Bij autoclub Elk Merk Waardig zijn alle auto’s welkom. Hoe gekker hoe beter

Auto’s Autoclub Elk Merk Waardig houdt van lelijke auto’s. „Het is zonde dat het altijd weer over de evergreens van BMW en Volvo gaat.”

Foto Arjen Born

Het is mei 2018. Een parkeerterrein op het domein van Classic Park in Boxtel, geliefde evenementenlocatie voor de vele autoclubs die Nederland telt. Op hoogtijdagen parkeren hier massaal Ferrari’s, BMW’s, Mercedessen en Porsches. Wat hier aantreedt is van geheel ander kaliber. Vandaag staan er auto’s die wereldwijd werden geboycot wegens veronderstelde technische of esthetische gebreken, of struikelden over een onrechtvaardig vooroordeel.

We noteren: een Morris Ital 1700 met gespikkelde motorkap, volgens ex-Top Gear-coryfee Jeremy Clarkson de slechtste Engelse auto ooit gebouwd. Een in perfecte staat verkerende Daihatsu Charmant, een bleek Japans sedannetje dat BMW-rijders niet eens cadeau zouden willen krijgen – terwijl het een uitstekende auto was. Obscure Japanners als de wonderlijke, fenomenaal rijdende Subaru SVX met zijn omstreden glazen dakkoepel, die veel te duur bleek voor de liefhebbers die hem hadden moeten kopen – maar de vraag bleef gering. Joegoslavische Yugo’s van het voormalige Zastava uit de nadagen van het Tito-tijdperk.

Foto Arjen Born

Dit is de ledenvloot van Elk Merk Waardig, vereniging voor miskende of vergeten auto’s. Een estafette van verliezers, in alle staten van zo goed als nieuw tot afgetrapt. En om die auto’s scharen zich mannen en vrouwen die elkaar schaterlachend bijpraten over hun laatste dwaze aankoop. Hier zijn auto’s geen investeringsobjecten, geen inzet van een hanenstrijd om de duurste of de grootste. Hier zijn ze bronnen van vertedering en mededogen. En als het ernst wordt, dan met een duivelse knipoog.

Bejaarde Koreaanse stakkers van Hyundai of Daewoo worden liefdevol onthaald. Heb je een brave, kleurloze Japanner als de Daihatsu Applause of de Mazda 121 ‘Bolhoedje’? Kom erbij! De EMW-status is overigens niet aan B- of C-merken voorbehouden. Ook een Audi of een Porsche kan het EMW-predicaat verdienen. De excentrieke Audi A2 of de Porsche 944 voldoen dankzij hun langdurige miskenning aan de maatstaven, al werden het uiteindelijk gewilde klassiekers. Zelfs marktgevoelige volumemerken schoten soms dramatisch naast de roos. Fiat bouwde de door vrijwel iedereen gehate Multipla, Renault de totaal geflopte zonderlingen Vel Satis en Avantime. Peugeot bedacht nog niet zo lang geleden de 1007, een raar hoog stadautootje. Met handige schuifdeuren, eenmalig origineel, maar het publiek gruwde. De grens tussen establishment en typische EMW-merken is dus niet altijd even scherp te trekken.

EMW-voorzitter Aart van der Haagen besloot tien jaar geleden samen met medeliefhebbers een club op te richten voor de muurbloemen van de autogeschiedenis. Aanleiding was zijn aanschaf van de jammerlijk geflopte Talbot Tagora, een grote Franse sedan waarvoor iedereen destijds de neus ophaalde. Zijn smadelijke lot maakte iets los in hem. De auto was in zijn ogen veel beter dan zijn reputatie. „Heel ruim, beter gebouwd dan mensen dachten, goeie wegligging, comfortabel. Dan heb je het dus over ondergewaardeerd en miskend. En wij hebben gezegd: het is zo zonde dat die auto’s helemaal van de radar verdwijnen, dat het altijd weer over de evergreens van BMW en Volvo gaat.”

Al snel bleken er veel meer gekken van hun slag te zijn. En zo ontstond de club die deze maand onder het motto Tien met ’n gniffel zijn tienjarig jubileum viert met wederom een grootse vlootschouw op het Youngtimerfestival in Boxtel. Daar zal ook de presentatie plaatsvinden van het boek Reserveblik!, een EMW-uitgave met portretten van dertig uiteraard hoogst ongewone auto’s.

Alle auto’s zijn van harte welkom. Hoe gekker hoe beter, maar harde toelatingseisen zijn er niet. „Wie hier streng oordeelt over de auto van een ander”, zegt EMW-lid Paul Aupers. „wordt verjaagd met pek en veren.” Zelf behoort hij met twee Trabants en een Skoda 130 GLS Coupé van voor de Wende tot het meer extremistische kamp, al heeft hij ook een handvol relatief courante oude Volvo’s. „Maar ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als met mijn eerste Trabant. De simpele techniek, de tweetaktmotor, dat minimalisme en dat guitige. Het idee ook dat daar in de DDR ooit een heel volk in heeft gereden en er bijna niks van over is. Dat moderne blik heeft voor mij niets menselijks.”

De verdienste van het onooglijke

De menselijke factor telt hier zwaar. De persoonlijke affectie met een stuk cultuurgeschiedenis, de auto van je vader. Maar de esthetische en de technische kant zijn minstens zo belangrijk. Men ziet hier schoonheid en verdienste in het zogenaamd onooglijke. „Elke auto”, zegt Van der Haagen, „heeft zijn rol in de historie. De ontwerper van een vergeten Mazda 626 heeft net zo zijn best gedaan als zijn collega’s van Mercedes, al is het maar een heel ‘gewone’ auto. En er zijn ook heel excentrieke auto’s geweest – neem een Subaru XT – waarvoor de ontwerper carte blanche kreeg om iets fantastisch neer te zetten. En vervolgens flopt het totaal. Omdat mensen het niet begrijpen, omdat het Japans is, omdat de rijeigenschappen niet aansluiten bij de Europese smaak. We willen iemand die zo’n auto koestert een stukje erkenning geven.”

Bij de merkenclubs worden zulke liefhebbers niet helemaal serieus genomen, weet hij. „Maar bij ons voelen ze zich erkend. Hier komen ze met een auto die nog nooit niemand heeft gezien en meteen staat iedereen er omheen te dansen. Er zit ook heel veel kennis bij ons natuurlijk, dus die mensen voelen gelijk dat ze levelen.” In die zin, knikt hij gretig, is EMW óók een sociale beweging.

Wat zijn typische EMW-auto’s? Een geweldige visvijver is het British Leyland van de jaren zeventig en tachtig. Dat merkenconglomeraat was de Titanic van de ooit zo trotse Britse auto-industrie. Veel modellen waren er net naast, slecht afgewerkt en ongelukkig vormgegeven. Naast de Morris Ital, voorheen Marina, zijn de Austin Allegro en Maestro of de merkwaardige Austin Princess helemaal EMW; auto’s die je juist wilt hebben omdat ze niet deugen. Van der Haagen: „Omdat ze zo ontzettend onbeholpen zijn dat je totaal vertederd raakt.”

Ook goud zijn vreemde Amerikanen als de Pontiac Fiero en Trans Sport, of de Mercury Sable alias Ford Taurus. Trabant-man Aupers heeft ook een Sable: „Secreet van een auto. Koppakking, remmen, uitlaat – alles gaat kapot.” Maar wel de ex van zijn vader, die hem in 1992 nieuw kocht, en die hij in 2011 stomtoevallig op Marktplaats terugvond. Dus vooruit, die kon er ook nog wel bij. Wil je er een, dan wil je ze allemaal. Veel leden houden er uitgebreide verzamelingen op na. Ook Van der Haagen was na zijn eerste Talbot niet te stuiten. Voor zijn huis staan naast erkende liefhebbersauto’s als een Alfa 164 en een handvol Citroëns een Yugo Florida en een knalblauwe Reliant Robin, de driewieler van Mr Bean – en een verlengde Princess Kirklees. De collecties van de echte EMW-fanatici gaan alle perken te buiten.

Daar is bijvoorbeeld David Dunnebier met zijn twee en aanvankelijk zelfs drie exemplaren van de AMC Pacer, in de jaren zeventig Amerika’s veelbespotte antwoord op de energiecrisis. Een bolronde quasimodo met enorme, gebogen glasoppervlakken, zo breed als hij kort is, verbluffend uit proportie. „Hij heeft iets van een UFO, fantastisch concept.” Hij roest als een dolle, de zware deuren laten de fragiele scharnieren uit het lood zakken, en bij de eerste lichting Pacers zijn de plastic deurpanelen kwalitatief zo slecht ‘dat er hele stukken plastic afvliegen als je de deur hard dichtslaat.’ Hij schatert het uit. Maar geen hard feelings, nee zeg. Want verder valt er best te leven met die auto. De techniek is oerdegelijk, de nukken horen bij het EMW-gevoel. En hoe dramatischer het imago, des te groter de kans dat het meevalt.

Mismaakte plastic front

In de staart van het feest komt een auto-ambulance het terrein opgereden met een nietig, vaalgroen Citroënnetje achterop. De nagebleven kenners veren op. Verdraaid, een Visa van de eerste generatie, met de tweecilinder uit de Eend en het mismaakte plastic front dat Citroën-kenners vertederd varkensneusje noemen.

Het is Van der Haagens nieuwste aanwinst, vers uit Frankrijk. Bruin interieur, de meters geflankeerd door knollen van ‘bedieningssatellieten’ met ontroerend onpraktische knoppen voor de richtingaanwijzers, die je net als bij de Citroën CX zelf moet uitzetten na een afslag. „Lief hè”, zegt hij uit de grond van zijn hart. „Doen we een rondje?” Hij reikt me vol vertrouwen de sleutel aan. Na wat geklungel met de handchoke slaat het Eend-motortje aan en met het gaspedaal geef ik de 32 pk een voorzichtig duwtje. Zo wiebelen wij pruttelend over het festivalterrein. Naast me voel ik het geluk per meter groeien. „Loopt lekker toch? Ik kon hem toch niet laten staan?” Natuurlijk niet. Dit is meer dan monumentenzorg; dit is de oermenselijke liefde voor het hulpeloze. Bij inspectie zal blijken dat hij en mede-eigenaar Gijs Bosman voor achterstallig onderhoud diep in de buidel zullen moeten tasten. Shit happens. Het is leuke shit.

Lees ook: Goede investering: het lelijke Eendje is nu goud waard

Onder grote belangstelling keren we terug op het festivalterrein. Naar een supercar zou nu geen EMW-lid omzien. Dat Citroënnetje is je ware; onooglijk, charmant, verketterd en vergeten. Sander de Koster, eigenaar van de Daihatsu Charmant: „Ik heb een EMW-meeting meegemaakt op een locatie waar een Lamborghini Diablo stond.” Een droomwagen. Iedere rechtgeaarde petrolhead zou er direct bovenop springen. „Bij ons kregen ze hem pas na een kwartier in de gaten. En toen was het van: o ja, een Diablo.” Alsof hij lucht was. „Dat geeft de EMW-mentaliteit wel aardig weer, denk ik.”