Opinie

    • Michel Krielaars

Geïnfecteerde jongeren die migranten aftuigen

Wie hoopt dat de jongere generatie voor verandering zal zorgen in het xenofobe klimaat, heeft het mis, zegt deze Tsjechische schrijver.

Michel Krielaars

‘Ik ontplofte bijna van woede toen mijn land slechts twaalf vluchtelingen opnam”, zegt de Tsjech Marek Sindelka (1984) op 16 mei in Amsterdam, waar hij deelneemt aan de Europese Nacht van de Literatuur. „Toen ook onze minister van Buitenlandse Zaken nog zei dat we niet meer konden doen, schaamde ik me zo dat ik wel moest reageren. En dat kon ik alleen maar via de literatuur.”

Het leverde in 2018 de roman Materiaalmoeheid op, waarin Sindelka de vluchtelingenpolitiek van de Tsjechische regering aan de kaak stelt zonder moraliserend te worden. Zo beschrijft hij het menselijk lichaam als materiaal en doorgeefluik van ervaringen aan de hand van twee broers die naar Europa zijn gevlucht en elkaar onderweg zijn kwijtgeraakt. Een van hen wordt onder de motorkap van een auto Tsjechië binnengesmokkeld. Sindelka: „In Materiaalmoeheid is het lichaam vooral een last, iets wat tegen je werkt vanwege zijn uiterlijke kenmerken, waardoor je op ieder checkpoint moet bewijzen dat je geen bedreiging bent. Terwijl iedereen vergeet dat we juist op grond van ons lichaam allen gelijk zijn. Je lichaam is het enige dat je echt bezit.”

In Tsjechië voert tijdens de aankomende Europese verkiezingen de anti-migratiepolitiek de boventoon. Het geeft sommige Tsjechen een vrijbrief om paramilitaire burgerwachten op te richten en migranten af te tuigen. „Het zijn opvallend veel jongeren die zich hieraan schuldig maken”, zegt Sindelka. „Van dragers van humanistische waarden zijn ze verworden tot mensen die geïnfecteerd zijn met flauwekul.”

Tsjechië kampt met een explosie van extreem-rechtse partijen. Eén daarvan wordt geleid door Tomio Okamura, een Tsjech met een Koreaans-Japanse vader, die behalve tegen migranten ook tegen zigeuners is. „Zo iemand, die zelf een soort migrant is, belichaamt het idiote van de situatie. Zo werd onlangs op het ene Praagse station Nicholas Winton herdacht – een Duitse Jood die tijdens de oorlog honderden Joodse kinderen per trein naar Engeland liet vluchten – terwijl op een ander station migranten op doorreis naar Duitsland werden gearresteerd en een stempel op hun hand kregen.”

Dertig jaar na de val van de Muur blijkt Tsjechië niet meer het land te zijn waar een dissidente schrijver als Vaclav Havel president kon worden. Sindelka: „We hebben tegenwoordig een heel ander soort politiek, met een zakenman als premier, die als een maffiabaas de hele landbouw in ons land bezit. Een debat over menselijke waarden is daardoor onmogelijk. Iemand als Havel wordt gehaat, ook al hebben we de laagste werkloosheid ooit en stijgen de salarissen.”

Gevraagd waar die agressie vandaan komt, antwoordt Sindelka: „Onder het communisme waren we een gesloten samenleving, die niet met vreemde culturen in aanraking kwam. Daardoor is vooral de oudere generatie bang voor migranten. De terroristische aanslagen hebben die angst versterkt. Terwijl de meeste migranten geen terroristen zijn, ook al legt president Zeman dat verband wel om kiezers te winnen.”

Wie hoopt dat de jongere generatie voor verandering zal zorgen, heeft het mis, zegt Sindelka. „Ze ervaren de vrijheid als een last, alsof ze verlamd zijn door alle mogelijkheden om te reizen en in het buitenland te studeren. Behalve op Facebook lijken ze hun bestaan met niemand anders te delen, terwijl het daar juist om gaat. Ze leven als in een eindeloze kindertijd.”