Het Streisandeffect bij hoogleraar B.

Ewoud Sanders

Sinds vorige week kennen we zó’n helder en overtuigend voorbeeld van het zogenoemde Streisandeffect, dat dit begrip in bredere kring bekend zal worden.

Het woord Streisandeffect gaat terug op een Amerikaanse rechtszaak uit 2003. De bekende zangeres en actrice Barbra Streisand eiste toen dat een luchtfoto van haar huis in Malibu van een website zou worden verwijderd omdat die foto haar privacy zou schenden. Voordat Streisand naar de rechter stapte was de foto, deel van een fotoreeks om de erosie van de Californische kustlijn te documenteren, zes keer bekeken. De rechtszaak, die door haar werd verloren, leidde ertoe dat de foto binnen een maand ruim 420.000 maal werd bekeken. Onbedoeld had Streisand dus de aandacht gevestigd op informatie die zij juist verborgen had willen houden.

Een vergelijkbaar effect zien we nu, zoals de ombudsman van deze krant dit weekend al opmerkte, bij de hoogleraar B. Die stapte naar de rechter om te voorkomen dat zijn voor- en achternaam zouden worden genoemd in een artikel in deze krant over „grensoverschrijdend gedrag” in zijn functie als hoogleraar Arbeidsrecht bij de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ook zijn werkplek diende onvermeld te blijven.

Wie verdacht wordt van bijvoorbeeld moord, kan erop rekenen dat zijn achternaam in de Nederlandse media uit privacyoverwegingen wordt ingekort tot een initiaal, terwijl zijn voornaam gehandhaafd blijft. Zo lezen we nu veel over Thijs H.

Bij B. bleef het niet bij een verdenking want hem werd de wacht aangezegd op grond van zijn gedrag. Toch koos de rechter ervoor om B.’s eisen grotendeels in te willigen. Waar hij werkzaam was geweest mocht wel worden vermeld, maar zijn „voornaam en/of achternaam” niet, zo oordeelde de rechter. „Bij het zoeken op internet zullen zijn naam en de aan zijn adres geuite beschuldigingen blijven opduiken”, luidde de motivering. „Als zijn naam op grote schaal bekend wordt, zal het bijna onmogelijk zijn elders weer aan de slag te kunnen, ook op langere termijn.”

Zoeken op internet is bijna altijd een taalkwestie: je moet bepaalde zoektermen invullen. De dag dat het artikel over B. in NRC verscheen, en vervolgens werd samengevat op de site van de NOS, werd de zoekopdracht „hoogleraar arbeidsrecht UvA” trending op Google. Er werd meer dan tienduizend keer naar gezocht.

Google leert van de taal van ons allemaal. Veelgebruikte zoektermen worden automatisch aangevuld, je hoeft alleen de eerste letters in te tikken. Tik hoogle... en Googles eerste twee zoeksuggesties zijn momenteel: „hoogleraar arbeidsrecht UvA” en „hoogleraar B.” Zijn bijnaam was „een acht voor een nacht”. Tik nu in Google acht vo... en de zoekmachine suggereert als zoekopdracht „acht voor een nacht naam”. De meeste zoekopdrachten leiden vrijwel rechtstreeks naar de informatie die B. verborgen had willen houden – eis noch uitspraak zijn bestand tegen de digitale realiteit.

Tot nu toe was Streisandeffect in het Nederlands een zeldzaam woord. In deze krant is het de afgelopen jaren slechts vijf keer gebruikt en vooralsnog ontbreekt het in de Dikke Van Dale. Het zou me niet verbazen als de frequentie ervan door deze rechtszaak en het aanstaande hoger beroep flink zal stijgen, ook in de juridische vakliteratuur. Zeker is dat Wikipedia inmiddels bij het lemma Streisandeffect een verwijzing naar dit opmerkelijke vonnis heeft opgenomen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders