Orkest Stegreif speelt Brahms gewoon voor de vuist weg

Oranjewoud Festival Het Duitse Stegreif Orchester breekt met ondoordachte tradities en laat jazz, salsa en oosterse mystiek opbloeien uit de Derde Symfonie van Brahms op het Oranjewoud Festival.

Het Stegreif Orchester.
Het Stegreif Orchester. Foto Andreas Beetz

Rebellen willen de jonge musici van het Duitse Stegreif Orchester zichzelf niet noemen, maar anders zijn ze zeker. Want in niets doet dit oude stationsgebouw in Erfurt denken aan een concertzaal: hier en daar een paar verdwaalde stoelen, twee kleine podia – één tegen de achterwand, het andere in het midden – de bar is gewoon open, en het publiek, ja, dat weet het ook niet zo goed. De bezoekers drentelen en loeren rond. Wat is een goede plek? Deze ruimte biedt hun geen aanknopingspunt voor een antwoord.

Dan komen plotseling de musici in processie naar binnen. Ze houden elkaar vast en zingen de eerste klanken van Brahms’ Derde Symfonie. Ze mengen zich onder de mensen, die uiteenwijken of met de optocht meelopen. Anderhalf uur lang beweegt de muziek zich door de ruimte, de ene keer in een slangachtig lint, soms als eilanden verspreid door de ruimte en dan weer zijn we een samengeklonterde massa. De musici lopen en dansen. En de oude Brahms zou zich verbazen over welke werelden achter zijn noten schuilgaan.

Het Stegreif Orchester beweegt door de zaal tijdens optredens.

Foto Roman Novitzky

Uit „deze machtige boom” – zoals de vernieuwer Gustav Mahler zijn vakgenoot noemde – laat het Stegreif Orchester ogenschijnlijk vreemde takken groeien. En toch, het gregoriaans, de salsa, de jazz, de oosterse mystiek lijken organisch te ontspruiten aan deze symfonie uit de negentiende eeuw, alsof embryo’s ervan zich al in de buik van de muziek bevonden.

„We verdiepen ons grondig in de dramaturgie van zo’n stuk en de werkwijze van de componist”, zegt hoornist en oprichter Juri de Marco. „Ik wil bijvoorbeeld weten of Brahms methoden gebruikt die we op een andere manier kunnen toepassen. Neem het beroemde ‘Poco Allegretto’ met die prachtige golvende melodie. We laten ons inspireren door alle variaties en de akkoordenwisselingen. Die kennen we ook in de jazz. We zien de muziek als een open ruimte, met allerlei deuren die je kunt openen.”

Uit het hart

Hun programma FreeBrahms vertolken de Stegreif-musici volgende week bij het Oranjewoud Festival in de ijshockeyhal van Thialf bij Heerenveen. Het woord ‘Free’ roept soms misverstanden op, beamen de musici. „We willen niet pretenderen dat Brahms bevrijd wordt in de concerten”, zegt violiste Nina Kazourian. „Onze stijl is een pleidooi voor een lossere aanpak van de muziek, het volgen van een impuls, het slechten van de muren tussen orkest en publiek. Haal de lessenaars weg, speel uit het hoofd – of zoals de Engelsen nog treffender zeggen: uit het hart – en de energie stroomt onbelemmerd naar de luisteraar.” De naam van het orkest verwijst daarnaar: ‘aus dem stegreif’ betekent ‘voor de vuist weg’.

Het Stegreif Orchester in optocht tijdens een concert.

Foto Andreas Beetz

Ze zijn er niet op uit, benadrukt De Marco, om de normale orkestpraktijk te vernietigen. „Mijn idee voor Stegreif ontstond vier jaar geleden. We zaten op een onhandig klein podium. Met een trompettist moest ik een lange passage spelen, maar we konden elkaar niet zien. Zullen we het staand doen? opperde ik. De dirigent wees de suggestie meteen af, met als argument dat zoiets ongebruikelijk was. En dat bevreemdde me. Ik heb niets tegen tradities, maar wel als ze in steen gebeiteld staan. Elke dag moet je de vraag aan jezelf stellen naar het waarom van je keuzes. Het antwoord kan in mijn ogen nooit zijn: omdat we het al twee eeuwen zo doen.”

Gedurende hun optreden ontstaat er een wonderlijke band met het publiek, de luisteraars worden deel van het muzikale organisme dat zich voor hun ogen en oren ontvouwt. „We zoeken het gouden midden tussen de geschreven noten en improvisatie”, zegt klarinettist Nikola Djurica. „Elk optreden verloopt anders. De afgelopen eeuw stond in het teken van de verschillende ledematen van de kunst: pop, jazz, klassiek, en alle andere afsplitsingen die je kunt verzinnen. Misschien wordt het nu tijd om uit te zoomen, om de muziek weer als één lichaam te zien.”