De koning

schrijft columns op basis van haar ervaringen als huisarts in Nieuw-Zeeland.

Zijn gezicht vertrekt in een gepijnigde grimas terwijl hij naar mijn kamer strompelt, zwaar leunend op de schouder van zijn vrouw. „Wacht”, roep ik, als ik zie hoe haar fragiele lijf moeizaam zijn ruim negentig kilo met zich mee torst. „Ik haal een rolstoel voor je.” B. schudt zijn hoofd. „Het gaat wel”, beaamt zijn vrouw dapper. „Nog een paar meter.”

„Dood - op”, brengt B. uit, als hij eenmaal zit. „Ik heb totaal geen kracht meer, ben volledig uitgeput. Al twee dagen ben ik zo rillerig, heb het afwisselend bloedheet en dan weer ijskoud. En spierpijn, de ergste die je je kunt voorstellen…” Hij zucht en laat tegelijkertijd zijn kin voorover op zijn borst vallen. „En je keelpijn?” draagt zijn vrouw hulpvaardig aan. „O ja”, stemt hij in. „Zere keel, geen eetlust en soms hoesten.”

Op mijn thermometer lees ik 39.4. Ik kijk hem van top tot teen na, maar kan geen andere oorzaak voor zijn koorts vinden dan waarschijnlijk een zeer heftige griep. Bloeddruk en zuurstofsaturatie zijn normaal. Zijn longen klinken schoon. Amandelen niet ontstoken. De urinestick laat geen infectie zien.

Ik twijfel even. B. presenteert zich wel vaker met onverklaarbare pijn en extreme moeheid. Verwijzingen naar verschillende specialisten brachten ons in het verleden niet verder. Mijn collega is ervan overtuigd dat B. een ‘mannelijke versie van fibromyalgie’ heeft, een stoornis van het pijnsysteem, dat chronische pijn en moeheid veroorzaakt.

Wat moet de spoedeisende hulp met een fibromyalgie patiënt met griep, vraag ik me af. Ik zie de grappen over Dr. Hermans daar al voor me. Maar hij ziet er te ziek uit om zonder bloedonderzoek naar huis te sturen. Het laboratorium is al dicht, dus is er geen andere optie dan hem toch naar de spoedeisende hulp te verwijzen voor verder onderzoek.

Die middag zit ik in ons kantoortje papierwerk te doen. Mijn collega komt de kamer in. „Hé, zag ik nou goed dat onze B. rond een uurtje of negen door zijn arme vrouw in een rolstoel richting auto werd geduwd?” vraagt hij. Ik vertel hem over het consult van vanochtend. „Wow”, hij schudt ongelovig zijn hoofd. „B. is de koning. Hij is met kop en schouders de aller-aller-beste.” Niet begrijpend staar ik hem aan. „De beste acteur van de man-flu! Dat het je lukt om ermee in een rolstoel te belanden, met een ticket naar de eerste hulp.” Ik schiet in de lach. „Wist je dat ik zelfs heb overwogen om hem met een ambulance…” „Wacht, wacht”, valt hij me in de rede, wijzend op mijn computerscherm. „Daar in je inbox, daar is de brief al.” Ik hou mijn adem in terwijl we door het verslag van de spoedeisende hulp scannen: „Urosepsis… Admitted… IV antibiotics… B. blijkt met een ernstige bloedvergiftiging door een nierbekkenontsteking opgenomen op de afdeling interne geneeskunde.

Om privacyredenen zijn herkenbare details aangepast.