Foto David van Dam

Robin Haase: ‘Vaak was ik degene die gepest werd’

Interview | Robin Haase De tennisser voert vaak een innerlijke strijd. Een gesprek over competent willen zijn, onzekerheid, pesten en het trauma na de moord op vriend Koen Everink.

Bij het oude oefenmuurtje, achter op de illustere Mets-banen in Scheveningen, worden de herinneringen tastbaar voor Robin Haase. Vanaf zijn zesde was hij hier veel te vinden, eindeloos ballen slaan, zijn techniek slijpen. „Ik ben 32, maar vind het heerlijk om dat kinderlijke nog steeds te hebben. Puur voor het geld tennissen zou ik niet kunnen.”

Op het tennispark staat zijn moeder Annie deze maandagochtend te dubbelen op de Robin Haase-baan, vader Axel loopt later het clubhuis binnen en zus Inga, docente en eigen ondernemer, zit op het terras te werken. Haase is ontspannen, schudt bekenden de hand en praat twee uur aan een stuk door. Het is eind april en hij is kort in Nederland, voor hij naar het buitenland vertrekt voor een reeks graveltoernooien, waaronder Roland Garros, dat komende zondag begint.

Haase is geboren in Den Haag, maar woonde in zijn jeugd in Duitsland vanwege het werk van zijn vader. Die is Duitser, hij was beroepsmilitair. Op zijn zesde vestigde het gezin zich weer in Den Haag. Zijn moeder, Nederlandse, was politieagente tot ze voor de kinderen ging zorgen.

Je moeder vertelde dat je een sterk rechtvaardigheidsgevoel hebt meegekregen.

„Absoluut. Ik spreek mensen aan die bijvoorbeeld voordringen. Vorig jaar ben ik een keer opgekomen voor stewardessen op een vlucht van Emirates. Ik vond het te ver gaan hoe een man hen behandelde, die was ongelofelijk asociaal. De stewardessen waren blij dat ik voor ze opkwam, dat was nog nooit gebeurd. Als bedankje kreeg ik Snickers en een pyjama.”

Ze zei ook: „Als hij in de klas merkte dat iemand gepest werd, deed hij niet mee, maar nam hij het voor diegene op.”

„Vaak was ik degene die gepest werd. Op school was ik het buitenbeentje omdat ik tenniste en vrijstellingen kreeg. Op de tennisclub werd ik gepest omdat ik getalenteerd was. Ook op de reizen naar het buitenland met de KNLTB [de tennisbond] werd ik door de Nederlandse jongens gepest. Als ik terugkwam van een trip moest ik altijd eerst huilen in de auto. Dan zeiden mijn ouders dat het mijn laatste reis was. Dan stopte ik met huilen en zei: nee, ik laat ze me niet klein krijgen, ik word de beste.”

„Waar ik de meeste moeite mee had, was het pesten door mijn broer. Die kon het bloed onder mijn nagels vandaan halen. Dat heeft me vaak ook wel pijn gedaan. Op latere leeftijd heb ik het er met mijn broer over gehad, over het kleineren. Hij ging een keer mee naar het toernooi in Halle, ik was begin twintig. Op zijn manier vond ik hem daar weer vervelend. ’s Avonds zei hij op de kamer: ik heb jou gekwetst vroeger. Hij verontschuldigde zich voor zijn gedrag. Ik begon te janken. Zo diep zat het. Vanaf dat moment is onze relatie beter geworden.”

Haase werkt sinds een kleine drie jaar met coach Raymond Knaap, die naast tennistrainer een zogeheten lifecoach is. Hij is de „gids” van Haase en probeert hem meer inzicht te geven in zichzelf, bij de innerlijke strijd die hij soms voert op de baan. Knaap laat hem zelfhulpboeken lezen zoals Omdenken en Ik (k)en mijn ikken. Op mentaal gebied hebben ze veel aan ActionType, een model waarin zestien type karakters worden gedefinieerd. Haase is, volgens dit model, het type ‘veldheer’.

Wat komt daaruit naar voren?

„Dat ik als competent gezien wil worden. Soms gebeurt het dat mijn niveau zo dramatisch wordt, dat ik me schaam voor hoe ik sta te spelen. Dan word ik kwaad op mezelf, geïrriteerd. En dan haal ik er andere mensen bij: wat doet die, en die? Die mensen kunnen er niks aan doen. Ik reageer me alleen af. Het is een reactie op mijn eigen frustratie: competent willen zijn, maar het niet kunnen zijn. Een van de dingen waardoor ik een megafrustratie heb, is mijn lichaam. Ik vind dat ik niet alles uit mijn carrière kan halen wat erin zit. Ik word door mezelf tegengehouden.”

Van de zijkant lijkt het of je je zelfbeheersing verliest.

„Ik gebruik soms bewust iets om boos te worden op de baan. Dan komt er adrenaline vrij. Het ziet er misschien niet altijd netjes uit. Het is niet altijd goed. Maar het gaat erom dat ik die wedstrijd win. Ik verloor dit jaar in de eerste ronde in Dubai. Ik probeerde tijdens die wedstrijd rustig te blijven. Achteraf zei Raymond dat ik, bijvoorbeeld, met mijn racket had moeten gooien. Gooi het los. Tegen Thomas Fabbiano in Boedapest [in april] werd ik boos op mezelf. Daar hielp het.”

„In Nederland word ik soms als een soort bad boy gezien. Terwijl ik nog nooit een boete of strafpunt heb gehad. En ik heb ook weinig waarschuwingen gekregen, misschien vijf. Dat staat niet in verhouding tot het beeld dat mensen van me hebben. Ik zit vaak meer met mezelf in de knoei, dan dat ik dingen doe die niet mogen.”

De woede-uitbarstingen achtervolgen hem. Een goede middenweg vinden tussen loskomen en kalm blijven is voor Haase „heel moeilijk”, zegt Knaap. Davis Cup-captain Paul Haarhuis vindt dat Haase grote stappen heeft gemaakt in het beheersen van zijn emoties maar blijft het ook als zijn grootste pijnpunt zien. Vriendin Kim kreeg op haar werk een keer de vraag of hij zich thuis ook zo gedraagt, vertelt ze: „Mensen denken soms dat hij agressief of arrogant is, maar het tegenovergestelde is waar.”

Coach Knaap zegt: „Mensen zien Robin onder druk, als hij boos of geïrriteerd is. Dat beeld is maar een heel kleine snede uit de taart Robin Haase. Hij is zoveel meer dan mensen zien.” Hij noemt hem integer, grappig, betrouwbaar en vrijgevig. Zijn vriendin noemt hem lief, ambitieus en perfectionistisch.

Maar het is de beeldvorming waar Haase soms tegen strijdt, ook door zijn mediaoptredens. „Omdat hij als competent gezien wil worden, kan hij in interviews soms overkomen als betweter”, zegt Knaap. „Dat beeld van hem ken ik alleen vanuit interviews.” Haase vertelt dat hij hieraan gewerkt heeft, hoe hij overkomt op tv. Hij heeft geoefend. „Het gaat nu beter.”

Waar liep je tegenaan?

„Mijn persconferenties en tv-interviews waren op een gegeven moment een probleem. Daar had ik heel veel moeite mee. Soms ga ik op de stoel van leermeester zitten, omdat ik er veel waarde aan hecht om uit te leggen hoe ik bepaalde dingen zie.”

„Jij had het net over lifestylecoach in plaats van lifecoach, dat is een wezenlijk verschil. Dan denk ik: o shit, moet ik hem corrigeren of niet? Want ik weet dat mensen dat misschien vervelend kunnen vinden. Betweterig. Arrogant. Maar als ik het niet zeg, dan is het interview niet zoals het hoort, dus zeg ik het toch maar. Het is ook maar net hoe je het zegt.”

„Mensen voelen zich misschien geïntimideerd, doordat ze het gevoel krijgen dat er geen ruimte is dat ik mijn mening verander. Die ruimte is er, maar dat is soms mijn manier van discussiëren. Daar moet ik op letten.”

Een probleem in interviews, vindt Haase, is zijn „erg slechte woordenschat”. „Mijn woordgebruik kan vrij hard of zwaar zijn, bijvoorbeeld als ik zeg: dat is onacceptabel, of disrespectful. Dan hebben mensen gelijk iets van: wow. En schieten ze in de verdediging. Het is voor mij heel moeilijk om me te verwoorden zoals ik wil.”

„Vaak spreken mensen mij aan en zeggen dan: ‘wat ben je toegankelijk, ik had eigenlijk verwacht dat een gesprek moeilijk zou zijn’. Dan denk ik: hoezo, wat doe ik dan? Uiteindelijk ben ik niet bezig met mijn imago, maar het is leuker als mensen zien hoe ik daadwerkelijk ben.”

Foto David van Dam

Er wordt al ruim tien jaar naar jou gekeken als het om het Nederlands mannentennis gaat, maakt dat het soms ook moeilijk?

„Ja. Spelers als Peter Wessels en Raemon Sluiter hadden het in dat opzicht misschien makkelijker in hun tijd: bij de grand slams deden zes, zeven Nederlanders mee, eentje deed het altijd wel goed. Maar als ik snel verlies op een grand slam is het klaar bij de mannen. Dat is lastig. Dan krijg je: Haase presteert nooit wat.”

„Er was een periode dat er extreem precies naar mij werd gekeken. Daardoor werd ik ook wel een beetje de pispaal. ‘Oh, daar heb je hem weer.’ Terwijl er soms niks aan de hand was. Als ik dit zeg, hoor ik mensen al denken: hij probeert sommige acties goed te praten. Helemaal niet. Natuurlijk ben ik weleens uit mijn plaat gegaan.”

„Kwetsend” en „schandalig” vond hij het hoe sommige media berichtten over hem in de periode rond maart 2016 in de zaak van zijn ex-coach Mark de J. Die kreeg onlangs in hoger beroep twintig jaar cel voor de moord op zakenman Koen Everink, een bekende van de twee die soms meereisde naar toernooien.

Haase: „Er werden leugens geschreven: dat ik de avond van de moord in het huis van Koen zou zijn geweest. En in een aflevering van Pauw werd ik neergezet alsof ik geen emotie had, het me niks interesseerde. Sommige journalisten stuurden sms’jes met de tekst ‘vuile leugenaar’.”

Je moeder wordt er nog emotioneel van, als die periode ter sprake komt.

„Er werd met iedereen rekening gehouden, maar niet met mij. De reden: het verkoopt. Dat werd ook tegen mij gezegd door journalisten, ‘ja maar Robin, door jouw naam zijn er meer kliks, dus zetten we je naam erbij in de kop’. En ze zeiden: ‘Het is toch jouw coach?’. Klopt. Maar ik ben ook een mens, ik heb ook gevoelens, ik heb ook mensen om me heen die dat lezen. Later kwam het inzicht: het is nu misschien tijd om zijn naam er buiten te laten.”

Heb je de zaak emotioneel kunnen afsluiten?

„Na drie à vier maanden kon ik het een plek geven. Vanaf dat moment kon ik erover praten zonder te verkrampen. Uiteindelijk heb ik er een klein trauma aan overgehouden. Als ik op Schiphol land, en ik stap het vliegtuig uit, komt het weer boven. Dan denk ik: zou de marechaussee en de politie er weer staan?”

Maart 2016 werd Mark de J. aangehouden na een vlucht vanuit Amerika, Haase zat ook aan boord en werd opgewacht door marechaussees.

Haase: „Het moment van uit het vliegtuig stappen, dat is het trauma. Door de politie meegenomen worden, ondervraagd worden, meer dan 24 uur niet geslapen hebben, niet gelijk beseffen dat Mark gearresteerd is, omdat ze zeiden: hij is aangehouden. Ik realiseerde op dat moment niet dat dat hetzelfde betekent als gearresteerd. Ik dacht: hij is net als ik even op gesprek. Pas na twintig minuten werd ik kalmer en kon ik mijn hartslag controleren.”

Lees ook: Tenniscoach Mark de J. hield vol dat hij ontvoerd werd.

„Ik probeer de positieve dingen van Koen [Everink] te herinneren. Als ik in Kitzbühel speel, dan zeg ik: daar hebben we een keer met Koen gegeten, vond hij zo’n mooie plek, zullen we daar naartoe gaan? En dan is het: ‘Ik weet zeker dat hij dit zou bestellen.’”

Een jaar terug zei je op Radio 1 dat je in de „winter” van je carrière zit. Waar sta je nu?

„Na het Davis Cup-duel tegen Canada [september 2018] kon ik dagenlang niet lopen. Ik had last van mijn knie, onderrug, heupen, schouder. Dan ga je twijfelen: wil ik dit wel? Ik ben gewend elke dag met pijn te leven, maar het ging naar het punt: voor wie doe ik het nog?”

„Een paar weken later speelde ik in Tokio, en kon ik in de derde set weer niet lopen. Dat lag aan de knie [Haase werd in 2008 geopereerd aan zijn rechterknie]. Ik moest huilen. Ik dacht: het is einde carrière. Ik kon gewoon niks meer. Een week later ging het weer beter. Oefeningen, behandelen, nieuwe dingen proberen.”

Hoelang houd je dit nog vol?

„Dat is moeilijk te zeggen. Ik denk ook wel eens aan een leven na mijn carrière. Een kind optillen of op mijn knieën gaan zitten, kan ik al tien jaar niet. Mijn vriendin en ik hebben een kinderwens. Je zou wel graag bepaalde dingen met je kinderen willen doen, maar ik denk: dat zie ik dan wel.”