Ook het Europese midden kan straks versplinteren

De dominante families van christen- en sociaal-democraten in het Europarlement staan op verlies in de peilingen. Springen de nationaal-populisten in het gat? Of profiteren de groenen of liberalen?

Zondag demonstreerden duizenden Roemenen vóór de Europese Unie. Ze riepen in Boekarest op te gaan stemmen voor het Europees Parlement.
Zondag demonstreerden duizenden Roemenen vóór de Europese Unie. Ze riepen in Boekarest op te gaan stemmen voor het Europees Parlement. Foto Vadim Ghirda / AP

Het gaat om de richting van Europa, zeggen Emmanuel Macron, Angela Merkel én hun tegenstrever uit Italië, Matteo Salvini, over de verkiezingen voor het Europees Parlement die donderdag beginnen. Maar hoe lastig wordt het straks in de praktijk voor het nieuwgekozen Europees Parlement om Europa richting te geven?

Klimaat, migratie, omgang met techbedrijven, handel en geopolitiek, sociaal beleid: de komende jaren staan er veel beslissingen op de agenda die het leven in Europa zullen veranderen. Voor elke stap hebben de 28 EU-landen en de Europese Commissie het Europees Parlement nodig. Dat geeft Europarlementariërs veel kansen om Europa bij te sturen. Niet alleen via stemmingen. Over vrijwel alle nieuwe wetten zullen gespecialiseerde Europarlementariërs onderhandelen met Commissie en regeringen.

De kiezer die de moeite neemt te gaan stemmen – de opkomst bij Europese verkiezingen bereikte in 2014 in de EU een dieptepunt van 42,6 procent – stuurt mee aan de koers van de EU door te kiezen welke expert uit hun land dat de komende vijf jaar in Brussel en Straatsburg gaat doen. Op welke grote lijnen moet je letten om de krachtsverhoudingen in het nieuwe parlement te beoordelen?

1 Opkomst van de nationaal-populisten

Geef vooraf niet te veel aandacht aan nationalisten, eurosceptici of andere afbrekers van de Europese Unie die Europa willen „teruggeven” aan de natiestaten, raadde politicoloog Cas Mudde, gespecialiseerd in politiek extremisme, deze week aan in Brussel. Ze domineren wel de campagne, maar hun aangekondigde revolutie is voorlopig nog maar een kreet. Het is nog de vraag hoe sterk ze in de praktijk na de verkiezingen zullen zijn.

Volgens Europese peilingen die de Brusselse nieuwssite Politico bijhoudt, zouden de nationaal-populisten – een verzamelnaam voor uiteenlopende anti-EU-bewegingen – bij elkaar de grootste politieke stroming in het nieuwe Europarlement kunnen worden, met zo’n 180 van de 751 zetels.

Dat zou een primeur van jewelste zijn in het veertigjarig bestaan van het Europees Parlement, dat, met alle onderlinge politieke verschillen, altijd het bastion is geweest van voorstanders van meer Europa. Dit is de „revolutie” waar Salvini afgelopen weekend in Milaan van droomde op een bijeenkomst met geestverwanten als Marine Le Pen (Rassemblement National, Frankrijk), Geert Wilders (PVV, Nederland) en Jörg Meuthen (AfD, Duitsland). Le Pens partij kan de grootste van Frankrijk worden, net als Lega in Italië en The Brexit Party van Nigel Farage in het Verenigd Koninkrijk.

Maar daarna? De nationaal-populisten vormen niet één front in het Europees Parlement. Op dit moment zijn zij verdeeld over vier fracties, met grote onderlinge verschillen. De Poolse Recht en Rechtvaardigheid (PiS), die nu samenwerkt met de Britse Tories, houdt stevig afstand van de pro-Russische partijen in de Salvini-club. Over migratie hebben die partijen ook onderling botsende standpunten en belangen.

Fidesz van de Hongaarse premier Viktor Orbán zit nog altijd binnen de christen-democratische EVP, die hij wel naar rechts wil sturen, maar niet wil verlaten. The Brexit Party zit in weer een andere fractie.

Farage erbij halen is voor de nationaal-populisten tegelijk aantrekkelijk en lastig. Als de Britse peilingen kloppen, kan Farage zo’n grote overwinning boeken, dat zijn partij straks misschien wel de allergrootste nationale delegatie uit één land vormt, groter nog dan de Duitse CDU-fractie (nu 29 zetels).

Farage zou dan de leiding kunnen opeisen van een nationaal-populistische Europese fractie. Maar tegelijk is hij ook binnen die beweging een buitenbeentje en bovendien geen blijvertje, omdat de Britten nu eenmaal op weg zijn naar de uitgang van de EU, mogelijk eind oktober.

Bijna geen enkele anti-EU-partij pleit overigens nog onomwonden voor een exit van haar land, op een enkele uitzondering na, zoals de PVV. Volgens sommige waarnemers zijn de nationaal-populisten eigenlijk bezig Europeser te worden, door het Europees Parlement serieuzer te nemen. Ook als zij er niet in slagen één groot nationalistisch front te vormen, kunnen hun groeiende fracties meer belangrijke posten in het Europees Parlement opeisen en daarmee een grotere invloed krijgen op de Europese besluitvorming.

2 Versplintering in het midden

Alle peilingen wijzen tot nu toe op verlies voor de twee politieke families die samen tientallen jaren een onbedreigde meerderheid vormden: de christen-democratische EVP en de sociaal-democratische S&D. Dat zou een voortzetting op Europees niveau zijn van de trend die in de nationale politiek al langer zichtbaar is. In sommige grote landen, zoals Frankrijk en Italië, zijn de traditionele middenpartijen de laatste jaren weggevaagd, in het VK staat nu hetzelfde te gebeuren.

De EVP (met onder meer het CDA) zou volgens de peilingen kunnen slinken tot zo’n 175 zetels – dat is inclusief het binnen de EVP al geschorste Fidesz.

S&D zou kunnen uitkomen op ongeveer 150 zetels, inclusief het Britse Labour, zolang de Britten nog lid zijn van de EU. Juist door Labour maakt S&D zelfs nog een (kleine) kans om de EVP in te halen als grootste partij. In Spanje, Finland en Zweden wonnen sociaal-democraten dit voorjaar verkiezingen. Daar staat tegenover dat de Franse Socialistische Partij, een van de historische dragers van centrum-links, mogelijk uit het parlement verdwijnt: ze balanceert daar op de rand van de kiesdrempel van 5 procent.

Meer over de vorming van politieke ‘families’ in het Europees Parlement

Dat de christen-democraten en de sociaal-democraten niet verder instorten, komt voor een deel doordat ze de wijdst verbreide politieke families in de hele Europese Unie zijn, met aangesloten partijen uit vrijwel alle landen. Bij de EVP zijn zelfs vaak meerdere partijen per land lid. Dat, én hun veerkracht in enkele grote landen (christen-democraten in Duitsland, socialisten in Spanje, bijvoorbeeld), maakt de christen-democraten en sociaal-democraten nog steeds de nummers een en twee in het Europees Parlement, en onontbeerlijk voor elke meerderheid. Maar ze hebben niet langer genoeg aan elkaar. Coalitievorming in het Europees Parlement zal daardoor gecompliceerder worden, zowel als het gaat over wetgeving als bij de verdeling van belangrijke posten.

3 Kingmakers: groenen en liberalen

Op voorhand sluiten de leiders van zowel de christen-democraten als de sociaal-democraten uit zaken te doen met de nationaal-populisten om straks meerderheden te vormen in het Europees Parlement. Wie zijn dan de kingmakers? De twee belangrijkste gegadigden zijn twee andere middenpartijen: de liberalen en de groenen. Zij kunnen doorslaggevend zijn voor meerderheden in het parlement.

Zowel de liberale fractieleider Guy Verhofstadt als Groenen-aanvoerder Bas Eickhout hebben al laten weten hun huid duur te willen verkopen en eisen daadwerkelijke invloed. Beiden willen op veel gebieden meer Europese samenwerking en ambitie, onder meer in klimaatbeleid, migratie en economische integratie en innovatie. Wel hebben ze daarvoor verschillende plannen. Het effect van de electorale opkomst van nationaal-populisten die minder Europa willen kan dus worden dat juist de invloed van pro-Europapartijen toeneemt.

De liberalen staan er het sterkst voor. Zij hebben afgesproken te gaan samenwerken met de partij van de Franse president Emmanuel Macron. Samen willen zij een nieuwe progressieve, pro-Europese fractie in het parlement vormen, die volgens peilingen op ongeveer 100 zetels kan uitkomen.

Op wie kunnen Nederlanders stemmen? Bekijk het smoelenboek voor de Europese verkiezingen

Voor VVD en D66 betekent dit waarschijnlijk groei van hun invloed, ook als ze niet winnen in eigen land. De VVD zal dit proberen in te zetten op gebieden als veiligheid en migratie, maar de meeste liberale partijen zijn net als Macron voor een sprong naar bijvoorbeeld meer economische solidariteit tussen noord en zuid in de EU. Zij staan dichter bij de sociaal-democraten dan bij de EVP.

Voor de Groenen geldt dit al helemaal. Daar komt bij dat de Groenen vooral sterk lijken te groeien in landen waar sociaal-democratische partijen de laatste jaren in de verdrukking zitten, vooral in Noordwest-Europa (plus Frankrijk). De kracht van liberalen, Macron en Groenen zal een belangrijke graadmeter zijn voor de richting die Europa de komende jaren inslaat.

4 Laatste kans voor de Spitzen

De eerste test voor het vermogen van het nieuwe Europees Parlement om meerderheden te smeden komt volgende week al. Regeringsleiders gaan op dinsdag vergaderen over de benoeming van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Een groot deel van het Europees Parlement wil dat die kandidaat uit hun midden komt, maar dan moeten de partijen het wel eens worden wie dat moet zijn. En liefst al voor dinsdag.

De twee belangrijkste gegadigden zijn de officieel aangewezen kandidaat-voorzitters van de twee grote partijen, de zogenaamde Spitzenkandidaten, of topkandidaten. Manfred Weber van de christendemocraten heeft waarschijnlijk het initiatief, maar ontmoet veel tegenstand, met name onder regeringsleiders. Macron ziet bijvoorbeeld niets in hem, en zelfs zijn steunpilaar Merkel doet lauw.

Frans Timmermans geldt daar als minder zwak, maar kan zonder steun van de EVP bijna geen meerderheid in het parlement achter zich krijgen.

Volop ruimte dus voor alternatieve kandidaten, van wie sommigen tot nu toe in de campagne geheel onzichtbaar zijn gebleven. Zo gaat als compromiskandidaat nu opeens de naam rond van Helle Thorning-Schmidt, de sociaal-democratische ex-premier van Denemarken. Haar partij staat op winst in de komende nationale verkiezingen, ze is een vrouw uit een niet al te groot land (maar zonder euro) en stuurde vijf jaar geleden als premier de liberaal Margrethe Vestager naar Brussel, die daar uitgroeide tot een populaire politica en favoriet van Macron.

De regeringsleiders weten nog wel meer kandidaten: vrouwen het uit oosten van de Unie zoals de Litouwse president Dalia Grybauskaite en de Bulgaarse ex-eurocommissaris Kristalina Georgieva, of de Franse Brexitonderhandelaar Michel Barnier. Maar die delen allemaal één nadeel: ze komen niet uit het Europees Parlement, dat met de benoeming van de Commissievoorzitter moet instemmen. Daar ligt de hoop van de Spitzen als ze direct na de uitslag gaan onderhandelen.