Recensie

Recensie Boeken

Een vrouw die verkleed als man over lijken gaat

In de tijd dat Napoleon op het hoogtepunt van zijn macht is verkleedt Stans Hoste (18) zich als man en vertrekt naar het leger.

    • Mirjam Noorduijn

Kleren maken de man. In de jeugdroman IJzerkop van Vlaming Jean-Claude van Rijckeghem, die zich afspeelt als Napoleon op het hoogtepunt van zijn macht is, is dit niet louter metaforisch bedoeld. Een vrouw die zich kleedt als man wordt anders benaderd. Zeker wanneer niemand weet dat hij een zij is: dan lonkt de vrijheid. Tot dat inzicht komt Stans Hoste (18) na afloop van de bokskamp in de Gentse kloosterkerk tussen Zotte Neel (‘een fort van een vrouwmens’) en Courage, die ‘het leven uitlacht en de orde der dingen op haar kop zet’: een geweldige openingsscène die verraadt dat Van Rijckeghem ook scenarioschrijver is, en direct de toon zet voor een verhaal waarin heel wat wordt afgevochten.

Strijdlust kan Stans niet worden ontzegd. Maar haar tong is, passend bij haar cynische verteltoon, ‘haar meest favoriete wapen’. Als haar vader, die een zaagfabriekje heeft, failliet dreigt te gaan, en haar in ruil voor een lening uithuwelijkt aan zijn welgestelde vriend Lieven, loopt ze weg. Geïnspireerd door de vrouwen-bokskamp en het ‘vrijheid, gelijkheid of de dood’ waarmee Napoleons soldaten de Franse revolutie verdedigden, verkleedt ze zich als man en vertrekt naar het leger.

Geen héél origineel gegeven voor Van Rijckeghem, die (met Pat van Beirs) eerder over opstandige meisjes schreef, in Jonkvrouw (2009). Maar dit doet niets af aan de overtuigingskracht van Stans. Van Rijckeghem (1963) zet haar levensecht in haar eigen tijd neer. Prachtig is het moment dat ze, terwijl het maanlicht binnenglijdt, in Lievens kleren voor de spiegel staat. ‘Wat een mooie ogen heeft hij’, zegt ze over de jongeman die ze ziet. ‘Levendige ogen. Geheimzinnige ogen. Hij grijnst. Ik kan de spiegel wel zoenen’. Hij geeft Stans haar eigenwaarde en bestaansrecht.

Rottend vlees

Zo’n onverschrokken jongedame spreekt anno 2019 natuurlijk tot de verbeelding. Maar Van Rijckeghem toont helder, omdat hij zijn verhaal ook vanuit het perspectief van Stans’ broertje Pier vertelt, dat Stans’ keuze ten koste gaat van de vrijheid van de achterblijvers – en zo valt het verhaal niet in de anachronistische valkuil. Haar vader, die nu versneld zijn schuld moet afbetalen, belandt in het rasphuis. Pier moet van school. Als hij vermoedt waar Stans is, krijgt hij opdracht haar te halen. Ondanks dat hij zich ‘als Judas’ voelt, vertrekt hij op een koppig oud paard, wat de tocht een prettig lichtvoetig karakter geeft.

Het wisselende perspectief, dat steeds beter gaat werken, maakt van IJzerkop een sterk psychologisch uitgewerkte roman met als inzet de haat-liefdeverhouding tussen broer en zus. Ontroerend is Piers ontwikkeling van gefrustreerde veertienjarige tot empathische broer; en pijnlijk treffend Stans keuze voor zichzelf. Ze gaat als het moet over lijken: ‘Ik ben geboren voor de veldslag.’

Via ingenieuze zijpaden en avontuurlijke verwikkelingen werkt de plot uiteindelijk toe naar de Slag bij Aspern Essling (Oostenrijk, 1809). Van Rijckeghems beschrijving daarvan is even overweldigend als die vermoedelijk was. Zijn taal golft mee met de voortmarcherende rijen infanteristen, dondert, rommelt en knettert, en zit vol bloed, zweet en stank van rottend vlees als de soldaten zijn verworden tot ‘schraapsels van het grote Franse leger, het afval van de oorlogsmachine’.

Alleen een rasverteller kan zo schrijven: Van Rijckeghem is er een.

Correctie 25 mei 2019: In een eerdere versie van dit stuk stond dat de Slag bij Aspern Essling plaatsvond in 1908. Dat moest 1809 zijn en is aangepast in deze versie.