Belgrado: ‘Als je wilt dat het beter wordt, moet je er wat aan doen’

Reizen Belgrado is misschien niet de meest voor de hand liggende vakantiebestemming. Toch kunt u er best eens een weekend heen.

De oude stad, in het centrum van de Servische hoofdstad Belgrado.
De oude stad, in het centrum van de Servische hoofdstad Belgrado. Foto Getty

Zo onopvallend mogelijk veeg ik mijn tranen weg na een flinke slok Rakija. Mijn nieuwe Servische vrienden vertrekken geen spier. Oleg Dobrovolsky (24) zegt dat ze deze Balkan-cognac wel sterker hebben meegemaakt, veel sterker. De échte variant moeten we op de terugweg maar kopen, vindt hij. Er wordt hard over de muziek heen gelachen en gepraat door mijn tafelgenoten in Villa Maska, een bar in Belgrado, hoofdstad van Servië. Daar treedt vanavond een gypsy band op, met opzwepende muziek waarop iedereen binnen de kortste keren staat te dansen.

Eerder vandaag kreeg ik een fietstour van Dobrovolsky. We reden de stad uit, en vertrokken naar Zemun, een kleine wijk buiten het centrum, met tal van terrassen langs de Donau. Dobrovolsky gebaart naar ons gezelschap. „En dan ontmoet je nu de crème de la crème van Belgrado.” Bora Eskic (31) en Bogdan Spasojevic (27) houden lachend hun glazen bier omhoog. „Živeli!” Op het leven, op elkaar. Op die wel heel gezellige fietstour, die leidde tot deze avond. Maar bovenal op hun stad. Op Belgrado. Dat vast niet op uw lijst met toekomstige vakantiebestemmingen stond. En dat is zonde. Een sfeerverslag van een typisch avondje uit in de Servische hoofdstad.

Belgrado is misschien niet de meest voor de hand liggende vakantiebestemming. Het is een stad met een recent oorlogsverleden, en een heden dat daarvan de sporen nog laat zien. Zo staan midden in het centrum de karkassen van gebouwen die doelwit waren van de NAVO-bombardementen van 1999. Die waren gericht op het ministerie van Defensie en de televisietoren, die staatstelevisie uitzond tijdens het regime van Milosevic. De toren is nu het eindpunt van de demonstraties die elke zaterdag gehouden worden tegen de huidige regering van president Aleksandar Vucic.

Aan mijn tafel wordt diep gezucht bij het horen van zijn naam. Het gaat meteen over het grote aantal dure, en onvoltooide bouwprojecten waarvoor zowel ondernemers als bewoners uit hun panden worden gezet. Waar het tot 2000 haast onmogelijk was een eigen onderneming te beginnen, opende na het Milosevic-tijdperk de ene na de andere culturele broedplaats, koffiebar en restaurant. En dan nu, onder Vucic, kunnen die weer sluiten, om plaats te maken voor luxe hotels en appartementen.

Dit gebeurt vooral in Savamala, het nieuwe culturele hart van de hoofdstad waar het wemelt van de kunstgalerieën en cafés van kleine ondernemers. En waar het pand van fietsgids Dobrovolsky is gevestigd. Die gaat er alvast van uit dat hij zijn geliefde wijk binnenkort moet verlaten, net als de rest van zijn ondernemersvrienden. „Geen idee wat ervoor in de plaats komt”, zegt hij. „Vooralsnog staan er in onze buurt vooral onaffe gebouwen.”

Maar zover ís het nog niet, zeggen Eskic en Spasojevic meteen. Het is pas zo, als het zover is; laten we nu dus maar genieten. Dobrovolsky lacht. „Alsjeblieft, de Servische kijk op het leven.”

Dwalen of fietsen

Belgrado bevindt zich op de plek waar de Donau en de Sava samenkomen. Hoewel Belgrado nog vooral bekendstaat om het nachtleven, met feesten op de rivierboten (splavovi), is er meer.

Eskic, tegenover Dobrovolsky, vertelt dat hij het liefst door de kleine straatjes in het centrum ronddwaalt. Met zijn gitaar. Als straatmuzikant is Eskic het vaakst te vinden bij Kalenic, één van de populairste boerenmarkten in de stad. Daar speelt hij voor „oude, vrijgevige dametjes die er hun inkopen komen doen en …” Hij sluit zijn ogen, steekt een hand omhoog, zingt mee met de muziek. „…merak”, verklaart hij, en meteen dat dat niet te vertalen is, maar zoveel betekent als dat hij „geraakt is in zijn ziel door de muziek”.

Zijn buurman, Spasojevic knikt instemmend. En dan barst er een discussie los over het mooiste Servische woord (winnaar: praskozorje, wat ‘dageraad’ betekent). En over de mooiste plek in hun stad. Unanieme winnaar: Gardos; de buurt in Zemun, met een heuvel vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de Donau en over Nieuw Belgrado.

Spasojevic doorkruist de stad altijd per fiets, vertelt hij. Soms met gevaar voor eigen leven, want Belgrado is niet bepaald een fietsstad (denk aan plotselinge gaten in de wegen en hard langsrazend verkeer). Maar dat weerhoudt hem niet van zijn persoonlijke missie: strijden voor meer fietspaden, zodat meer mensen kunnen fietsen en zo pas écht een band met de stad kunnen krijgen. „Ik zit sinds kort in een actiecomité. We voeren ludieke acties uit: rollen stoffen fietspaden uit over geparkeerde auto’s, bijvoorbeeld.” De actiegroep heeft nog geen resultaten geboekt, vertelt hij, maar dat komt nog wel.

Jong, oud en sigarettenrook

De band versnelt, doet alle gasten opstaan en met gesloten ogen ritmisch in de handen klappen. Opvallend in de cafés en bars in Belgrado: de mix van mensen, van jong en oud. En de sigarettenrook. Vooral in de kafana’s, de traditionele Servische pubs. Het niet-roken-beleid wordt wel doorgevoerd in de meeste koffiebars en de wat modernere eetgelegenheden. Die bevinden zich aan de Donau en de Sava, en in de wijken Dorcól, Stari Grad (de ‘Oude Stad’) en Vracar. In Dorcól Platz bijvoorbeeld, een industrieel aandoende binnenplaats met daarin een cultureel centrum, een wijnbar en verschillende restaurants. En aan de Cetinjska-straat, waar zich de beste bars en discotheken bevinden.

Lees ook: Praag, Boedapest, Boekarest: ‘het nieuwe Berlijn’ is overal

„Zullen we gaan?” vraagt Dobrovolsky. We leggen onze biljetten op een grote hoop (een biertje is ongeveer één euro vijftig), om door nachtelijk Belgrado naar huis te lopen. Onderweg wijst Spasojevic alle mogelijke plekken aan voor toekomstige fietspaden, en mopperen Eskic en Dobrovolsky op het asfalt dat in de plaats van het groen op de pleinen is gekomen. Maar ze houden van hun stad, besluiten ze. Spasojevic: „Veel van mijn vrienden zijn vertrokken, maar klagen wel over de stad en alle veranderingen. Dat vind ik gemakzuchtig. Als je wilt dat het beter wordt, moet je er wat aan doen.”

We stoppen bij een kiosk voor een paar flesjes Vinjak (80 cent per stuk), dat echte spul dus, volgens Dobrovolsky. En voor een fles cola, voor mij.