Komt Quentin Tarantino, dan barst de hysterie los in Cannes

Filmfestival Cannes ‘Once Upon A Time in Hollywood’, de negende film van Quentin Tarantino, blijkt een adembenemende slalom in toon, stijl en genre.

Acteur Brad Pitt en regisseur Quentin Tarantino in Cannes bij de première van ‘Once Upon a Time in Hollywood’.
Acteur Brad Pitt en regisseur Quentin Tarantino in Cannes bij de première van ‘Once Upon a Time in Hollywood’. Foto Guillaume Horcajuelo/EPA

Opeengeperste journalistenlijven, gezweet, gegil, gekrijs: Quentin Tarantino en zijn supersterren – Leonardo DiCaprio, Brad Pitt, Margot Robbie – brachten Cannes de afgelopen dagen exact waar het op hoopte. Inclusief een op zijn minst zeer opwindende film: Once Upon A Time in Hollywood.

De persconferentie stond woensdag in het teken van de zelffelicitatie, met één wanklank: toen een vrouw Tarantino verweet dat hij Robbie als Sharon Tate weinig meer te doen gaf dan mooi zijn. De filmmaker, die eerder een actrice prees omdat ze perfect „an Italian starlet scatterbrain” neerzette, hield het op een bondig „ik verwerp uw hypothese”. Een andere vraag die de reactionaire seksuele moraal van zijn film aanstipte, ontweek hij handig.

Het is wel verfrissend, een reactionaire film in Cannes, met een stille cowboy van het Clint Eastwood-type die afrekent met seksueel geladen vrouwelijke hysterie. Over Clint Eastwood gesproken: hij overhandigde in 1994 als juryvoorzitter Tarantino de Gouden Palm voor Pulp Fiction. Een Franse dame in de zaal brulde indertijd vanuit de zaal driemaal woedend: „Wat een schande. Kut, verdomme.”

Een kwart eeuw later herinnert vrijwel niemand zich nog dat sommigen Tarantino’s ‘Nouvelle Violence’ ooit als smaakloze exploitatie zagen. Meer exact: geschokt waren over de brutale wijze waarop hij de grens slechtte tussen goede smaak en exploitatie. Zo opwindend als Pulp Fiction, een oerknal vergelijkbaar met Godards À bout de souffle in 1960, wordt het nooit meer. Maar belt Tarantino, dan springt Hollywoods A-lijst nog steeds overeind. En komt Tarantino, dan barst de hysterie los.

Is Once Upon A Time in Hollywood die opwinding waard? Ja. Het is misschien Tarantino’s op één na laatste film: in 2016 zwoer hij er tien te maken. En het is zijn eerste film zonder producer Harvey Weinstein; Tarantino redde diens filmbedrijf Miramax met zijn hits zo vaak van een faillissement dat het ‘The House That Quentin Built’ werd genoemd. En het is zijn beste sinds Kill Bill.

Gesjeesde filmster

Vooraf nodigde Once Upon A Time in Hollywood uit tot heftige speculatie. De film gaat over een gesjeesde filmster, Rick Dalton (Leonardo DiCaprio), en diens stuntman, buddy en assistent Cliff Booth (Brad Pitt). Dalton woont op Cielo Drive, naast Sharon Tate (Margot Robbie), de echtgenote van regisseur Roman Polanski die daar in werkelijkheid op 8 augustus 1969 hoogzwanger gruwelijk werd vermoord door de sekte van Charles Manson. Zou Tarantino ook ditmaal de geschiedenis terugdraaien, zoals hij Hitler liet omkomen in brandend celluloid in Inglourious Basterds (2012)? Of zou Sharon Tate wraak nemen, zoals de bruid in Kill Bill (2003)?

Tarantino smeekte de pers vooraf zijn film niet te spoileren. Dus valt er slechts te zeggen dat Sharon Tate er niet eens zo toe doet, en Charles Manson net zomin. Tates grote scène is in februari 1969, als ze in een bioscoop met haar blote voeten over een stoelleuning zielstevreden haar komedie Wrecking Crew bekijkt – geen Tarantino zonder fetisjistisch tenenshot. Zoals alles vintage Tarantino aanvoelt: een daverende muziekscore, spitse dialogen, abrupte stemmingswisselingen, mannen in auto’s.

Once Upon A Time in Hollywood is een ode aan Los Angeles in transitie: de hippies van het Nieuwe Hollywood nemen het over van de ‘squares’ van het zieltogende studiosysteem. Een stad die nog rond het beeldscherm samenkomt bij elke nieuwe aflevering van tv-series als FBI – ook Charles Mansons sekte, als hun goeroe uithuizig is althans. Manson haatte tv.

De legendarische filmcowboy Rick Dalton (DiCaprio) speelt in FBI een gastrol als schurk. Een rol die Daltons glijvlucht markeert, legt Al Pacino hem in het begin uit: elke keer dat een jonge held hem verslaat, ziet het publiek: hé, hij vloert Rick Dalton. De acteur is gereduceerd tot springkussen om nieuwe helden te lanceren; het voorportaal van vergetelheid. Dus waarom niet naar Italië vliegen om daar spaghettiwesterns op te nemen? Daar kan hij nog wel de held uithangen.

Film in een film

Ook in Once Upon A Time in Hollywood is Rick Dalton niet de held; dat is zijn stuntman Cliff Booth (Pitt), de trouwe buddy van de in drank, sigaretten en zelfbeklag wentelende acteur. Een echte cowboy: stoïcijns, bescheiden, realistisch, ijzeren vuisten, lijf als een standbeeld. In de eerste helft van deze film van 2 uur en 41 minuten verkennen we met het duo de backlots van Hollywood anno 1969, waar Rick een B-western opneemt – een film in de film. In de ene na de andere verrukkelijke scène gaat Cliff daar op de vuist met Bruce Lee of krijgt de onzekere Rick les van een vroegwijze achtjarige method actor en feministische theoretica.

Als Once Upon A Time in Hollywood halverwege dreigt weg te zakken in een drijfzand van sfeer, zijpaden en filmcitaten, trekt Tarantino plots de touwtjes aan in een van onderhuidse paranoia zinderende horrorscène: Cliff geeft de minderjarige Pussycat – ‘everybody loves Pussy’ – een lift naar de Spahn Ranch, een oude westernset waar nu Charles Manson en diens sekteleden resideren. En daarna belanden we zes maanden later, op 8 augustus 1969, plots in een docudrama over de Tate-LaBiancamoorden, met tikkende klok en sonore vertelstem.

Ook dit optreden van Tarantino in Cannes is veni, vidi, vici: Once Upon A Time in Hollywood blijkt een adembenemende slalom in toon, stijl en genre. En over zijn seksuele moraal gaat de kritiek zich zonder twijfel spoedig buigen.