Recensie

Recensie

Er valt geen touw vast te knopen aan de memoires van Elco Brinkman

Parlementaire geschiedenis In zijn politieke memoires geeft Elco Brinkman zich niet bloot. Wel bieden zijn observaties inzicht in het denken van een politicus die voorbestemd was om premier Lubbers op te volgen.

Elco Brinkman in bespreking met premier Ruud Lubbers op een CDA-partijmanifestatie in Amersfoort in februari 1994
Elco Brinkman in bespreking met premier Ruud Lubbers op een CDA-partijmanifestatie in Amersfoort in februari 1994 Foto Tweede Camera/Hollandse Hoogte

Lange tijd was de klacht dat zo weinig Nederlandse politici memoires schreven. Niet in staat, te gevoelig in een coalitieland waar men altijd weer samen verder moet, niet interessant genoeg. Er zijn tal van redenen aangevoerd om dit soort ego-documenten niet te schrijven. En misschien is het ook wel zo. Wie zit er nu te wachten op het persoonlijke levensverhaal van een Nederlandse politicus die alleen wereldberoemd is in eigen land?

Het is in elk geval een ingewikkeld genre. Dat bewijst ook Bouwen en bewaren, de memoires die gewezen CDA-politicus Elco Brinkman nu op 71-jarige leeftijd heeft uitgebracht. In wisselende hoedanigheden was hij 45 jaar lang vaste gast op of rond het Binnenhof. Als topambtenaar, minister, fractievoorzitter in Tweede en Eerste Kamer, lijsttrekker, voorzitter van de bouwwerkgevers. En dan zijn er nog die talloze commissariaten. Hij heeft zoals hij schrijft, zijn ‘billen blauw’ vergaderd.

Het ruim vijfhonderd pagina’s tellende boek is in eerste instantie het resultaat van een zolderopruiming. Het was ook een langdurig project. In 2002 begon Brinkman zijn eerste gedachten op te schrijven. Herinneringen komen langs. Soms zeer gedetailleerd aan de hand van dagboekaantekeningen (‘wie niet van fijnproeverij uit de Haagse keuken houdt kan volstaan met snel bladeren door dit en het volgende hoofdstuk’, helpt Brinkman). Vaak ook zijn het losse ideeën of observaties die inzicht geven in het denken van de man die begin jaren negentig was voorbestemd om de succesvolle CDA-premier Ruud Lubbers op te volgen.

Goede memoires dienen authentiek te zijn. Aan de authenticiteit van de memoires van Brinkman hoeft niet te worden getwijfeld. Het is zijn verhaal, in zijn woorden, met zijn gedachtesprongen. En dit betekent dat er soms geen touw aan valt vast te knopen. Wat bijvoorbeeld te denken van de zin: ‘Grote plonsen in een vijver die bij dit soort suggesties meestal snel zijn rimpels aan een facelift onderwerpt’.

Authenticiteit

Brinkman schrijft zoals hij praat. Snel, associatief en vaak in niet te begrijpen metaforen. Om in zijn stijl te blijven: het boek is daardoor een weergave van een politiek-bestuurlijke hutspot voorzien van een flinke schep korrelige jus bestaande uit persoonlijke levenswijsheden. Brinkmans uitgever heeft het over ‘beeldrijke woorden’. Premier Mark Rutte (VVD) die eerder deze maand het eerste exemplaar van Bouwen en bewaren in ontvangst nam sprak bij die gelegenheid over ‘bloemrijke taal’. Maar het is op onderdelen gewoon wartaal, gelardeerd met veilige Farce-Majeure humor. Cartoonisten hebben ‘een ereplekje in ons huis. (Op, niet in de wc…)’, schrijft hij.

Deze hindernis moet de lezer nemen om een kijkje te kunnen nemen in de even fascinerende als ondoorgrondelijke wereld van Elco Brinkman. Fascinerend omdat Brinkman zich als één van de voorlieden van het toen nog grote CDA ophield in de vanzelfsprekendheid van de macht en erbij was toen die macht door toedoen van de massaal vertrekkende kiezers opeens minder vanzelfsprekend was.

Ondoorgrondelijk wordt de als rationeel bekend staande Brinkman, die rond de eeuwwisseling twee keer getroffen werd door de ziekte van non-Hodgkin, de lezer deelgenoot maakt van zijn hallucinerende koortsdromen die hem toen teisterden. Dromen vol symboliek met verwijzingen naar het Paarse kabinet dat volgde nadat het CDA onder zijn leiding bij de verkiezingen was weggevaagd.

Onbegrijpelijk proza

Dat levert opnieuw onbegrijpelijk proza op. ‘De dienstauto’s van de ministers werden door de reddingsbrigade in zee getrokken. Politie te paard trok als een immobiele brigade met schelpenwagens vol gestolen fietsen door het rulle zand voort tot midden voor het hotel waar deze in een geïmproviseerde hoogoven werden opgestapeld.’ En zo gaat het dan nog 22 pagina’s door. Maar het hoofdstuk heet dan ook Xtravaganza.

Veruit het interessantst, ook voor het Haagse wereldje, zijn de hoofdstukken waarin hij zijn actieve politieke CDA-jaren beschrijft: als jonge minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, begin jaren tachtig in de bezuinigingskabinetten Lubbers en als beoogd, maar uiteindelijk mislukt opvolger van de premier en CDA-leider.

‘Wie niet tegen lijden in Den Haag kan, moet maar in Leiden op een terrasje blijven zitten.’

Tegelijk schetst Brinkman een verre van compleet beeld van die laatste periode. Over de totale chaos waarin het CDA in 1994 verkeerde op weg naar de verkiezingen met een Lubbers die de weg kwijt was, is in Brinkmans memoires weinig terug te vinden. Delen uit die turbulente periode zijn in 1995 onthullend beschreven door journalist Marcel Metze in zijn boek De Stranding. Brinkman zat er als hoofdrolspeler bovenop, maar dat blijkt niet uit zijn boek. Het wordt tamelijk klinisch weergegeven. Hij heeft duidelijk geen behoefte om oude wonden open te rijten.

Dat het zo nu en dan flink schuurde tussen de in Brinkmans woorden ‘soms onnavolgbare’ Lubbers en hemzelf ontkent de toenmalige kroonprins niet. Maar dat was geen reden voor hem om het boek een ‘afrekening’ te laten zijn. Ja, hij had er ‘soms een heel klein beetje onder geleden’, staat er te lezen. Maar zo concludeert hij dan in typisch brinkmaniaans: ‘Wie niet tegen lijden in Den Haag kan, moet maar in Leiden op een terrasje blijven zitten.’

In de steek gelaten

Jammer dat Brinkman niet wat meer uitgesproken is. Want tussen de regels door laat hij merken zo nu en dan flink in de steek te zijn gelaten door Lubbers. Dat was bijvoorbeeld het geval ten tijde van de WAO-crisis in 1993, die hij door middel van eigen dagboekaantekeningen en aan hem gestuurde notities van Lubbers minutieus beschrijft. Een ‘bijdrage’ aan een ‘correcte geschiedschrijving’, schrijft Brinkman. Waarmee hij op een nette manier wil zeggen dat het anders is gegaan dan indertijd door Lubbers werd beweerd.

Lees ook: Lubbers in memoires over niet stemmen op Brinkman: ‘fout, fout, fout’

Lubbers heeft in de aanloop naar de verkiezingen van 1994, toen het CDA in de peilingen al zwaar op verlies stond, zijn door hem zelf aangewezen opvolger keihard laten vallen. Hij zou op de nummer drie van de CDA-lijst Ernst Hirsch Ballin stemmen, zei de vertrekkende CDA-leider een week voor de verkiezingen.

In zijn vorig jaar postuum verschenen Persoonlijke herinneringen erkende Lubbers dat hij ‘zeer deloyaal’ jegens Brinkman was geweest. ‘Een keuze waarvan ik later denk: fout, fout, fout Ruud.’ Brinkman beperkt zich in zijn boek tot de mededeling dat hij die uitspraak ‘zeer op prijs’ heeft gesteld. Lubbers en Brinkman hebben elkaar nadien regelmatig gesproken. ‘Maar deze gezamenlijke episode is tussen ons onbesproken gebleven’, schrijft hij.

Helaas blijft deze episode ook weinig besproken in Brinkmans memoires. Zijn boek vormt daardoor slechts één van de vele puzzelstukjes. Het wachten blijft nog altijd op het volledige verhaal over de mislukte troonswisseling in het CDA.