Recensie

Recensie

Hitler kon huilen als op commando

Adolf Hitler In het tweede deel van zijn biografie laat historicus Volker Ullrich zien dat Hitler geen toeval was, maar ook geen onvermijdelijkheid. Ook was hij allerminst een middelmatig politicus, zoals lang werd verondersteld.

Een peinzende Adolf Hitler in de omgeving van Berchtesgaden, circa 1938
Een peinzende Adolf Hitler in de omgeving van Berchtesgaden, circa 1938 Foto Hollandse Hoogte
    • Bernard Hulsman

Herstel: Hitler had maar één bal. In Adolf Hitler. Deel I: De jaren van opkomst 1889-1939 uit 2014 schreef de Duitse historicus Volker Ullrich dat er geen enkele aanwijzing was voor de juistheid van het hardnekkige gerucht dat de Führer bij een verwonding in de Eerste Wereldoorlog een teelbal was kwijtgeraakt – en overigens ook niet voor het minder bekende verhaal dat de helft van Hitlers penis in zijn jongensjaren was afgebeten door een bok. Maar in De jaren van ondergang 1939-1945, het tweede, nu vertaalde deel van zijn Hitlerbiografie, corrigeert Ullrich dit. Op 11 november 1923 constateerde de arts van de gevangenis in Landsberg, waar Hitler een straf vanwege een mislukte coup kwam uitzitten, dat zijn rechter teelbal niet was ingedaald.

Het medisch rapport van de gevangenisarts maakt deel uit van Hitlers gevangenisdossier dat lange tijd verloren was gewaand, maar in 2010 opdook bij een Duits veilinghuis en vervolgens door de Vrijstaat Beieren in beslag werd genomen. Vijf jaar later werd het gepubliceerd in een uitgave van het Neurenbergse staatsarchief.

Het is zeer waarschijnlijk dat de ontbrekende teelbal ‘de minderwaarheidsgevoelens heeft versterkt waaraan Hitler leed sinds zijn dubbele mislukking op het Realgymnasium in Linz en de Weense kunstacademie’, schrijft Ullrich nu. Vermoedelijk verklaart het ook ‘Hitlers verlegenheid over naaktheid’ en misschien is het ‘een van de oorzaken van zijn moeizame relatie met vrouwen.’ Daar laat hij het bij, aan verdere ‘speculaties’ waagt hij zich niet.

Woede-uitbarstingen

Meer dan Joachim Fest en Ian Kershaw in hun grote Hitlerbiografieën uit 1970 en 2003 ging Ullrich in het eerste deel in op het persoonlijke leven van Hitler. Maar in zijn tweede deel blijft dit op de achtergrond: Eva Braun, met wie hij sinds begin jaren dertig een relatie had, duikt bijvoorbeeld slechts af en toe op. Hitler is vooral de onbetwiste leider van de nazistaat én de opperbevelhebber van het Duitse leger die vrijwel dagelijks druk bezig is met de bouw van de twee pijlers waarop het Derde Rijk moet rusten: de ‘verwijdering’ van de Joden uit Europa en de genadeloze verovering van Lebensraum in Oost-Europa.

Lees ook: Hoe het hedonistische Berlijn veranderde in de hoofdstad van het nazisme

Ook als opperbevelhebber bleef Hitler de toneelspeler die hij in zijn jaren van opkomst was, schrijft Ullrich. Zo waren zijn legendarische en steeds frequentere woede-uitbarstingen in de jaren 1939-1945 lang niet altijd oprecht maar gebruikte hij die ook vaak als middel om bijvoorbeeld Wehrmacht-generaals met een lage dunk van zijn militaire kundigheid te intimideren. Als ‘bedreven acteur’ kon hij ook ‘tranen vergieten als door een druk op de knop’, schrijft Ullrich. Toen hij zijn Italiaanse bondgenoot Mussolini bijvoorbeeld vertelde over de nachtelijke oversteek van zijn plaatsvervanger Rudolf Hess in een Messerschmitt naar Schotland in 1941 begon hij te huilen, hoewel hij dat curieuze ‘verraad’ volgens Ullrich allang had verwerkt.

Ook bleef Hitler de grote gokker die altijd koos voor de ‘alles-of-niet’-tactiek waarmee hij als politicus aan de macht was gekomen. En toen hij met de inval in de Sovjet-Unie in 1941 kolossaal misgokte, wist hij met zijn acteurs- en redenaarstalenten zijn omgeving steeds weer te overtuigen dat binnenkort het tij zou keren. Ook nadat hij zelf al in de zomer van 1942 tot het besef was gekomen dat de oorlog was verloren, bleef hij dit doen. Tot in het absurde: zo kreeg hij het voor elkaar dat de leiders van nazi-Duitsland onder wie Goebbels de geallieerde invasie in Frankrijk in juni 1944 met gejuich ontvingen.

Götterdämmerung

In het laatste hoofdstuk maakt Ullrich de balans op en geeft hij antwoorden op de grote vragen over nazi-Duitsland, waarvan ‘hoe was het mogelijk’ de belangrijkste is. Hierbij kiest hij meestal voor de gulden middenweg. Nee, Hitler was geen toeval, maar ook geen onvermijdelijkheid, concludeert hij: ‘Hitlers heerschappij past in de continuïteit van de Duitse geschiedenis, maar vormde er tegelijkertijd een fundamentele breuk mee.’ En ja, zonder Hitler beslist geen Holocaust, maar ook niet ‘zonder de hulp van ‘honderdduizenden bereidwillige medewerkers’.

Lees ook: Hoe de elite zich liet verleiden door het Derde Rijk

Op één punt wijkt Ullrich rigoureus af van eerdere biografen die Hitler afschilderden als een middelmatige man met beperkte geestesvermogens. Hitler was een ‘uitzonderlijk politiek talent’, vindt hij, en ‘een van de koelbloedigste, meest geslepen en doelgerichte Europese beroepspolitici.’ Ook had Hitler een groot organisatietalent. Niet alleen wist hij eerst allerlei met elkaar ruziënde, extreem-rechtse groeperingen aaneen te smeden tot de NSDAP, maar ook regeerde hij later zo knap volgens het ‘klassieke recept van verdeel en heers’ dat zijn macht onaantastbaar werd en bijna tot het einde bleef. Maar bovenal was Hitler een flexibele acteur en een overtuigend redenaar. In de laatste twee jaar ontpopte hij zich zelfs tot de regisseur van de Götterdammerung-achtige ondergang van nazi-Duitsland. Ten slotte maakte hij van zijn dood een Liebestod in de geest van Wagners opera Tristan und Isolde door zich in de nacht van 28 op 29 april door notaris Wagner in de echt te laten verbinden met Eva Braun om een dag later gezamenlijk de hand aan zichzelf te slaan.