Met een bowlingbal van een helm en op een slonzige fiets breidt hij zijn leidende positie in een tijdrit van 14 kilometer verder uit. Aan het eind van de week staat hij met een roze trui om zijn schouders, een medaille om zijn nek en een bos bloemen in zijn linkerhand op het podium. Hij heeft zijn eerste meerdaagse etappekoers gewonnen nog voor hij prof is.

Kavas beseft dat hij een bijzondere renner te pakken heeft, maar hij weet niet goed hoe hij hem in de markt moet zetten. „Voor mij was dit ook nieuw, een renner met zo veel talent maar zo weinig ervaring. Hij was de eerste nobody die ik aan een professioneel wielerteam moest helpen. Dus kwam ik met een verhaal over een oud-skispringer met ongetwijfeld een goede discipline, die goed op zijn gewicht lette, en die vast en zeker een goed gevoel voor aerodynamica had”.

Bijzondere fysiek

Bogdan Fink heeft de geruchten over een bijzonder wielertalent dan ook opgevangen. Hij nodigt Roglic eind 2012 uit op de sportfaculteit van de universiteit in Ljubljana, de hoofdstad van Slovenië, zeg maar het epicentrum van de Sloveense topsport. Roglic wordt in een laboratorium onderworpen aan allerhande tests en overtuigt de aanwezigen van zijn bijzondere fysiek. Fink: „Hij kwam net terug van een vakantie in Griekenland en leverde de derde test ooit af. Voor een gozer die pas anderhalf jaar op een fiets zat, was dat ongelooflijk”. Roglic tekent nog die week een contract bij Adria Mobil, een Sloveens wielerteam van pro-continentaal niveau, het een-na-hoogste, waar Fink de baas is.

In het jaar dat volgt smakt Roglic vaak tegen het asfalt. Als voormalig skispringer is hij niet bang, maar hij moet nog leren in een peloton te rijden, schouder aan schouder met zestig kilometer per uur. Gek genoeg crasht Roglic vaker ná de finish dan tijdens de wedstrijd. Kwestie van concentratie. Hij kan er zelf nog het hardst om lachen. „Door die zelfspot had hij zijn plekje in de ploeg gauw veroverd. Aan tafel maakte hij de sfeer. Hij werd de ziel van onze ploeg”, zegt Bogdan Fink.

In de drie seizoenen die Roglic bij Adria Mobil rijdt, wint hij vier etappes en twee eindklassementen, die van de Ronde van Slovenië en van Azerbajdzjan. Dat valt wereldwijd op. Roglic ontwikkelt zich met reuzensprongen als tijdrijder, klimmer, maar blijkt ook meesterdaler. Met zijn kruis op de bovenbuis van zijn frame, de knieën eromheen gevouwen en de kin zowat op het voorwiel daalt hij af, een techniek die hij leert van landgenoot Matej Mohoric. Roglic gaat in de etappekoers Coppi e Bartali in 2015 zo hard omlaag dat de grote wielerploegen na afloop komen vragen op welke banden die maffe Sloveen reed. Wat had hij dat zij niet hadden? Een leeuwenhart was het enige juiste antwoord.

Crisis bij Lotto-Jumbo

Rond die periode is er bij de Nederlandse ploeg Lotto-Jumbo crisis uitgebroken, 2015 is een beroerd seizoen geweest, met nul overwinningen in 99 koersdagen. Er is geen geld voor grote aankopen, maar toch moet er iets gebeuren, een nieuwe kopman is meer dan welkom. In zijn achterhoofd heeft ploegleider Frans Maassen een wonderlijk verhaal, maar serieus neemt hij dat in eerste instantie niet. Hij vertelt het niet eens aan zijn collega’s. Het was Bogdan Fink die hem laatst belde, de Sloveen met wie Maassen jarenlang optrok tijdens juniorenwedstrijden. Hij was op zoek was naar een manager voor een voormalig skispringer, een ruw maar groot wielertalent die bij voorkeur verder moest worden opgeleid bij een Angelsaksische ploeg. „Ik was niet gelijk overtuigd door dat rare verhaal”, zegt Maassen, „maar toen ik hem ging volgen bleek hij een groeibriljant, in wie ook Sky interesse had. We hebben de gok maar gewaagd en hem laten invliegen voor een test.”

In Amsterdam worden wederom indrukwekkende waarden gemeten, en tijdens ‘een veldtest’ van wielerploeg Lotto-Jumbo op de Els Angels-klim vlakbij de Spaanse stad Girona rijdt Roglic de snelste tijd ooit. Sneller dan Steven Kruijswijk, sneller dan Robert Gesink. Voor de derde keer in vijf jaar tijd overtuigt een vastberaden skispringer een sceptische wielerploeg van zijn fysieke mogelijkheden en dwingt hij de volgende stap in zijn carrière zelf af.

Het is 14 januari 2016 als Lotto-Jumbo op het hoofdkantoor van cosponsor Brand Loyalty in Den Bosch de nieuwe wielerploeg presenteert. Onder hen een kleine Sloveen, met sluik zwart haar. Een grote tatoeage van een kruis siert zijn rechteronderarm. Zowat geen journalist heeft oog voor hem, de aandacht gaat uit naar de gekende namen. Roglic wordt een enkele keer gevraagd te vertellen over zijn loopbaan als schansspringer, en doet dat met tegenzin. In zijn hoofd heeft hij van dat leven afscheid genomen, hoewel hij later een logo van een schansspringer op zijn frame laat spuiten. Bij huldigingen juicht hij in de beroemde Telemark-houding. Zijn verleden is zijn unieke handelsmerk geworden.

Roglic tijdens de presentatie van wielerploeg Team LottoNL-Jumbo.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Bijzonder ventje

Na afloop van de teampresentatie zou Roglic samen met de Italiaan Enrico Battaglin een paar dagen moeten overbruggen in een hotel vlak bij Schiphol, voor hij af zou reizen naar Australië voor zijn eerste koers in Nederlandse dienst. Merijn Zeeman vindt dat maar niks. De sportief directeur van wat nu Jumbo-Visma heet neemt de twee renners mee naar zijn huis in Bussum. Het drietal gaat mountainbiken in de bossen aldaar, op geleende fietsen van de lokale wielerzaak. Na het diner staat Zeeman in zijn tuin de frames van modder te ontdoen als hij de deur achter zich hoort opengaan. Het is Roglic. Hij komt helpen, terwijl Battaglin aan tafel blijft zitten. Zeeman: „Toen wist ik: dit is een bijzonder ventje.”

De Giro van 2016 start een paar maanden later met een proloog in Apeldoorn. Roglic loopt op tweehonderdste van een seconde de roze trui mis, die naar Tom Dumoulin gaat. De tijdrit in Chianti, amper een week later, wint hij wel, en met verve. Vanaf dat moment weten ze bij Lotto-Jumbo dat ze met Roglic geen knecht, maar een rasechte kopman hebben binnengehaald, die alleen nog moet leren wat drie weken afzien is. „In dat eerste jaar werd al duidelijk dat Roglic zeker geen helper is”, zegt Zeeman. „Hij begrijpt niet goed hoe hij dat moet doen, is een echte winnaar”. De Giro die Steven Kruijswijk had moeten winnen, finisht Roglic als 58ste. Er zijn dagen bij dat hij huilend op zijn fiets zit. Een grote ronde rijden vindt hij dan nog onmenselijk.

Lees ook het verhaal over Roglic’ vroege machtsgreep in de Giro

Alles is nieuw voor Roglic; zijn begeleidingsteam, het niveau van koersen, zijn ploegmakkers – die natuurlijk ook zijn atypische achtergrond kennen. Maar met zijn prestaties en beroepsernst dwingt hij respect af. In 2017 wint hij een zware bergetappe in de Tour de France, een jaar later wordt hij vierde in de eindrangschikking. Roglic maakt er geen geheim van dat hij de beste wielrenner ter wereld wil worden. Hij is bereid heel diep te gaan. Tijdens een hoogtestage in de Sierra Nevada, in aanloop naar deze Giro, sneeuwt het in april nog zo hard dat de duurtraining die op het programma staat niet door kan gaan. Roglic zet zijn frame op de rollerbank en werkt de sessie van 6 uur en 15 minuten toch af, zwetend in de hotellobby. „Hier kan ik het verschil maken”, zegt hij tegen zijn collega’s, die er aan worden herinnerd wat er nodig is om een grote ronde te winnen.

Leider van de ploeg

Meer en meer ontwikkelt Roglic zich als leider van zijn ploeg. Hij is charismatisch doch nederig, doelgericht maar met oog voor een ander – hij stuurde Floris de Tier een berichtje nadat bekend was geworden dat hij níet mee mocht naar de Giro. Bij overwinningen vieren zijn collega’s met hem mee, ze krijgen een horloge, een kistje Italiaanse wijn, of worden op de luchthaven onderweg naar huis getrakteerd op bier. „De manier waarop hij een groep tegenwoordig kan toespreken is indrukwekkend”, zegt Zeeman. „Daar hebben we hem wil flink in moeten coachen en daarin heeft hij grote stappen gezet. Ik zie jongens na zo’n speech nu dingen doen die ze nog nooit eerder voor iemand deden. Ze trappen het vuur uit hun schenen voor hem. Dat komt door zijn charisma, zijn leiderschap.”

Primoz Roglic viert zijn overwinning in de negende etappe van de Giro.

Foto Alessandro Di Meo/AP

Nu de Giro deze donderdag na ruim een week voor het eerst echt de bergen in is gegaan met een rit naar Pinorolo, is een gewezen skivlieger de te kloppen man. Roglic won al twee tijdritten met groot machtsvertoon, zag concurrenten voor de eindzege afhaken. Vincenzo Nibali en Bauke Mollema staan van de klassementsrenners nog het dichtst bij. De verwachting is dat Roglic ergens deze dagen het roze weer krijgt omgehangen, in de aangename wetenschap dat zijn concurrenten boven zichzelf moeten uitstijgen om hem nog van de troon te krijgen. Of hij moet een inzinking krijgen, zoals vorig jaar in de slottijdrit van de Tour. Gebeurt dat niet, dan is het zoals al dit hele seizoen: Roglic wint de etappekoers waaraan hij meedoet.

Maar zo’n bijzonder verhaal, dat leest als een jongensboek, doet vanwege het dopingverleden in de wielersport ook altijd wenkbrauwen fronsen, zeker nu bij de geruchtmakende en almaar uitdijende dopingaffaire rond de Duitse sportarts Mark S. – die Operation Aderlass is gaan heten – ook twee Slovenen zijn betrokken, en een derde verdacht wordt. Miran Erzen, nu teambaas van Bahrain-Merida, was volgens Bogdan Fink in 2013 ploegleider van Primoz Roglic in diens eerste jaar als profwielrenner. Erzens contract werd nadien niet verlengd omdat hij zich „te veel bezighield met andere zaken, zoals het managen van renners.” Addy Engels, van Roglic’ huidige team, zei donderdag in De Telegraaf juist dat „Primoz nooit iets met hem [Erzen] te maken heeft gehad”.

De gezaghebbende wielerwebsite Cyclingnews.com schrijft dat Erzen door de internationale wielerbond UCI wordt onderzocht vanwege mogelijke betrokkenheid bij Aderlass. Hij zou al sinds 2015 in de gaten worden gehouden.

Volgens Bogdan Fink kent Roglic de genoemde mannen. Het wielerland Slovenië is zo groot niet. „Maar Primoz woont en traint al jaren niet meer in Slovenië. Hij wil niets met zulke lui te maken hebben”. Merijn Zeeman denkt dat Roglic „heel boos” is op zijn zondige landgenoten. Hij verzekert dat ze er bij Jumbo-Visma alles aan doen om te voorkomen dat iemand de fout in gaat. „We lezen elke dag powerdata en hartslagen uit. Abnormale dingen zien we gelijk. Een onafhankelijke expert test alle dopingcontroles nogmaals voor ons. Bovendien was Primoz de afgelopen maanden bijna 24 uur per dag bij iemand van de ploeg. Deze jongen blijft gewoon maar doorgroeien. Hij is een fenomeen.”

Het fenomeen dat dus jarenlang uitkwam in de verkeerde sport.

Dit artikel is op 24 mei 2019 om 17.30 uur geactualiseerd.