‘Met alleen feitjeskennis had je dit niet gehaald’

Gisela Kienhuis doceert maatschappij-wetenschappen op het OBC in Bemmel. Haar lessen zijn gezellig en leerzaam, zeggen haar leerlingen. Volgens Kienhuis was het vwo-examen „lang, maar gevarieerd”.

‘Het examen was te lang, maar goed te doen. 31 open vragen over acht teksten, dat is veel. Geen enkele leerling heeft de zaal voor 12.00 uur verlaten. Het examen was gevarieerd en gaf een goede weergave van de leerstof: alle onderwerpen die we hebben behandeld – parlementaire democratie, criminaliteit en rechtsstaat, massamedia, internationale betrekkingen en onderzoeksvaardigheden – kwamen aan bod en de teksten gingen over uiteenlopende onderwerpen waar de leerlingen op deze leeftijd iets mee hebben, zoals massatoerisme in Amsterdam of sportjournalistiek.

„Veel van de antwoorden hadden leerlingen kunnen leren. Je was ver gekomen als je rijtjes had gestampt. Bijvoorbeeld vraag 1, waar werd gevraagd naar de omschrijving van het begrip gezag. En in vraag 5 werd gevraagd naar de omschrijving van veiligheidsutopie. Allemaal vragen waar je geen hogere wiskunde voor hoeft te kunnen.

„Soms waren de vragen ook te ver gezocht. In vraag 12 moesten leerlingen twee doelstellingen van de Verenigde Naties benoemen. Die moesten ze uit hun hoofd kennen, en ze moesten al zoveel rijtjes leren.

„Maar met alleen feitjeskennis had je voor dit examen geen voldoende gehaald. De bedoeling van het vwo is dat ook het analytisch denkvermogen van de leerlingen wordt aangewakkerd. Gelukkig zaten er genoeg vragen bij die de leerlingen aanzetten tot nadenken.

„Je weet als docent dat er onderwerpen gaan terugkomen in het examen, dus daar heb ik ze op voorbereid. De termen monisme en dualisme bijvoorbeeld, daaraan heb ik speciaal aandacht besteed. En dat kwam terug in vraag 13. Onderzoeksvaardigheden komen ook altijd voor in het examen, dus we hebben geoefend op het formuleren van een hypothese – dat moest voor vraag 7.

„De laatste weken hebben we vooral tijd besteed aan het oefenen van examens en we zijn naar de rechtbank, een gevangenis en de Tweede Kamer geweest om te zien hoe het in de praktijk werkt. Dan onthoud en begrijp je toch veel beter hoe het werkt dan wanneer je het uit een boek leert.

„Ik hoop dat leerlingen door dit vak zichzelf vragen gaan stellen bij maatschappelijke onderwerpen en sociale vraagstukken. Dat ze iets niet zomaar aannemen, maar er over nadenken. Sommigen raken bijvoorbeeld politiek geïnteresseerd en hebben zich aangesloten bij een politieke partij. Uiteindelijk moeten het weldenkende mensen worden.

„In mijn lessen zit veel actualiteit, ik neem altijd als eerste het nieuws door met de klas. Dan komen allerlei onderwerpen voorbij: de laatste tijd hebben we bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan de Provinciale Statenverkiezingen en de opkomst van Forum voor Democratie. Ik heb daar geen oordeel over, maar wil samen met de leerlingen zoeken naar verklaringen voor hun succes. Ook kwam het meldpunt van die partij voorbij voor linkse indoctrinatie in het onderwijs. Dan zeg ik voor de grap: ‘Hebben jullie mij al aangemeld?’”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.