Opinie

Twee zonen met trauma

Frits Abrahams

Toen ik in 2004 een poosje in New York verbleef, luisterde ik elke morgen bij het ontbijt naar Howard Stern, een beruchte radioheld in de Verenigde Staten. Ik wist aanvankelijk niet wat ik hoorde.

Stern bespotte alles wat met goede smaak te maken had. Met zijn twee sidekicks, een uitzinnige man (Artie Lange) en een rustige vrouw (Robin Quivers), nam hij enkele uren lang ongedwongen kletsend en lachend alle mogelijke onderwerpen bij de kop.

Seks, vooral seks, politiek, sport, showbusiness, elk onderwerp was goed, als het maar niet al te serieus hoefde te worden genomen. Gasten die zich, vaak telefonisch, lieten interviewen, konden rekenen op impertinente, beledigende vragen, maar mochten op hun beurt ook de interviewer kwetsen.

Het was schaamteloos amusement, maar ik kreeg er toch een zwak voor omdat het zo contrasteerde met de kunstmatigheid van zoveel Amerikaanse tv-programma’s. Stern was toen een jaar of vijftig, een lange, Joodse man met een kleine piemel, zoals hij zichzelf vaak beschreef. Vooral zijn obsessie met seks veroorzaakte grote conflicten met radiobazen.

Kort voor ik uit New York vertrok, maakte hij bekend dat hij van radiostation K-Rock overstapte naar satellietradio (Sirius) met een veel groter bereik. Hij sloot een vijfjarig contract af dat hem miljardair maakte. „Ik ben de censuur zat”, zei hij.

Sindsdien heb ik hem nooit meer gehoord. Ik vroeg me soms af hoe het hem was vergaan, maar pas onlangs kreeg ik antwoord dankzij een opmerkelijk interview in The New York Times. De uitdagende kwelgeest, nu 65 jaar, blijkt dankzij langdurige psychotherapie een voortreffelijke, serieuze interviewer geworden, een oppassende burger die trots is op zijn vrouw en dochters. Volledig braaf is hij nog niet, want er moesten de nodige krachttermen uit het interview worden geschrapt, maar van zijn ruige verleden heeft hij enigszins afstand genomen. Hij heeft zelfs gasten van vroeger opgebeld om excuses aan te bieden.

Een gast bij wie hij dat niet heeft gedaan, is Donald Trump. Trump was vaak bij hem te gast toen hij nog zakenman was zonder politieke aspiraties. Ze kenden elkaar goed, waren aanwezig op elkaars huwelijksfeest. Stern heeft een interessante kijk op Trump. Hij ziet hem, evenals zichzelf, als een getraumatiseerd kind van een erg moeilijke vader. Trump is, als alle getraumatiseerde mensen, op zijn hoede en heeft geleerd zich emotioneel af te sluiten voor zijn omgeving. Stern gelooft niet dat Trump serieus van plan is geweest president te worden, hij ziet het als een uit de hand gelopen publiciteitsstunt. „Ik geloof dat Donald een stuk gelukkiger was toen hij niet in het Witte Huis zat.”

En Stern zelf – hoe kon hij vroeger zulke ongelikte radio maken? Bizar, wild, controversieel gedrag – hij zag het als dé manier om een massapubliek te bereiken. Bovendien wilde hij afrekenen met de hypocrisie van het witte, progressieve wereldje waarin hij was opgegroeid. Daar werd rassengelijkheid met de mond beleden, maar verhuisden de witte mensen zodra zwarte mensen zich in hun buurt vestigden.

Ik herinner me hem vooral als een vrolijke, uitbundige radiomaker. Voor een deel was dat schijn, een verdienmodel, blijkt achteraf. Hij moest naar de psychiater om te begrijpen wie hij werkelijk was.