Nederlanders vormen in het Europarlement niet vaak een blok

Stemgedrag Europarlementariërs Hoe vaak stemmen Nederlandse Europarlementariërs met hun fractie mee, en hoe groot zijn de verschillen tussen partijen? NRC onderzocht 10.000 hoofdelijke stemmingen.

Groepsfoto van de lijsttrekkers voorafgaand aan een lijsttrekkersdebat bij de NOS aan de vooravond van de verkiezingen voor het Europees Parlement.
Groepsfoto van de lijsttrekkers voorafgaand aan een lijsttrekkersdebat bij de NOS aan de vooravond van de verkiezingen voor het Europees Parlement. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
We zien ze voornamelijk als ze op campage zijn, de Nederlandse Europarlementariërs. Hoe gedroegen de zij zich de afgelopen vijf jaar in het parlement? En hoe functioneerden de fracties? NRC verzamelde de 10.000 hoofdelijke stemmingen, en daaruit blijkt: er valt wat te kiezen. Vijf vragen over stemmen in het Europarlement.
  1. Welke parlementariërs komen vaak niet opdagen?

    Nigel Farage is één van de bekendste Europarlementariërs: de Brit streed jarenlang voor een Brexit, en kreeg dat uiteindelijk voor elkaar. Maar als er in het parlement gestemd wordt, is Farage er vaak niet bij: bij bijna de helft van de stemmingen was hij niet aanwezig.

    Farage is niet de enige. Twintig parlementariërs waren er de afgelopen jaren zeker bij veertig procent van de stemmingen niet bij. Soms is daar een duidelijke reden voor: Andrzej Duda deed bijvoorbeeld mee aan de Poolse presidentsverkiezingen in 2015 – die hij overigens won – en had dus een campagne te voeren. Anderen werden ziek of kregen een kind.

    Op de lijst staan ook Louise Bours en Raymond Finch, partijgenoten van Farage. Een woordvoerder liet eerder aan Euronews weten dat zij een aantal keer ziek zijn geweest, en bovendien ziek worden van het „baanverwoestende en armoedebevorderende beleid” dat wordt goedgekeurd door het Europees Parlement.

    Graphic: Zo vaak zijn Europarlementariërs afwezig

    In procenten. Elk bolletje is een parlementariër, de Nederlanders hebben een andere kleur. Hoe verder naar links, hoe minder vaak afwezig. Percentages boven de 24% zijn gegroepeerd en dus niet op schaal.

     

    Ook waren verschillende Italianen opvallend vaak afwezig: onder meer Renato Soru (van de centrum-linkse Partito Democratico), Barbara Matera en Giovanni Totti (beide van Forza Italia, de partij van Silvio Berlusconi) waren bij ongeveer de helft van de stemmingen niet aanwezig.

    Nederlandse parlementariërs zijn er juist wel vaak bij. Vicky Maeijer (PVV), die halverwege de termijn naar de Tweede Kamer overstapte, was van alle Nederlanders het vaakst afwezig, maar was er toch nog bij 80 procent van de stemmingen bij. Sophie in ’t Veld (D66) en Jan Huitema (VVD) waren praktisch altijd aanwezig.

  2. Kunnen Europarlementariërs zomaar stemmen wat ze willen?

    We stemmen bij de Europese verkiezingen op nationale partijen, zoals de VVD en SP. Maar die nationale partijen – het zijn er in totaal zo’n 250 – verzamelen zich in Europese fracties: het CDA zit met andere christendemocratische partijen in de EVP, D66 en VVD hebben zich allebei bij de liberale ALDE-fractie gevoegd.

    De meeste van die fracties proberen hun parlementariërs tijdens de stemmingen in dezelfde richting te duwen. Het gaat om parlementariërs die allemaal uit andere landen komen, en dus andere belangen hebben. Maar er zijn regelmatig honderden stemmingen op één dag. Dat gaat vaak om technische onderwerpen, waar niet iedereen zich in kan verdiepen. Daar maken de fracties slim gebruik van. Elke parlementariër krijgt een lijst met de stemmingen van die dag, waarop de fractiespecialist heeft aangetekend wat er moet worden gestemd. Vaak is er ook een fractielid die de groep aanstuurt: hij zwaait met zijn duim, omhoog is voor stemmen, omlaag is tegen.

    In de grote fracties is dan ook vaak consensus: bij zo’n 90 procent van de stemmingen is er overeenstemming onder de christendemocraten – dan is zeker driekwart van de parlementariërs binnen de fractie het met elkaar eens. Ook onder de sociaaldemocraten, liberalen en groenen is er vaak ruime consensus. Bij de kleinere, eurosceptische fracties zijn veel vaker wisselende standpunten. Die fracties laten dat ook vaker toe. Bij veel stemmingen is er helemaal geen gezamenlijk fractiestandpunt. De eurosceptische ENV, waar de PVV deel van uitmaakt, is het in ongeveer driekwart van de gevallen met elkaar eens.

  3. En de Nederlanders, houden zich die aan de fractiediscipline?

    Alle Nederlandse partijen hebben hun eigen verkiezingsprogramma. Wat als die standpunten afwijken van het fractiestandpunt, kunnen ze daarvan afwijken? De Nederlanders horen in het algemeen bij de trouwste fractieleden. GroenLinks en D66-parlementariërs stemmen bijvoorbeeld in ruim 90 procent van de gevallen mee met hun Europese fractie.

    Graphic: Nederlanders zijn trouw aan fractie

    Hoe vaak zijn Nederlanders het eens met het fractiestandpunt? Elk bolletje is een parlementariër, Nederlanders hebben een andere kleur. Als er een meerderheid van 75 procent binnen een fractie is, wordt dat als fractiestandpunt gezien. Stemmingen met kleinere meerderheden zijn buiten beschouwing gelaten.

     

    De VVD is wat dat betreft de uitzondering. Fractievoorzitter Hans van Baalen is zelfs één van de grootste dissidenten binnen ALDE. Hij stemt in bijna een kwart van de stemmingen tegen de fractielijn in – dat is vergelijkbaar met de PVV, die in een fractie zit die nauwelijks aan fractiediscipline hecht. Van Baalen stemde bijvoorbeeld tegen een verhoging van het meerjarenbudget van de Europese Unie, terwijl ALDE vóór stemde. Ook ging hij tegen het standpunt van ALDE in over het Europees leger: ook daar was Van Baalen tegen.

    Bekijk ook deze video over het stemgedrag van Nederlandse partijen in hun politieke familie en het fractiesysteem in het Europees Parlement. Weet jij al welke Europese politieke schoonfamilie je kiest?

    Het standpunt van de SP’ers wijkt relatief vaak af van de GUE/NGL-fractie, waar ze lid van zijn. Veel vaker dan de Partij voor de Dieren, die ook bij GUE/NGL hoort. Dennis de Jong en Anne-Marie Mineur, de twee Europarlementariërs van de SP, stemmen in ruim twintig procent van de gevallen anders dan de fractie, tegenover tien procent voor Anja Hazekamp (PvdD). De SP stemde bijvoorbeeld tegen het voorstel om asielzoekers over alle Europese landen te verdelen en is vaak kritischer dan GUE/NGL als het aankomt op het verhogen van budgetten.

  4. Hoe groot zijn de verschillen tussen Nederlandse partijen?

    Er zijn grote verschillen tussen de partijen in het Europarlement. De christendemocraten, sociaaldemocraten en, in mindere mate, de liberalen hebben de touwtjes in handen. Zij weten, vaak met elkaar, coalities te smeden om meerderheden te vormen. Als de christendemocraten voor een voorstel stemmen, krijgen ze in 85 procent een meerderheid van het hele parlement mee. Dat zie je ook terug onder de Nederlandse partijen: D66 en CDA stemmen in zo’n 80 procent van de gevallen met de meerderheid mee. VVD’ers zijn, met 70 procent, minder trouw.

    De PVV is de felste Nederlandse oppositiepartij: bij driekwart van de stemmingen is de PVV het niet eens met de meerderheid van het Europarlement. Als de PVV wél met een meerderheid meestemt, gaat het om voorstellen die worden afgewezen, en die dus niet alleen de PVV maar ook andere partijen te ver gaan. Zo stemden PVV én D66 tegen een voorstel dat alle EU-lidstaten een vennootschapsbelasting van minimaal 20 procent moeten invoeren, of dat de EU strengere voorwaarden mag stellen aan het minimumloon.

    Ook SP en PvdD horen tot de fellere oppositiepartijen – zij stemmen in iets meer dan de helft van de gevallen tegen het meerderheidsstandpunt. Maar er zijn duidelijke verschillen met de PVV. SP en PvdD stemmen bijvoorbeeld wel vóór sommige voorstellen om het beleid groener te maken, terwijl de PVV daar tegen is. Ook stemde de SP – overigens tegen de fractielijn in – voor nauwere samenwerking tussen de veiligheidsdiensten.

    Onder de Nederlandse partijen zijn verschillende kampen aan te wijzen die vaak hetzelfde stemmen – D66, CDA en VVD zijn het bijvoorbeeld in zo’n 80 procent van de gevallen met elkaar eens. De PVV vindt geen enkele Nederlandse partner – alleen de SGP en ChristenUnie stemmen in de helft van de gevallen hetzelfde als de PVV. De ChristenUnie en SGP zijn het praktisch altijd met elkaar eens – zij vormen bij de verkiezingen één lijst, en hebben nu allebei een parlementariër in het parlement.

  5. Valt er wat te kiezen, of zijn Nederlandse partijen het altijd met elkaar eens?

    Nederlanders verschillen veel vaker dan parlementariërs uit andere landen van mening. We keken hoe vaak er consensus onder Nederlandse parlementariërs was – dan moet zeker 75 procent van de stemmende leden het met elkaar eens zijn. In nog geen derde van de stemmingen was er overeenstemming onder de Nederlanders. Alleen Griekenland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn vaker verdeeld. En áls er dan consensus is onder de Nederlanders, gaat het in de meeste gevallen om voorstellen die toch al een breedgedragen meerderheid hebben, of juist met overgrote meerderheid worden weggestemd.

    De Roemeense parlementariërs zijn het veel vaker met elkaar eens: in ruim tweederde van de stemmingen. Het politieke landschap is in dit land wel veel minder versplinterd: 23 van de 32 Roemeense Europarlementariërs zitten bij de christendemocraten of de sociaaldemocraten in de fractie. Maar ook een politiek versplinterd land als België is fors minder verdeeld dan Nederland: in de helft van de gevallen is er bij de Belgen wel overeenstemming. Vaker dan in andere landen geldt dus: in Nederland valt wat te kiezen.