Iedere scheur en vlek in de brug wordt nagelopen

Achterstallig onderhoud De sluiting van de Merwedebrug in 2016 wegens ‘haarscheurtjes’ kwam als een totale verrassing. En vorige week concludeerde de Algemene Rekenkamer dat veel bruggen en sluizen kampen met achterstallig onderhoud. Mee op inspectie.

De Muiderbrug bij Muiden wordt van binnen en buiten geïnspecteerd.
De Muiderbrug bij Muiden wordt van binnen en buiten geïnspecteerd. Foto Rob van Dullemen

Diep in het landhoofd van de brug, halverwege een nauwe kruipgang, zit een klein, stalen deurtje. Inspecteur Jeroen Sonnemans draait een sleutel om, duwt de deur open en stapt in het zwarte gat erachter.

Zou de term urban speleology al bestaan? We staan middenin één van de kokerliggers van de Muiderbrug bij Muiden, een stalen tunnel van honderden meters lang over het Amsterdam-Rijnkanaal. Het einde is niet te zien. Er is helemaal niks te zien. Een paar meter boven ons dendert het snelwegverkeer en het is pikdonker.

Met een zaklamp tasten de inspecteurs van ingenieursbureau Westenberg de wanden van de ligger af. Eén voor één gaan ze de witte vlekken op het staal langs en bestuderen ze als archeologen de tekens die ernaast staan gekrabbeld. Het zijn bewerkte roestvlekken met de gegevens van vorige inspecties ernaast: nummer, datum, omvang roestplek. Zo houden ze bij of de vlekken zijn gegroeid. Op een raster op papier worden de vlekken nog eens ingetekend, net als scheuren in het staal en vervormingen.

Mark Zwaan, programmamanager ‘inspecties civiele werken’ bij Rijkswaterstaat is er voor de gelegenheid ook bij. Hij wijst op de lichte kromming in de kokerligger. Die is er omdat van de liggerbrug uit 1972 een tuibrug is gemaakt bij de renovatie. In 2009 zijn naast de brug twee enorme pylonen van zeventig meter hoog gebouwd die het hele geval een beetje optillen met tuien, in het midden zo’n 40 centimeter. Heel handig voor de schepen. Zwaan: „Nee hoor, daar breekt zo’n brug niet van.”

Foto Rob van Dullemen

Haarscheurtjes

Nieuwbouw van grote infrastructuur is doorgaans opwindender dan onderhoud. Tot oktober 2016. Toen moest de drukke Merwedebrug bij Gorinchem ineens maandenlang dicht voor zwaar verkeer, wegens ‘haarscheurtjes’ in het staal. 24 verbindingen van de brug bleken door scheuren zo te zijn verzwakt, dat ze per direct versterkt moesten worden. De sluiting kwam als een totale verrassing. De haarscheurtjes waren niet aan het licht gekomen bij een reguliere inspectie, maar toen onderzoeksinstituut TNO de brug eens goed doorlichtte wegens uitbreidingsplannen.

Lees ook: Nederland ontsnapt aan ramp door alerte ambtenaren

Twee jaar later schrokken wegbeheerders in heel Europa op door de dramatische instorting van de Morandibrug bij Genua die aan 43 mensen het leven kostte. En een half jaar daarna bleek in Nederland uit een rapport dat de Merwedebrug bij de sluiting, in theorie, nog maar een levensduur van zes dagen had.

Sindsdien klinkt er luid kritiek op de toestand van de Nederlandse bruggen. Nederland is aan een ramp ontsnapt, zei hoogleraar building engineering en betonspecialist Rob Nijsse van de TU Delft toen over de Merwedebrug, en hij hekelde het achterstallig onderhoud van grote bruggen in Nederland. Vorige week nog stelde de Algemene Rekenkamer dat het onderhoud van bruggen en sluizen door Rijkswaterstaat flink achterloopt en dat er meer geld nodig is. De omvang van het uitgesteld onderhoud staat nu op 414 miljoen euro, al twijfelt de Rekenkamer zelf aan dat getal, omdat Rijkswaterstaat verschillende definities van ‘uitgesteld’ hanteert. En, zegt hoogleraar Nijsse, wijzend op de plotselinge sluiting van de Merwedebrug: „We wéten blijkbaar niet eens hoe de bruggen er aan toe zijn.”

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) kondigde na de Merwedebrug extra bruginspecties aan en verhoogde het bedrag voor renovatie van bruggen en sluizen van 150 naar 350 miljoen euro. Maar is dat genoeg?

„We krijgen steeds meer oldtimers in beheer”, zegt programmamanager Zwaan van Rijkswaterstaat, die de inspecties van drieduizend bruggen coördineert. We staan in het landhoofd en Zwaan vist zijn statistieken uit een mapje. Grote kunstwerken zijn na een jaar of veertig aan flinke revisie toe. En aangezien het staatje ‘kunstwerken uit 1970 tot 1990’ het hoogste is, komt er nu een golf aan renovaties aan. Of die 350 miljoen daarvoor genoeg is, betwijfelt Zwaan. Met dat er meer verouderde bruggen bijkomen, moet ook het budget meegroeien. „Er kan altijd meer bij.”

Foto Rob van Dullemen
Foto Rob van Dullemen
Foto Rob van Dullemen
Inspecteur Gert-Jan van der Linde legt de bevindingen vast.
Foto Rob van Dullemen

‘Toestandsinspectie’

Die verouderingsgolf, plus het zware verkeer dat in de loop van de jaren is toegenomen, vraagt ook om meer onderzoek. Op een tweede vel toont Zwaan de inspectiecyclus die Rijkswaterstaat hanteert. Op dagelijkse basis checkt de dienst de bruggen met het oog, en op basis van meldingen. Elk jaar, of om het jaar, doet de aannemer die is ingehuurd voor het onderhoud van de brug een iets grondigere ‘toestandsinspectie’. En gemiddeld eens in de zes jaar is er een grote inspectieronde, waar een risicoanalyse uitrolt en een advies voor onderhoud. Rijkswaterstaat zet die klussen uit bij zes contractanten.

Bureau Westenberg is één zo’n contractant. Inspecteurs Marcel Molenaar, Jeroen Sonnemans en Gert-Jan van der Linde zoeken daarom deze week naar zwakke plekken in de Muiderbrug. Liggend op een hangend bakje, met z’n neus vlak over onder het wegdek, speurt Molenaar naar scheuren in de lasnaden onder de rijbaan. Sonnemans ramt hier en daar met een hamer op het beton, op zoek naar holle plekken. Een enorme scheur die de verslaggever vindt, wuiven ze gezamenlijk weg. „Te oppervlakkig, niet bruin.”

De mannen hebben er een week de tijd voor. Inspecteren is leuk werk als je over de boog van een hoge brug mag klauteren, of bij lekker weer op een bootje onder het wegdek dobbert. Van der Linde: „Maar bij -5 in een thermopak in het water is het net wat minder.” Als de inspecteurs kunnen aantonen dat er extra onderzoek nodig is, dan kan Westenberg daar zelf een offerte voor indienen. Dat betekent meer werk. Zwaan: „Dat is ook een prikkel om grondig te werk te gaan.”

Nu glipte de Merwedebrug door die grondige inspectie. Pas toen er plannen kwamen voor een extra rijbaan en TNO met geavanceerde apparatuur de brug ging doormeten, kwamen de haarscheurtjes aan het licht. Is de reguliere inspectie wel goed genoeg?

Het „schadebeeld” bij de Merwedebrug was nieuw, zegt Zwaan. „De scheurtjes zaten heel diep verborgen. Maar nu weten we dat we er extra op moeten letten bij oude, stalen bruggen waar veel zwaar verkeer overheen gaat, die een grote afstand overbruggen, en waar er vermoeiing in het materiaal optreedt.”

Na de sluiting lichtte Rijkswaterstaat er zeventig van zulke grote bruggen uit. Bij 25 daarvan bleken binnen vijftien jaar maatregelen nodig te zijn voor de „constructieve veiligheid” – geen cosmetische kwesties als afbladderende verf dus. Zwaan: „Er waren geen acute risico’s. Maar we moeten wel meer bruggen intensiever gaan monitoren. Daar hebben we ook geld voor gekregen.” Naast haarscheurtjes is ook het rijdek een speciaal aandachtspunt voor stalen bruggen. Zwaan heeft daar al een extra monitoringsprogramma voor lopen. „Ik verwacht dat daar ook meer bruggen inkomen.”

Het liefst is Zwaan alle onverwachte problemen voor, maar hij kan niet uitsluiten dat er soms acute maatregelen genomen moeten worden. „Onderhoud staat altijd onder druk. Zo’n incident als de Merwedebrug helpt wel om daar aandacht voor te vragen.”