Hoe dieper in het terroristische milieu, hoe interessanter voor AIVD

Inlichtingendienst Een Syriër die in Nederland is herkend als jihadstrijder, zou informant zijn geweest voor de AIVD. Deskundigen zijn daarover niet verrast.

Peter Plasman (rechtsonder), advocaat van Abdelaziz A., vroeg zich dinsdag af of de AIVD een inschattingsfout heeft gemaakt.
Peter Plasman (rechtsonder), advocaat van Abdelaziz A., vroeg zich dinsdag af of de AIVD een inschattingsfout heeft gemaakt. Foto Bart Maat/ANP

Een Syriër die wordt vervolgd als commandant van terreurbeweging Jabhat al-Nusra speelde tot vorig jaar informatie door aan de Nederlandse inlichtingendienst AIVD. Berichtgeving daarover van Nieuwsuur roept vragen op. Abdelaziz A., zoals de Syriër heet, werd in 2017 landelijk bekend toen Syrische activisten hem in debatcentrum De Balie in Amsterdam herkenden als jihadstrijder. Waarom ging de inlichtingendienst in zee met een informant die in de ogen van het Openbaar Ministerie een hooggeplaatste terrorist is?

Lees ook OM: Syriër uit De Balie was hoge commandant terreurbeweging

Zijn advocaat Peter Plasman vroeg zich dinsdag in de Nieuwsuur-uitzending af of de AIVD een inschattingsfout heeft gemaakt. „Met wie ga je als inlichtingendienst in zee? Uit zijn strafdossier rijst het beeld dat hij de tweede man van Al-Nusra zou zijn”, aldus Plasman. „Als dat zijn profiel is, hoe kan je dan met hem als informant werken?”

Deskundigen die bekend zijn met inlichtingenwerk, zijn minder verrast over het contact tussen A. en de AIVD. „Als ze hem níet hadden benaderd, zou de dienst geen knip voor de neus waard zijn”, zegt bijzonder hoogleraar inlichtingenstudies Paul Abels van de Universiteit Leiden. Voor de geheime dienst geldt: hoe dieper iemand in het terroristische milieu zit, hoe interessanter hij wordt – ook als potentiële bron, indien hij bereid is te praten. Als íemand mogelijkerwijs weet heeft van slapende terroristische cellen in Europa, dan is het wel een oud-kopstuk van Al-Nusra.

Hoe het benaderen van informanten in zijn werk gaat, beschrijft journalist Maarten Zeegers in zijn boek Ik was een van hen. Toen hij als undercover-journalist Haagse moskeeën bezocht, probeerde de AIVD hem te rekruteren. In een eerste gesprek werd een envelop met geld op tafel gelegd, het tweede gesprek kwam de AIVD-medewerker aanzetten met cadeau’s en vliegtickets, waarna, tevergeefs, werd geprobeerd hem informatie te ontfutselen.

Abdelaziz A. zou volgens Nieuwsuur ook zijn betaald door de AIVD: enkele duizenden euro’s, voor in totaal tien gesprekken. Het contact stopte nadat A. in de Balie was herkend en in december 2017 aan Nieuwsuur een interview gaf. „Als iemand bekend raakt, levert dat een risico op. Dan kan het zijn dat zo’n contact wordt afgebouwd”, zegt Abels. De AIVD verstuurde vervolgens een ambtsbericht aan het OM over A.’s verleden bij Al-Nusra, voorzien van bewijsmateriaal in de vorm van al eerder afgeluisterde gesprekken.

Op kerfstok

Was A. niet meer waardevol als informant, waarna de AIVD hem op een presenteerblaadje aangaf bij het OM? Hoogleraar en terrorismeonderzoeker Beatrice de Graaf van de Universiteit Utrecht: „De inlichtingendienst zal zijn informanten natuurlijk niet expres afbranden. Maar als een informant iets op zijn kerfstok heeft en in het vizier komt van het OM, kan de dienst hem niet altijd beschermen.”

Lees ook Het verdrietige jongetje werd een jihadstrijder

Dat Abdelaziz A. samenwerkte met de AIVD staat dus los van de strafzaak tegen hem. Het kan wel invloed hebben op de strafmaat, zegt De Graaf. „Als hij kan laten zien dat hij de AIVD echt heeft geholpen en daarmee ‘goed burgerschap’ wil aantonen, dan kan de rechter dat laten meewegen.”

Het gebeurde eerder in een zaak tegen Syriëganger Jordi de J., die claimde dat hij na terugkeer de AIVD van informatie had voorzien. De rechter vond zijn verhaal aannemelijk en liet dit meewegen in de strafmaat. De J. kreeg een gevangenisstraf opgelegd die gelijk was aan de tijd die hij al had gezeten.