Opinie

We moeten de delta niet helemaal dichttimmeren

Hoogwaterbeleid Het Nederlandse hoogwaterbeleid heeft baat bij een gevarieerd pakket aan maatregelen, dat bestaat zowel uit ‘dichte’ als uit ’open’ waterhuishoudkundige ingrepen in de leefomgeving, zo stellen en , waterbeleidsonderzoekers aan de Wageningen Universiteit.

Opblaasbare dam bij het Ketelmeer.
Opblaasbare dam bij het Ketelmeer. Foto Remko de Waal/ANP

In een drukbevolkte en dichtbebouwde delta als Nederland kunnen overstromingen grote schade veroorzaken, zowel economisch als sociaal. Logisch dus dat de overheid flink investeert in waterkeringen om overstromingen te voorkomen.
Het klimaatdebat en het risico van extreme zeespiegelstijging hebben de discussie over de aard van die investeringen een nieuwe impuls gegeven. In visionaire toekomstbeelden wordt geprobeerd een antwoord te geven op hoe om te gaan met de consequenties van deze ontwikkelingen, van massale verhuizing naar hogere gebieden via tulpeilanden tot megaklimaatdijken. Wat is de beste benadering is om de Nederlandse delta op de lange termijn leefbaar en overstromingsbestendig te houden?

De kernvraag is of er gekozen moet worden voor een dichte benadering, of juist voor open maatregelen. De visies wisselen elkaar regelmatig af. Dichte benaderingen passen bij het ‘command-and-control’-principe, met veel en vooral hoge polderdijken, grote civieltechnische kunstwerken, een harde kustlijn en ingesnoerde rivieren. Daartegenover staat een open benadering als het creëren van ruimte voor de rivier, het gedeeltelijk openen van stormvloedkeringen, het inspelen op natuurlijke dynamieken, tijdelijk ontpolderen en niet-infrastructureel rampenbeleid zoals evacueren.

Technische snufjes

De dynamiek tussen de twee benaderingen is de afgelopen eeuwen zichtbaar geworden in het Nederlandse hoogwaterbeleid. In recente opiniestukken wordt betoogd dat hogere dijken onvoldoende effectief zijn om Nederland op lange termijn te beschermen tegen zeespiegelstijging, terwijl andere experts stellen dat dat met de ‘dichte’ benadering en de nodige technische snufjes wel gaat lukken.
Tot aan het midden van de jaren 90 voerde in het Nederlandse hoogwaterbeleid de dichte benadering de boventoon. Er ontstond ruimte voor een verschuiving na de bijna-rampen van 1993 en 1995. Na het hoogwater werden eerst veel dijken in een noodprogramma verhoogd en verstevigd, wat tot een snelle, effectieve bescherming leidde. In eerste instantie mocht ook niet meer in uiterwaarden worden gebouwd. In het liberale Nederland houden we echter niet van zonering; we willen in uiterwaarden, op slappe bodem en ook ver onder de zeespiegel kunnen bouwen.

Toch was het ook de tijd waarin ‘open’ ideeën rondom Ruimte voor de Rivier tastbare vorm kregen en uitmondden in het Ruimte voor de Rivier-programma (2005-2017) waarbij tientallen maatregelen werden geïmplementeerd om rivierwater en -natuur meer ruimte te geven: ontpolderingen ten behoeve van rivierverruimingen (Noordwaard nabij de Biesbosch, Overdiepse polder), compartimenteren van polders, en initiatieven rondom gecombineerde waterveiligheid, natuurontwikkeling en scheepvaart (Hedwige- en Perkpolder). Een stad als Dordrecht begon hardop na te denken over evacuatie bij hoogwater.
Inmiddels lijkt de dichte benadering echter weer toonaangevend. Zo worden in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma de komende jaren honderden kilometers dijk opgehoogd, verbreed of in situ versterkt, om te voldoen aan de strengere overstromingsnormering die sinds begin 2017 in de Waterwet is opgenomen.
Wat is de beste benadering om de ‘Nederlandse’ delta op de lange termijn leefbaar en overstromingsbestendig te houden? Open of dicht?

Overstromingsbestendig

In een dynamisch deltasysteem bestaat de beste benadering waarschijnlijk uit een gevarieerd pakket aan hoogwatermaatregelen, waarbij op de positieve en negatieve punten van zowel open als dichte ingrepen ingespeeld kan worden. Flexibiliteit en aanpassingsvermogen aan regionale verschillen en veranderende omstandigheden zijn daarbij sleutelwoorden.
Op basis van de slogan die het Nederlandse kustbeleid samenvat (hard waar het moet, zacht waar het kan) pleiten wij voor ‘dicht waar het moet, open waar het kan’. In dichtbevolkte, stedelijke gebieden zijn er weinig andere opties dan door middel van een dichte benadering en het wegpompen van water gecombineerd met het tijdelijk bergen van water, overstromingen buiten te houden. Langs de rivieren en delen van de Nederlandse kust zijn wel meer mogelijkheden om tijdelijke, open benaderingen toe te passen voor het tijdelijk bergen of doorgeleiden van extreme waterhoeveelheden. De overheid zou hier, nog meer dan nu het geval is, de (on)mogelijkheden moeten verkennen.
Een dergelijk beleid en de daaruitvolgende mix van maatregelen creëert een flexibel, veerkrachtig deltasysteem met ruimte voor zowel menselijke activiteiten als onvoorspelbare waterdynamieken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.