Opinie

    • Ellen Deckwitz

Spookverhaal

Ellen Deckwitz

In een poging mijn boekenkast uit te dunnen stuitte ik op een poëziebundel die ik een leven geleden had gekregen van iemand op wie ik zo verliefd was dat mijn bekken ervan rammelde. De liefde was wederzijds maar onmogelijk: de jongen in kwestie was zwaar gereformeerd en ik, nou ja, niet. Voor mijn 21ste verjaardag gaf hij me het verzameld werk van Carlos Drummond de Andrade (1902-1987), een dichter die uitblonk in erotische verzen. Ademloos las ik gedichten waarin gordijnen ‘nat van het zaad’ zijn en de tong ‘vlugge variaties weeft in het licht’.

Die sexy beelden vormden een mager contrast met de werkelijkheid. Ik en mijn grefo hebben nooit gekust: intimiteit is ingewikkeld wanneer je geliefde gelooft dat wat je met je lichaam doet, gevolgen heeft voor je eindbeoordeling in het hiernamaals. Het verste dat we ooit zijn gegaan (kónden gaan) was het vasthouden van elkaars hand. Juist die momenten behoren tot de meest erotische van mijn leven. Iedere streling was een belofte, ieder kneepje een vrijpartij in het klein.

Toen hij mij een bundel tjokvol sexy gedichten gaf wist ik even niet wat ik ervan moest denken. Op een zeker moment – ik was al weken chagrijnig en hitsig, vreselijke combinatie – vroeg ik hem dus maar wat hij had bedoeld met zijn cadeau.

„Niets”, zei hij, „het is toch goede poëzie?”

„Maar toch ook porno?”

„Ach”, glimlachte hij, „alleen als je het serieus neemt.”

Die opmerking was een schok. Wat ik als realistisch zag, beschouwde hij als fictie, simpelweg omdat hij nog te weinig lichaamservaring had om te beseffen dat Drummonds werk niet op verbeelding maar op belevenissen was gebaseerd. Ik moest opeens denken aan hoe kinderboekenauteur Paul van Loon in zijn Griezelhandboek uitlegt hoe je kan genieten van horror zonder het van angst in je broek te doen. Je moet ervan uitgaan dat al die monsters deel uitmaken van een andere dimensie, een zogenaamde Andere Werkelijkheid. Waardoor je je kon laten meeslepen, want je wist dat hij niet echt telde. Voor mijn lieve gelovige was de erotiek even ver van zijn bed als een zombie-invasie voor mij.

Ik streelde de poëziebundel. De jongen zou inmiddels tegen de veertig zijn. Ik wist via via (oké, Facebook) dat hij nu een gezin had en dus eindelijk ingewijd was in het fysieke.

Ik herinnerde me zijn zachte huid, zijn kolenschoppen van handen, hoe teder ze de mijne eens hadden gestreeld. Ik dacht aan erotiek, de Andere Werkelijkheid en aan een citaat van de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace: „Every love story is a ghost story.” En wat spookte het even in mijn lichaam, wat voelde ik mijn onaangeraakte geliefde door alle muren heen gaan.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.