Spin in de tuin van het Rijksmuseum

Louise Bourgeois Het Rijksmuseum in Amsterdam toont deze zomer sculpturen van Louise Bourgeois – vooral bekend van haar bronzen spinnen. Een zoektocht naar haar inspiratiebron.

Beeld van Bourgeois, Spider (uit 1996), in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam
Beeld van Bourgeois, Spider (uit 1996), in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam Foto Olivier Middendorp© The Easton Foundation/Pictoright, Amsterdam

Achter de voordeur van het huis waar Louise Bourgeois bijna een halve eeuw woonde, hangt nog steeds haar zwarte jas van nepbont aan de kapstok. Ze had hem aan op de legendarische foto die Robert Mapplethorpe in 1982 van haar maakte. Op dat portret klemt de breed grijnzende Bourgeois een van haar enorme fallusbeelden onder haar arm – haar vingers losjes gebogen rond de eikel. Triomfantelijk blikt ze in de camera. Ze is 71 jaar oud en heeft dat jaar haar eerste solotentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York.

Bourgeois overleed in 2010, maar in haar huis in de New Yorkse wijk Chelsea voelt het alsof de grande dame van de kunst nog ieder moment binnen kan wandelen. In het souterrain, waar ze haar werkplaats had, liggen haar brillen nog op de etspers. In de keukenkastjes staan de pakken pasta en potjes marmelade, inmiddels ver over datum, die zij ooit insloeg. En in haar slaapkamer staat een aangebroken flesje van haar favoriete parfum, Shalimar van Guerlain, op het nachtkastje.

In het historische bakstenen huis op 347 West 20th Street is nu de Easton Foundation gevestigd, de stichting die de enorme nalatenschap van Bourgeois beheert. Vier medewerkers zijn hier alle dagen van de werkweek bezig om de dagboeken, brieven en documenten te catalogiseren die Bourgeois achterliet. Het huis is nog niet opengesteld voor het publiek, maar studenten en onderzoekers kunnen een aanvraag doen om te mogen logeren in een van de twee gastenverblijven van de stichting.

Hier, tussen de muren vol afbladderende verf, bedacht Bourgeois haar beroemde spinnenbeelden. Een groot aantal daarvan is vanaf dit weekend te zien in de tuinen van het Rijksmuseum, op een tentoonstelling die samen met de Easton Foundation is georganiseerd. In totaal zijn twaalf sculpturen naar Nederland gekomen: van een vroeg geometrisch beeld als The Blind Leading the Blind (1947-49) tot de zeer levensechte Crouching Spider (2003), een spin die vervaarlijk aan komt sluipen en je ieder moment lijkt te kunnen bespringen.

Roemruchte Sunday Salons

In de tuin van de Easton Foundation staat ook een bronzen spin. Een prachtig vuurrood vogeltje, een rode kardinaal, landt net op zijn zwarte poten. „Daar, onder die boom, zat Louise vaak te mijmeren”, vertelt Maggie Wright, uitvoerend directeur van de Easton Foundation. Geluiden van het nabijgelegen schoolplein klinken door de tuin. „De speelkwartieren en het uitgaan van de school fungeerden voor haar als een soort klok. Het gaf haar houvast gedurende de dag.”

Beeld van Bourgeois, Quarantania (uit 1947-1953), in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam Foto Olivier Middendorp© The Easton Foundation/Pictoright, Amsterdam

Bourgeois kocht het huis in 1962 met haar man, kunsthistoricus Robert Goldwater. Na zijn plotse dood in 1973 transformeerde ze het hele pand tot atelier. Ze organiseerde roemruchte Sunday Salons, waar kunstenaars uit alle genres hun werk konden presenteren. Ook konden jonge kunstenaars op speciale bijeenkomsten hun portfolio door haar laten beoordelen. Op die dagen stonden er soms lange rijen voor haar voordeur.

„Ze legde alles vast op video”, vertelt Wright, terwijl we in de salon zitten waar al die kunstenaars, beroemd en onbekend, op audiëntie kwamen. „Vroeger was dit de eetkamer, maar na Roberts dood hakte Bourgeois de eettafel in stukken en gooide ze het fornuis de deur uit.” Ze wijst op de fles Jack Daniel’s die voor ons op tafel staat. „Op de salontafel stond altijd een fles whisky. Want al dronk ze zelf niet, ze hield ervan haar gasten dronken te zien worden.”

De muur boven de bank is bezaaid met foto’s en affiches voor exposities. Op één van de foto’s poseert een stokoude Bourgeois samen met de Britse kunstenaar Damien Hirst en U2-zanger Bono. Het drietal zit aan dezelfde tafel als waar wij nu zitten – zij als ‘petite Française’ op een verhoogde stoel. Wright: „Ze had nog nooit van Bono gehoord. Dus vroeg ze: ‘En wat doe jij?’ Bono antwoordde dat hij zanger was. Toen zei ze: ‘Nou dan moet je iets voor me zingen.’ Waarna hij Amazing Grace voor haar inzette.”

Een jaar voor haar dood kon Bourgeois het pand van de buren op nummer 349 erbij kopen. Dit is nu de kantoorruimte van de Easton Foundation. In het souterrain is een kleine expositieruimte met haar totemachtige sculpturen ingericht en bevinden zich enkele vitrines vol foto’s en documenten. „Ze bewaarde alles”, vertelt Wright. „Schoolboekjes, gasrekeningen uit de tijd dat ze nog in Parijs woonde, oude identiteitsbewijzen, flyers voor tentoonstellingen, plus alle recensies die erover verschenen. Haar vader was amateurfotograaf, dus er is ook een immens fotoarchief.”

Verknipte jeugd

Louise Bourgeois groeide op in een voorstad van Parijs, waar haar ouders een handel in antieke tapijten dreven. Haar moeder, die weefster was en de antieke wandkleden restaureerde, had de Spaanse griep gehad en was altijd erg ziekelijk. Soms werd Louise van school gehaald omdat het gezin op stel en sprong naar hun huis in Zuid-Frankrijk reisde waar haar moeder dan kon aansterken in de zon. Intussen woonde er tien jaar lang een Engelse au pair in huis, Sadie, die tevens de minnares van Louises vader was. Het zorgde voor een verknipte jeugd, die Bourgeois haar leven lang zou achtervolgen.

Beeld van Bourgeois, In and out #2 (uit 1995-1996), in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam Foto Olivier Middendorp© The Easton Foundation/Pictoright, Amsterdam

Veel van de beelden die in de Rijksmuseumtuinen te zien zijn, verwijzen naar thema’s als angst, claustrofobie en moederschap. De spinnen vormen een hommage aan Bourgeois’ wevende moeder, die stierf toen Louise twintig was. Wright: „Het weven zag Louise als iets beschermends: een web dat je omspant. Maar de spin is ook een soort zelfportret. De draden van de spin staan voor iets wat van binnenuit komt, zoals ook de kunstenaar iets uit zijn innerlijk creëert.” De glanzende aluminium beelden die in Amsterdam aan de takken van de bomen komen te hangen, zijn een herinnering aan de gewoonte van haar vader om stoelen hangend aan de zolderbalken van het ouderlijk huis te bewaren.

Nadat ze gestudeerd had aan diverse Parijse academies en bij kunstenaar Fernard Léger had gewerkt, begon Bourgeois in het atelier van haar vader haar eigen kunsthandeltje. Ze verkocht er tekeningen van onder anderen Bonnard en Modigliani, voor respectievelijk 530 en 1.450 Franse francs, blijkt uit de inventarislijst die ze natuurlijk ook bewaarde. „Op een dag liep daar de Amerikaanse kunsthistoricus Robert Goldwater binnen”, vertelt Wright. „Hij wilde een tekening van Toulouse-Lautrec bekijken en raakte op slag verliefd op Louise. Hij nodigde haar uit voor de lunch. Dat was op 24 augustus 1938. Drie weken later, op 12 september, trouwden ze. En weer drie weken later zaten ze samen op de boot naar New York.”

Het voelt vreemd intiem om hier door alle documenten van Bourgeois’ leven te mogen bladeren. Om het schriftje te zien waarin de jonge Louise van haar au pair Engelse woordjes leerde. Om de correspondentie te lezen die ze tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde met haar vader, en waaruit blijkt hoezeer ze haar familie miste. Om haar dagboeken te lezen, die ze tussen 1923 en 2006 vrijwel dagelijks volschreef. Ongelofelijke kunsthistorische bronnen zijn het, vol krabbels en notities, schetsjes en invallen. In haar prachtige handschrift noteerde ze heel precies welke curator of museumdirecteur er langskwam.

Het meest persoonlijk zijn de ‘psycho-analytic writings’, geschreven tussen 1951 en 1985, toen Bourgeois in pychoanalyse was bij Henry Lowenfeld. Na de dood van haar vader in 1951 was ze in een diepe depressie geraakt. In opdracht van haar psychiater schreef en typte ze meer dan zevenhonderd documenten vol. „I have Pierre’s trouble and will fall apart slowly and surely”, schrijft ze bijvoorbeeld, refererend aan de schizofrenie waaraan haar broer Pierre leed.

Wright heeft nog steeds niet alles gelezen. „We zijn nog druk bezig de documenten in te voeren in de database. In 2020 zullen ze worden gepubliceerd door het Jewish Museum, in het kader van een tentoonstelling over de relatie tussen Freud en Bourgeois.” Sommige brieven zijn heftig om te lezen, zegt Wright. „Ze zitten vol woede, jaloezie en zelfmoordgedachten. Soms ben ik wel eens bang dat ik haar dromen overneem.”

Erkenning bleef lang uit

Er hangen in het huis opvallend weinig werken van andere kunstenaars. Via haar echtgenoot was Bourgeois nauw bij de New Yorkse kunstwereld betrokken. Ze kende Willem de Kooning, trok op met Mark Rothko. Maar ze kocht weinig. Er was waarschijnlijk simpelweg geen geld voor. Het huis bleef altijd vrij Spartaans ingericht, zonder enige vorm van luxe. De etsen van Miró en Le Corbusier, die nu in de expositieruimte aan de muur hangen, zijn waarschijnlijk door de kunstenaars aan haar geschonken, denkt Wright.

Het duurde lang, bizar lang, voordat Bourgeois erkenning kreeg in de kunstwereld. Vanaf 1945 had ze regelmatig geëxposeerd, maar de grote doorbraak kwam pas vele decennia later. Wright wijst op een brief uit 1973, waarin beroemde vrouwelijke kunsthistorici als Lucy Lippard en Linda Nochlin de directeur van het MoMA schrijven dat het nu toch echt wel hoog tijd is dat Bourgeois er een solo krijgt. „Het zou nog negen jaar duren. Pas in 1982 kwam dat retrospectief er. Het was de eerste keer dat het MoMA een solo aan een vrouw wijdde.”

Lees ook: Rembrandt en het Rijksmuseum, dat genereert gulheid

Door het raam van Bourgeois’ slaapkamer kijken we naar het uitzicht dat zij een halve eeuw lang bij het opstaan zag. „Ze hield van de pastorie aan de overkant”, vertelt Wright. „Ze hadden er een soepkeuken en organiseerden AA-meetings waar veel bijzondere types op afkwamen. Als Louise bloemen kreeg, gaf ze die altijd weg aan de kerk.” Voor het raam staat een grote plataan. „Ze was gek op die boom. Als daar een hond tegenaan pieste, rende ze direct naar beneden om hem weg te jagen.”

Een excentriek oud dametje, zo herinneren de buurtbewoners haar. Wright: „Ze was grappig en sterk maar ook onvoorspelbaar. Ze kon hysterisch zijn en dacht nogal zwart-wit.” Zelf wist Bourgeois dat ook, maar ze kon het niet helpen, zo schreef ze in haar dagboek, met dat lieve meisjeshandschrift: „When I do not attack, I do not feel myself alive.

Louise Bourgeois. 25 mei t/m 3 nov in de tuinen van het Rijksmuseum. Inl: rijksmuseum.nl