Sprookje British Steel duurde kort

Surseance De Britse overheid is niet meer bereid om de op één na grootste staalproducent van het VK te redden.

Foto Lindsey Parnaby / AFP

Het bedrijf verkeert nu in surseance, maar lang leek het een bescheiden sprookje te worden: de overname van British Steel door de private investeerders van Greybull Capital.

Staalgigant Tata wilde rond 2014 graag af van verlieslatende activiteiten in het Verenigd Koninkrijk, waaronder de grootste fabriek in het land, in Scunthorpe bij Leeds. Door de keiharde prijsconcurrentie in de staalmarkt wist Tata de vestiging niet winstgevend te krijgen. In 2016 kwamen deze vestiging en enkele kleinere in onder meer Teesside daarom in handen van Greybull, voor een prijs van 1 pond. En de toezegging dat de nieuwe eigenaar de bestaande pensioenlasten voor de bijna 5.000 werknemers niet hoefde over te nemen, hielp daarbij ongetwijfeld.

Binnen een jaar leek het tij voor British Steel, dat in Scunthorpe onder meer treinrails produceert, ten goede gekeerd. Waar in het jaar van de overname nog bijna 90 miljoen euro verlies werd geleden, kon er in 2017 een winst worden genoteerd van ruim 50 miljoen euro, voor aftrek van belastingen en interest (ebitda). De omzet bedroeg zo’n 1,3 miljard euro.

Voor die wonderlijke comeback hadden de werknemers zelf trouwens ook een veer moeten laten, door het inleveren van drie procent salaris. Die zuinigheid hielp, en de inmiddels groeiende vraag naar staal en het goedkope Britse pond, veroorzaakt door de Brexit, joegen de verkoop verder aan.

De regering heeft een overbruggingskrediet beloofd

Tegen Financial Times zei topman Roland Junck van British Steel destijds dat het bedrijf in 12 maanden was getransformeerd van navelstaarderige productieplek tot een „winstgevende, flexibele onderneming”, door beter te letten op de kosten en kwalitatief betere producten aan te bieden. Het vertrouwen in de toekomst was zo groot dat de werknemers zelfs hun ingeleverde salaris weer terugkregen.

De vreugde was echter van relatief korte duur. Ook het British Steel onder leiding van Greybull bleek niet immuun voor internationale externe factoren als een staaloorlog, zwabberende valutakoersen en dito vraag.

Geklapte gesprekken

Maar de grootste klap kwam onlangs door de Brexit. Vanwege het aanstaande vertrek van de Britten uit de EU, werden bedrijven als British Steel alvast op het reservebankje gezet van het Europese emissiehandelssysteem (ETS). De fabrieken kregen eerder ieder jaar nieuwe Europese emissierechten voor CO2, die ook weer deels voor goed geld konden worden verpand. Op die manier was het ETS-systeem een financieringsbron geworden. Maar die rechten werden in aanloop naar een Brexit bevroren, waardoor de eerste financiële klap een feit was. De Britse regering verstrekte begin deze maand daarom al een noodlening van 135 miljoen euro, ook omdat British Steel nu opeens zelf emissierechten moest kopen om aan Europese richtlijnen te voldoen.

En afgelopen week lag er weer een verzoek om geld. Aanvankelijk was er ruim 80 miljoen euro extra gevraagd aan de Britse overheid om de ergste nood te ledigen vanwege de moeilijke marktomstandigheden. Dat bedrag bracht Greybull de afgelopen week terug naar zo’n 35 miljoen. De gesprekken daarover zijn nu geklapt, waardoor het bedrijf in surseance verkeert. De regering heeft wel een overbruggingskrediet beloofd en volgens de verantwoordelijk minister Greg Clarke hebben zich al potentiële kopers gemeld.

De fabriek in Scunthorpe blijft tijdens de surseance daarom gewoon draaien en ook de leveringen aan klanten gaan door. Accountantskantoor EY is door de rechter aangesteld als curator.

Bij een faillissement zouden maximaal vijfduizend werknemers van British Steel hun baan kunnen verliezen; een horrorboodschap in het door Brexit-onzekerheid geteisterde VK. In de keten van toeleveranciers rondom British Steel zouden nog eens 20.000 banen gevaar lopen.