Recensie

Recensie Beeldende kunst

Vrolijke trekkertjes van knijpers, hout en kralen

    • Gretha Pama

Recensie Zijn kleurige karretjes worden al wereldwijd in museumwinkels verkocht. Nu heeft Floris Hovers zijn eerste solo-expositie in Rotterdam.

Een van Hovers tractoren, van hout en spijkers, met hooikeerders van kroonkurk.
Een van Hovers tractoren, van hout en spijkers, met hooikeerders van kroonkurk. Foto Floris Hovers/ Gallery untitled

Wat zie je als je een trekker ziet? Als je nog een jongetje bent, en je vader heeft er één, dan zie je een groot, simpel, vrolijk gekleurd en supersterk voertuig. Innemend, op een bepaalde manier. Hij rijdt niet snel, maar dat is juist lekker. Ook de vorm is sympathiek, juist doordat die een beetje plomp is. Later, in je herinnering, blijft vooral dat innemende over: je werd blij van die trekker, vooral als je er ook nog even op mocht rijden.

Floris Hovers’ vader had zo’n trekker. Voor in zijn betonfabriek, hij gebruikte hem om er karren met betonplaten mee te vervoeren. Floris en zijn broers reden er soms mee, dat mocht zolang ze het erf niet verlieten. Op het platteland waar hij opgroeide, waren overal trekkers. Zijn favoriete kinderboek was Max, de rode tractor.

Op dezelfde plek, in de voormalige betonfabriek, heeft Floris Hovers (42) nu een atelier. Daar maakt hij met materialen als houten planken, stalen framen en klossen touw objecten die hij zelf begrijpelijk noemt: je moet meteen snappen wat ze doen – een beetje zoals bij die trekker.

Een aantal van die objecten is intussen internationaal bekend. Een serie felgekleurde, archetypische miniatuurvoertuigjes – auto’s, bussen, een tank, een takelwagen en ja: ook een paar trekkers – is te koop in museumwinkels, van het Amsterdamse Stedelijk Museum tot het MoMA in New York. Ze zijn ook beschikbaar als vormen in een blokkendoos, dan kun je het voertuig maken dat jou voor ogen staat. Want daar gaat het om: dat de vorm appelleert aan je geheugen, je weer even het gevoel geeft dat je had toen je nog onbevangen naar de dingen keek.

Floris Hovers volgde een basiscursus bouwkunde en een opleiding reclame- en presentatietechniek. In 2004 studeerde hij af aan de Design Academy in Eindhoven. Zijn kinderen (drie meisjes, één jongetje, 5, 7, 9 en 11 jaar oud) spelen op dezelfde plek als hij vroeger, in en rond de fabriek in Raamsdonksveer. Ze zien hoe hun vader er miniatuursteden bouwt van afvalhout, maar ook tafels, stoelen en lampen: echte, maar tegelijk zodanig teruggebracht tot hun essentie dat ze zo uit een stripverhaal afkomstig lijken.

Het is deze zomer allemaal te zien in Gallery Untitled in Rotterdam: twee zalen vol meubels, vazen, miniatuursteden (net als de voertuigjes binnenkort als bouwdoos te koop) en vooral, in de tweede zaal: een tafel met een paar honderd trekkertjes. Niet helemaal zoveel als het er waren, er zijn al een behoorlijk aantal verkocht. Maar het wáren er 365, één voor elke dag van november 2017 tot november 2018. Tien, hooguit vijftien centimeter lang, in alle mogelijke kleuren en vormen, en gemaakt van zulke verschillende materialen als hout, elastiekjes, spijkers, kraaltjes, nietjes, knijpers, kurken: wat er die dag maar voor handen was. Elke dag, zegt Floris Hovers, „was het de vraag: hoe zal ik nu weer eens de uitlaat gaan maken”. En elke dag voelde de pakweg drie kwartier die het hem kostte om een trekkertje te fabriceren, „niet als ontwerpen maar als spelen”.

En dat zie je: geen precies uitgedachte vormen, maar de ongekunstelde verbeelding van een trekker. Waar een speelgoedpalmboom verandert in een aangehaakte hooischudder. Of de slof van een oude vioolstok de neus van een trekker kan worden. En daar word je dan even helemaal blij van.