Hebben de gelote wijkbestuurders wel genoeg gezag?

Lokale democratie Een jaar geleden zijn in Rotterdam zes wijkcomités geïnstalleerd met gelote leden – niet gekozen dus. Nergens in het land wordt op deze schaal geëxperimenteerd met democratische vernieuwing.

Foto Merlin Daleman

‘Ik heb altijd mijn wandelstok bij me. En als de vuilcontainer verstopt is, dan duw ik met mijn stok het afval verder de bak in.” Een oudere bewoner van de wijk Oud-Mathenesse, steekt haar zwarte wandelstok omhoog. Het is woensdagavond acht uur. Het gelote wijkcomité Oud-Mathenesse Witte Dorp houdt vergadering in buurthuis De Punt. De vijf leden van het comité zitten naast elkaar achter een tafel. Buurtbewoners, de wijkconciërge, medewerkers van de gemeente en ondernemers zijn aangeschoven om de problemen en plannen die in de wijk leven te bespreken.

Afval is een belangrijk thema in Oud-Mathenesse. Rondslingerend grofvuil, volle containers en illegale afvaldumpers uit het naastgelegen Schiedam. Comitélid Orkun Durmaz maakte een filmpje over de volle containers in zijn wijk. Om het probleem onder de aandacht te brengen bij de ambtenaren en politici op de Coolsingel. Dat helpt. Inmiddels is hij in gesprek over een nieuw ontwerp afvalcontainer. Ook wil hij een ‘grofruildag’ organiseren. „Die dag brengt iedereen zijn grofvuil naar het Pinasplein en andere kunnen kijken of er iets voor hen bij zit. Tegelijkertijd kunnen we dan met bewoners in gesprek over dit probleem”, zegt Durmaz.

Precies een jaar geleden zijn in Rotterdam zes wijkcomités geïnstalleerd. De vijf leden van elk comité zijn niet verkozen door hun buurtgenoten, maar aangewezen volgens een loting uit de gemeentelijke basisadministratie. De loterij om de macht in de wijk moet ervoor zorgen dat het kleinschalige bestuursorgaan een goede afspiegeling is van de bewoners. Daardoor zullen die zich beter vertegenwoordigd voelen, is het idee. In meerdere gemeenten in Nederland wordt geëxperimenteerd met lotingen, maar nergens zo grootschalig of met zoveel bevoegdheden als in Rotterdam.

Foto Merlin Daleman

Meer betrokkenheid

D66-raadslid Gerda Eeuwijk, vorig jaar overleden, diende in 2017 een motie in voor een proef met een geloot wijkbestuur in zes verschillende wijken. Daarbij baseerde Eeuwijk zich op het onderzoek ‘Een kwestie van kiezen’ van DRIFT over de lokale democratie. Daaruit blijkt dat door het verdwijnen van ambtenaren uit de wijken er teveel macht komt te liggen bij de Coolsingel. Hierdoor wordt het moeilijker voor bewoners om hun problemen onder de aandacht te brengen en neemt het vertrouwen in en de betrokkenheid bij de politiek af. Loting moet de betrokkenheid weer vergroten, is het idee. Het gelote wijkcomité krijgt dezelfde taken en verantwoordelijkheden als de gebiedscommissies, die blijven bestaan naast de comités.

De leden van de comités verschillen van afkomst, opleiding en leeftijd. En een jaar na hun installatie blijken de vergaderingen dynamisch. Bewoners mogen de hele vergadering meepraten en voelen zich daardoor betrokken. Loten brengt echter ook risico’s met zich mee. Sommige actieve bewoners hebben moeite met de zeggenschap van de gelote leden. De leden zijn, door hun onervarenheid, afhankelijk van de ambtenaar die hen begeleidt. En niet iedereen spreekt goed Nederlands. Slagen de comités er desondanks in om de bewoners van hun wijk goed te vertegenwoordigen?

Er is teveel macht komen te liggen bij de Coolsingel

Onderzoeker Frank van Steenbergen van DRIFT heeft daar zijn twijfels over. „Leden die geloot zijn, kennen de weg vaak niet in het bestuurlijke veld. Dat zal dan ook niet leiden tot meer daadkracht”, zegt hij. „Bij het optuigen van een lokaal bestuur, organiseer je als ambtenaren en college van B en W eigenlijk je eigen tegenmacht”, legt Van Steenbergen uit. „Rotterdam heeft gekozen voor wijkbesturen zonder veel macht en aanzien. Dat maakt het mogelijk makkelijker en effectiever om beleid van de Coolsingel uit te rollen over de wijken”, constateert hij. Wel stelt hij dat de gelote comités in potentie een betere afspiegeling van de wijk vormen.

Moeizaam eerste jaar

Ingrid van Wifferen bezocht afgelopen jaar alle zes de wijkcomités. Zij maakt zich ook zorgen of de gelote leden er in slagen de stem uit hun wijk goed te laten doordringen op de Coolsingel. „Het eerste jaar gaat moeizaam”, zegt ze. „Dat betekent dat een jaar lang de bewoners niet goed vertegenwoordigd zijn. Ik hoop dat de leden meer in hun rol zullen groeien.”

Foto Merlin Daleman

Aan de andere kant van Rotterdam vergadert wijkcomité Tarwewijk in een pand van de gemeente aan de Wolphaertsbocht. De sfeer is gespannen. Zes vrouwelijke bewoners van Turkse afkomst mopperen over de bloemetjes die onlangs geplant zijn op het Verschoorplein. Door gebrek aan water, hangen ze nu alweer slap, is de klacht. „Wie is daar verantwoordelijk voor?”, wil een van de vrouwen weten. Wijknetwerker en ambtenaar Fatima Addou kaatst de bal terug. „U woont ernaast en ziet dat de bloemen water nodig hebben, waarom heeft u niet even een gieter gehaald?”

Dan is er de teleurstelling dat twee bewonersinitiatieven, die een van de vrouwen heeft ingediend, worden afgewezen. „De afgelopen vijf jaar heeft u een budget van 21.000 euro gekregen voor activiteiten”, zegt het gelote comitélid Mariem Azerar. „Deze aanvragen keuren we nu even niet goed.” Het wijkcomité heeft bovendien twijfels over de toegankelijkheid van het initiatief. „We zien dat maar een klein groepje uw evenementen bezoekt en dat er meestal Turks wordt gesproken. Anderen voelen zich daardoor buitengesloten.”

Afwijzen is een van de lastigste aspecten van haar nieuwe functie vindt Azerar. „Ik woon in deze buurt en kom de indieners op straat tegen”, zegt ze. „In het begin twijfelde ik weleens of ik toch een initiatief goed moest keuren omdat ik de indiener kende.” Dat gevoel heeft ze niet meer, zegt Azerar. Het comité besloot daarnaast de regel in te voeren dat niet meegestemd mag worden over een initiatief in de eigen straat.

Lees ook: Hervormen van onderop

Maar hoewel de leden tijdens de vergadering stemmen over het al dan niet financieren van een bewonersplan, ligt het besluit al deels vast. Een ambtenaar schrijft, net als voor de gebiedscommissies, een ‘advies’ over het goed- of afkeuren van de financiering. Daar wordt door het wijkcomité zelden vanaf geweken.

Ook bij andere taken leunen de vaak onervaren comitéleden op ambtenaren. In Oud -Mathenesse neemt wijkmanager en ambtenaar Mieke de Leeuw de vijf leden van het comité bij de hand. Zij weet bij wie de comitéleden hun vragen, klachten of ideeën kwijt kunnen. Ook waarschuwt De Leeuw het vijftal als er belangrijke ambtelijke stukken binnenkomen in de wekelijkse stroom van berichten. „Niet iedereen vindt het fijn om alle notities door te spitten”, zegt ze. „We hebben daarom afgesproken dat als ik app over een notitie, zij op moeten letten.” Daarnaast doet ze haar best om alle vijf de ‘loterijwinnaars’ zo goed mogelijk uit de verf te laten komen door bijvoorbeeld het organiseren van een coachsessie.

Lees ook: Rotterdam gaat wijkpolitici loten

Schizofrene posite

Ambtenaren hebben dus een grote rol bij het functioneren van het wijkcomité. D66-raadslid Van Wifferen: „Ik zag enkele keren dat zij over het comité heenlopen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.” Goede begeleiding is belangrijk, vindt het raadslid. „Maar dan van een neutrale coach.” Ook Van Steenbergen spreekt zijn zorgen uit. „De vraag is wiens belangen de ambtenaar dient. Zijn of haar meerdere op het stadhuis, of het geven van een stem aan de wijk. Daarmee dwing je de ambtenaar eigenlijk in een schizofrene positie omdat deze belangen kunnen botsen.”

Comitélid Pim van der Wel van Oud-Mathenesse is juist blij met de hulp van de wijkmanager. „Wij zijn uit de hoge hoed gepikt”, zegt hij. „En hebben geen weet waar we bijvoorbeeld terecht kunnen met een plan of idee.”

Afwijzen is een van de lastigste aspecten van haar nieuwe functie

Toen Van der Wel vorig jaar een brief kreeg dat hij ingeloot was om zijn buurtgenoten een stem te geven, aarzelde hij niet. „Ik was jaren actief geweest in het bestuur van mijn volleybalvereniging. Dat vond ik leuk om te doen.” Hij ziet ook overeenkomsten. „In het wijkcomité vergadert de harde kern van actieve bewoners mee. In de volleybalclub waren dat de actieve vrijwilligers.” En waar in het wijkcentrum wordt gemopperd over vieze straten, ging het in de volleybalkantine over vieze kleedkamers.

Verschillen zijn er ook. „Ik woon hier pas twee jaar en was nog niet bekend in de buurt. De eerste maanden moest ik heel veel mensen leren kennen. Mensen die vaak veel meer weten over de wijk dan ik.” Niet alleen voor de vijf leden is de situatie nieuw. Ook bewoners die al jaren actief zijn, reageren verbaasd op het nieuwe bestuursmodel. „Ik vind dat ze het goed doen hoor”, zegt Eduard Faas, betrokken bij Buurt Bestuurt en voorzitter van vier VVE’s in de wijk. „Maar het is toch een beetje vreemd dat deze mensen zomaar zijn aangewezen. Waarom hebben ze niet geloot onder actieve bewoners.”

Legitimiteit

Onderzoeker Daan Jacobs, gespecialiseerd in bestuurlijke lotingen, bevestigt dat de legitimiteit een belangrijk probleem vormt. „Mensen reageren sceptisch”, zag hij bij eerdere experimenten. „Deels omdat loting nog een onbekend fenomeen is.” Tegelijkertijd zijn de zorgen terecht, zegt hij. „Want je weet niet of de mensen die geloot zijn, daadwerkelijk goed zijn in wat zij moeten doen.” Jacobs volgt het experiment in Rotterdam. Hij zag nóg een risico. „De wijkcomités ervaren moeite om serieus genomen te worden. Als het stadsbestuur niets doet met hun adviezen, bestaat het risico dat de gelote bewoners het vertrouwen verliezen in de politiek”, waarschuwt hij. „Terwijl het doel van de loting juist het vergroten van de betrokkenheid van bewoners is.”

Foto Merlin Daleman

De legitimiteit van de gelote leden is een van de redenen dat het CDA destijds grote aarzelingen had over de loterij. „Willekeurige mensen zijn voor deze comités aangewezen, niet gekozen. Ik vraag me af of dat het vertrouwen van de burger in de politiek verbetert”, zegt fractievoorzitter Christine Eskes. „Want deze vijf, hoe goed hun bedoelingen ook zijn, hebben geen draagvlak voor hun functie. En dat is juist zo belangrijk in een democratie.” Actieve bewoners om hun mening of plan vragen is een goed idee, vindt Eskes. „Maar het is heel iets anders om ze een bestuurlijke positie te geven zonder dat zij gekozen zijn.”

D66-raadslid Van Wifferen brengt daartegen in dat het draagvlak van gekózen wijkvertegenwoordigers ook maar relatief is. „Die zijn vaak gekozen op basis van hun lidmaatschap van een politieke partij.” En dat maakt de poel van kandidaten voor deze functie wel erg klein. „Slechts een heel klein deel van de mensen is lid van een partij én daadwerkelijk politiek actief”, zegt zij. „En al die mensen lijken een beetje op elkaar”. De diversiteit bij de wijkcomités is veel groter, vindt Van Wifferen. „In de gelote comités zitten bijvoorbeeld ook verlegen mensen.”

Leden van het wijkcomité krijgen een vergoeding van 450 euro per vergadering, met een maximum van twaalf vergaderingen per jaar. Van hen wordt verwacht dat zij 12 uur per week in hun wijk steken. De Erasmus Universiteit doet een onderzoek naar de wijkcomités. De gemeenteraad besluit over twee jaar of de loting een vervolg krijgt of niet en of deze eventueel wordt uitgebreid.