Bestuurlijk gesteggel over aanleg van warmteleiding van de haven naar Leiden

Duurzaamheid Goed idee om Leiden van Rotterdamse restwarmte te voorzien, zegt wethouder Arjan van Gils, maar de uitvoering is „beroerd”.

Foto ANP
Foto ANP

Nog voordat er één meter is gegraven leidt de toekomstige warmteleiding van Rotterdam naar Leiden tot grote bestuurlijke irritaties. De Rotterdamse gemeenteraad kwam deze week in commissieverband bijeen, maar dat leidde niet tot nieuwe openbare informatie over de opgelopen vertraging. Gezien de gevoeligheid van dossier en de financiële belangen werden raadsleden voor het grootste deel achter gesloten deuren geïnformeerd.

Volgens de Rotterdamse wethouder Arjan van Gils (D66, financiën, haven) ligt het probleem bij Leiden, omdat die gemeente het tracé voor de leiding nog niet zou hebben bepaald. Hij voegde daar wel aan toe dat de gemeente ook niet wist dat de tijdsdruk zo hoog was. Eerder deze maand schreef het Leidse college van B en W juist aan zijn raad dat het onjuiste beeld was ontstaan „dat Leiden verantwoordelijk zou zijn voor de vertraging”. Volgens Leiden is het Warmtebedrijf Rotterdam zelf nog niet in staat „een goede vergunningsaanvraag voor het hele project in te dienen”.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat vanaf 1 januari 2020 13.000 huizen en 200 bedrijven in de Leidse regio restwarmte uit de Rotterdamse haven zouden krijgen. In 2016 tekenden betrokken bestuurders van gemeentes, de provincie en het Warmtebedrijf een intentieverklaring om een 43 kilometer lange ondergrondse leiding aan te leggen. Dit voorjaar werd duidelijk dat voor het project nog niet alle vergunningen zijn aangevraagd en dat het tracé niet helemaal duidelijk is.

Niemand durft nu nog een inschatting te geven wanneer de eerste Leidse huizen van warmte uit de haven worden voorzien. In een brief aan de gemeenteraad stelt het Rotterdamse college dat de contractuele verplichting van het Warmtebedrijf om in 2022 aan Nuon warmte aan de Leidse regio te leveren „(verder) onder druk komt te staan”.

Niemand durft nu nog een inschatting te geven wanneer de eerste Leidse huizen warmte uit de haven krijgen

Spil in het hele project is het Rotterdamse Warmtebedrijf dat ervoor zorgt dat restwarmte uit fabrieken in de haven en bijvoorbeeld ook van de lokale afvalverbranding naar huizen en bedrijven wordt getransporteerd. Het bedrijf, bijna volledig in handen van de gemeente Rotterdam, zette begin dit jaar de raad onder druk om snel akkoord te gaan met een investering van 118 miljoen in de warmteleiding. Pas daarna werd duidelijk dat het project vertraging opliep. „Een goed idee”, zei Van Gils volgens RTV Rijnmond gisteren tegen de raad over het warmteproject, „maar de uitvoering is beroerd”. De bestuurder zei begrip te hebben voor de kritiek. „Hier zit een balende wethouder.” Onderhand doen geruchten de ronde dat uitstel van het Leidse project zelfs het Warmtebedrijf in financiële problemen kan brengen.

Het project betekent geen volledig duurzame stadsverwarming, maar door het gebruik van de restwarmte wordt lozing in water of lucht voorkomen. Tegelijkertijd scheelt het ook aan warmteopwekking: een deel van de huizen in Leiden die van Rotterdamse warmte moeten worden voorzien krijgen hun warmte nu van een gascentrale in de Leidse binnenstad. Het is de bedoeling dat die op 1 januari 2020 zijn deuren sluit. Het is de bedoeling dat ook andere Leidse wijken, die nu nog aan het gasnet verbonden zijn, Rotterdamse warmte krijgen.

Behalve Rotterdam is ook de provincie Zuid-Holland een grote financier van het project. Inmiddels is daar ook het eerste politieke slachtoffer gevallen. Gedeputeerde Han Weber (D66) stapte begin deze maand onverwacht op omdat informatie over het warmteproject achter was gehouden. Die informatie was bij de provincie bekend, maar niet bij Weber of de provinciale staten. „Deze informatie was wel relevant en nodig om tot goede besluiten te komen”, zei Weber, zonder iets over de inhoud naar buiten te brengen.