Op vier schermen in de Gashouder is te volgen hoe de vier strijkers opstijgen in vier helikopters.

Foto’s Janiek Dam

Vierhonderd artiesten en vier helikopters: ‘LICHT’ is de omvangrijkste operacyclus ooit

aus LICHT Ruim een kwarteeuw werkte Karlheinz Stockhausen aan zijn gigantische operacyclus ‘LICHT’. Een integrale uitvoering lijkt onhaalbaar. Maar de ruime keuze van ‘aus LICHT’ komt er tijdens het Holland Festival dichtbij.

Dag 1: ‘Michael

Voor Karlheinz Stockhausen, de Duitse componist die heilig geloofde dat hij zijn muzikale scholing had genoten op de ster Sirius, moet het een betrekkelijk banaal droombeeld zijn geweest: een trompettist vliegt over de aardbol en vermengt zijn spel met Japanse tempelmuziek, Balinese gamelan en Afrikaans slagwerk.

Karlheinz Stockhausen (1928-2007) verwerkte het visioen in ‘Michaels Reise um die Erde’ uit Donnerstag, het eerste deel van de omvangrijkste operacyclus ooit geschreven: LICHT (1977-2003). De zeven opera’s, elk vernoemd naar een dag van de week, beslaan samen een duizelingwekkende 29 uur muziek. Een uitvoerige greep eruit is te zien in een driedaagse monsterproductie van het Holland Festival, De Nationale Opera en het Koninklijk Conservatorium. De mise-en-espace is in handen van Pierre Audi, die hiermee de kroon zet op drie decennia leiderschap van De Nationale Opera.

Aus LICHT is wat je noemt een ‘once in a lifetime’ event. Nooit eerder werd een zo grote selectie uit de zeven LICHT-opera’s op de planken gebracht. Om te voorzien in de talrijke solisten (zowel vocaal als instrumentaal) werd een tweejarige masteropleiding uit de grond gestampt. Maandenlang werd er gerepeteerd in een tot studio omgetoverde loods in de haven van Scheveningen: Licht aan Zee.

Eind april staat ‘Michaels Reise’ er op het programma voor een collectieve doorloop. „Het is een sleutelmoment uit de operageschiedenis”, zegt Renee Jonker (1958), mede-initiatiefnemer van aus LICHT en hoofd van de master. „Het is de eerste operascène waarin geen noot wordt gezongen. De drie hoofdkarakters uit de operacyclus worden enkel door instrumentalisten verklankt.”

Rechts op een verhoging: twee tetterende trombones, de lijfinstrumenten van de gevallen engel en kwade genius Lucifer. Vanachter de coulissen klinkt het warme timbre van de bassethoorn, het instrument van oermoeder Eva. De solotrompet in het midden verklankt de schepper Michael, een archetypische kruising tussen aartsengel en Christus die tevens opvallende gelijkenissen met Stockhausen zelf vertoont.

LICHT is geen opera in de traditionele zin van het woord. Afgezien van elementair geschetste betrekkingen tussen de hoofdpersonages (strijd in Dienstag, verleiding in Freitag, verzoening in Sonntag) ontbreekt een duidelijke verhaallijn. Aan psychologische uitdieping van zijn personages had Stockhausen een broertje dood.

Het theater komt in LICHT veelal voort uit de muziek zelf. Uit de driestemmige Superformel bijvoorbeeld, die als muzikaal DNA door de hele cyclus loopt. Of uit de bewegingen van klanken en musici in de ruimte. „Ruimte is een zeer belangrijk aspect in aus LICHT”, aldus Jonker. „Pierre Audi heeft dat feilloos aangevoeld en geen regie maar een mise-en-espace gemaakt. Hij zet de muziek letterlijk in de ruimte. We spelen alle scènes in de Gashouder, maar die wordt steeds op een andere manier gebruikt. Het is een concept dat in al zijn abstractie perfect past bij aus LICHT. Het is een vorm van opera die geen duiding of dramaturgie verdraagt.”

Typisch voor Stockhausen is de hoogstpersoonlijke kosmologie die hij voor LICHT ontwierp. Oudtestamentische verwijzingen, oosterse wijsbegeerte en christelijke symboliek gaan daarin hand in hand met autobiografische elementen. Zoveel wordt duidelijk in ‘Michaels Jugend’, de openingsscène van Donnerstag, waarin Stockhausen onder meer de schokkende dood van zijn moeder verwerkte. Jonker: „Gertrud leed aan waanbeelden en werd in 1941 het slachtoffer van het eugeneticaproject van de nazi’s. Ze is gedwongen opgenomen in een inrichting en uiteindelijk vermoord.”

Vader Simon, de schoolmeester die in de Tweede Wereldoorlog spoorloos verdween aan het Oostfront, stond model voor Luzimon die de jonge Michael sommen laat stampen aan het schoolbord. De passage is illustratief voor de voortdurende obsessie met leren, school en examen doen die als een rode draad door de LICHT-cyclus voert.

Dag 2: ‘Lucifer & Eva’

Na twee jaar voorbereidingen wordt begin mei voor het eerst in de Gashouder gerepeteerd, voor ‘Luzifers Tanz’ uit Samstag. Nu moet alles samenkomen, en zowel de spanning als de opwinding is voelbaar. Regisseur Pierre Audi, muzikaal leider Kathinka Pasveer, decor- en lichtontwerper Urs Schönebaum – allemaal ijsberen ze rond, hun puzzelstukken ineenpassend. In de pauzes worden in een provisorische paskamer kostuums aangemeten. Geen tel gaat verloren.

‘Luzifers Tanz’ is qua bezetting een van de omvangrijkste delen uit de LICHT-cyclus. Tachtig blazers en slagwerkers, verdeeld over tien groepen, zitten op een immense, in rood licht badende stellage die het gezicht van Lucifer voorstelt. Elke groep verbeeldt een deel van het gezicht en heeft een eigen ‘dans’. Grote schermen aan weerszijden tonen met de computer bewerkte close-ups van acteur Johan Leysen, wiens gezicht vol overgave meedanst. Het is een uitzinnige vertoning.

Michael, strijdlustig op een zelfrijdende zwarte kubus, komt Lucifer alias Het Gezicht uitdagen met een spetterende trompetsolo. Bijzonder: trompettiste Chloë Abbott is de allereerste vrouwelijke Michael. „Dat was nog wel een dingetje”, geeft Renee Jonker toe. Want over Stockhausens erfenis wordt streng gewaakt.

Karlheinz Stockhausen Foto Archiv Der Stockhausen Stiftung Für Musik

De tweede helft van Dag 2 komt uit de opera Montag, de dag van geboorte en groei, waarop oermoeder Eva wordt bevrucht door een pianosolo en zeven knapen baart. Fluitiste Felicia van den End speelt een grote solo in de slotakte ‘Eva’s Zauber’. In de gedaante van een mysterieuze ‘Kinderfänger’ voert ze Eva’s kroost weg naar een betere wereld.

Ruim een jaar studeerde Van den End (1986) op haar solo: „Soms was ik de wanhoop nabij”, lacht ze. „Het is een erg lastige partij. Ik speel en zing tegelijk en wissel voortdurend van maatsoort en tempo. Al dansend dirigeer ik ook nog een kinderkoor. Daarbij moet alles uit het hoofd, met bijbehorende pasjes, perfect worden afgestemd op een soundtrack vol hallucinante synthesizerklanken en diergeluiden.”

Van den End werkte nauw samen met Kathinka Pasveer, voor wie Stockhausen de rol schreef: „Als musicus ben je gewend om je eigen draai aan de noten te geven, maar bij Stockhausen dien je je ego opzij te zetten. Zijn muziek eist volledige overgave. Alleen dan krijg je boven tafel wat hij beoogd heeft.”

Curator Renee Jonker beaamt dat. „Ik ben telkens weer verbaasd door de consequentie waarmee Stockhausen zijn idee heeft doorgevoerd. Over álles heeft hij nagedacht.” Zo gebruikten de slagwerkers voor ‘Luzifers Tanz’ aanvankelijk instrumenten van het conservatorium, maar dat klonk „bagger”, zegt Jonker. Toen hebben ze Stockhausens eigen instrumentarium gehuurd, „en opeens wordt het magisch. Tot het kleinste belletje heeft hij het uitgekiend.”

Dag 3: ‘Samenwerking en het openen van de ruimte’

In Stockhausens universum is woensdag de dag van samenwerking en verzoening tussen de drie protagonisten. Lucifer, de gevallen engel, gaat op zoek naar het licht. Daarom is het ook de dag waarop de muziek de ruimte in gaat. In ‘Orchester-Finalisten’ auditeren musici voor een hemelorkest. En in het ‘Helikopter-Streichquartett’ gaan vier strijkers letterlijk de lucht in: ze spelen in vier helikopters die in het luchtruim boven de Gashouder cirkelen. Sinds de wereldpremière op het Holland Festival van 1995 is dit uitgegroeid tot het beroemdste deel van LICHT, al geeft zelfs Kathinka Pasveer toe dat het muzikaal niet het interessantste is. Maar het blijft Stockhausen, met zijn onnavolgbare cocktail van waanzin en genie.

aus LICHT van Karlheinz Stockhausen Foto Michel Schnater

De vier studentes die samen het Pelargos Quartet vormen hebben hard op Stockhausens noten gestudeerd – met halve stokken, met het oog op de krappe cockpits. Om de uitvoeringssituatie te simuleren hebben ze in vier afzonderlijke lokalen gerepeteerd, alleen verbonden met oortjes. Maar vioolspelen in een helikopter is toch andere koek. Bovendien heeft een van hen vliegangst. Vanwege de logistiek is er maar één repetitiedag met helikopters mogelijk.

De uitvoering heeft de vorm van een reality-tv-show. Eerst wordt het in fleurige vogelkostuums gestoken Pelargos Quartet geïnterviewd, daarna rijden ze met golfkarretjes naar het opstijgveldje bij begraafplaats Sint Barbara. Renee Jonker vertelt dat ze daar een standbeeld van aartsengel Michael hebben ontdekt – dat moet wel een goed voorteken zijn. En niet het enige, zegt Jonker: toen hij de eerste keer naar Kürten reed voor overleg over aus LICHT vlogen er vier heli’s over de snelweg. „Ik heb er een foto van gemaakt. Ik dacht, dit gelooft niemand.”

Lees ook: Vijftien uur experimenteel theater: Stockhausens ‘aus LICHT’ moet je ondergaan

Op de grote schermen is in de Gashouder te volgen hoe de Pelargos-dames zich in hun heli’s laten snoeren en opstijgen. Door de glazen koepels zie je Amsterdam in de diepte liggen. De strijkerspartijen, met veel trillers, tremoli en glijers, mengen met het ritmische brommen van de rotorbladen. We zijn aanbeland in het Stockhausen-Walhalla.

Vijf makers over Stockhausen:

‘Voor Stockhausen had het leven zin als hij iedere dag iets nieuws kon leren’

Frans de Ruiter voormalig HF-directeur

„Stockhausen zag het bestaan als een voortdurende leerschool”, zegt Frans de Ruiter, die als Holland Festival-directeur (1977-1985) nauw met de componist samenwerkte. „Bestaande dingen vond hij totaal niet interessant. Het leven had alleen zin als hij iedere dag iets nieuws kon leren. In zijn dagboek Jahreskreis doet hij een mooie uitspraak. Als hij ooit op de maan zou lopen, zou hij totaal niet geïnteresseerd zijn in maanstenen. Hij zou er een appel willen vinden.”

In ‘Luzifers Abschied’ uit Samstag lijken Stockhausens maanappels verdacht veel op kokosnoten. De Ruiter herinnert zich levendig hoe het Händel Collegium Köln het deel in 1984 in première bracht in de Amsterdamse Oude Kerk. In de slotmaten smeten de koorleden de kokosnoten aan diggelen op het kerkplein in een douche van opspattende kokosmelk, onder luid gejoel van prostituees die in de aanpalende straten hun peeskamers hadden. De Ruiter: „Stockhausen was als een kind zo blij. Zoiets was volgens hem nog nooit vertoond in de geschiedenis van de opera.”

‘Stockhausens werk is enorm veeleisend’

Kathinka Pasveer muzikaal leider & weduwe

Kathinka Pasveer (1959) studeerde fluit toen ze in 1982 deelnam aan het Stockhausen-project van het Koninklijk Conservatorium. Toen ze de componist sprak in het Gemeentemuseum wist ze het zeker: „Maar jou ken ik toch!” Dat gevoel bleek wederzijds. Tot zijn dood in 2007 bleef Pasveer Stockhausens levenspartner en muze, en was ze nauw betrokken bij iedere repetitie en uitvoering van zijn werk. „Na zoveel jaar weet ik precies hoe hij het wilde.”

Voor aus LICHT begeleidde Pasveer de musici bij het instuderen van hun partijen. Van de zangers en de instrumentalisten tot de geluidstechnici. Twee jaar lang. Pasveer: „Stockhausens werk is enorm veeleisend. Hij componeerde niet alleen de noten tot in het kleinste detail, maar bedacht er een complete theatrale uitvoeringspraktijk omheen, met inbegrip van karakters, bewegingen en kostuums. Pas als dat allemaal klopt, kan dat magische moment ontstaan waarop één en één drie wordt. Ik zie het nu dagelijks gebeuren bij de masterstudenten. Op een gegeven moment worden ze die muziek.”

Pasveer was tevens nauw betrokken bij de selectie die uit de LICHT-cyclus werd gemaakt: „Ik denk dat we een coherent beeld hebben kunnen scheppen van wat Stockhausen voor ogen heeft gestaan. Alle uitersten van het LICHT-spectrum komen aan bod, van een bombastisch megablaasorkest en elektronische muziek tot prille jongenssopraantjes.”

Aanvankelijk was het de bedoeling om LICHT integraal op de planken te brengen. „Maar het budget bleek te klein en de voorbereidingstijd te kort”, zegt Pasveer. „Over die logistiek maakte Stockhausen zich niet bijster druk. Zijn ideeën stonden voorop. Hij kon zich ontzettend opwinden als bleek dat de aardse praktijk weer eens weerbarstig bleek. Hij zei altijd: ‘Na mijn dood kom ik hier niet meer terug. Dan ga ik componeren met sterren en planeten.’”

‘Zijn muziek is bij uitstek geschikt voor een publiek dat is opgegroeid met techno’

Renee Jonker curator & hoofd aus LICHT-master

Renee Jonker (1958) is het hoofd van de aus LICHT-master, die veertien studenten de kans bood zich grondig te verdiepen in het werk van Stockhausen. Dit onder het toeziend oog van specialisten als diens weduwen Kathinka Pasveer en Suzanne Stephens, en trompettist Marco Blaauw.

„De inzet van de master was om een nieuwe generatie Stockhausen-uitvoerders klaar te stomen”, zegt Jonker. „Daarin zijn we geslaagd. Er is nu een jonge club mensen die dit repertoire op het allerhoogste niveau beheerst. We hopen vurig op interesse van andere festivals zodat zij deze muziek kunnen blijven vertolken.”

Is het niet wat al te specialistisch, een hele master toegespitst op het werk van één componist? „In de praktijk is zo’n opleiding veel breder. Neem alleen al de trompettisten. Die hebben allemaal lessen barok- en jazztrompet gevolgd, omdat dat prachtig aansluit bij wat ze moeten kunnen voor aus LICHT. Bovendien maken de hoge theatrale eisen van deze productie je ontegenzeggelijk tot een rijker musicus.”

Jonker weet nog goed hoe de aus LICHT-trein vier jaar geleden aan het rollen kwam. Conservatoriumdirecteur Henk van der Meulen schoot hem aan in de wandelgangen: „Of we niet een keertje heel LICHT moesten doen. Ik moet hem heel meewarig hebben aangekeken.” Niettemin bleken het Holland Festival en de erven geïnteresseerd in het project.

Is Aus LICHT een highbrow productie voor die hard Stockhausen-fans? Niet volgens Jonker: „Stockhausen was een van de grondleggers van de elektronische muziek een had een grote invloed op The Beatles, Björk en Aphex Twin. Zijn muziek is bij uitstek geschikt om een breder publiek te bereiken dat is opgegroeid met experimentele rock en techno. Dat achterhaalde beeld van de totalitaire serialist moeten we echt een keer laten varen.”

‘Het decor is meer installatie dan een bühnebeeld’

Urs Schönebaum licht- en decorontwerper

Ja, dit is het grootste project waaraan hij ooit heeft gewerkt, knikt Urs Schönebaum (1971), de veelgevraagde licht- en decorontwerper die de Gashouder voor aus-LICHT omtovert tot Stockhausen-tempel.

„Ik wil het geheel een kader geven”, zegt Schönebaum. „Wat ik absoluut níet doe, is de verschillende scènes letterlijk interpreteren, anders wordt het totaal chaotisch en onsamenhangend. In zekere zin is het meer een installatie dan een bühnebeeld.”

Schönebaum heeft de enorme Gashouder-ruimte doorspannen met 880 meter aan lichtlijnen: 7 ‘orbits’, die verschillende kleuren kunnen aannemen. Alles in zijn plan is terug te voeren, heel stockhausiaans, op elementaire geometrische vormen en complementaire kleuren. Vier grote mobiele projectieschermen tonen videokunst van Chris Kondek, maar Schönebaum zet de schermen ook in als abstracte vormen, door kleurvlakken tegen de lichtende orbits te zetten.

Het ‘hoofdpodium’ dat Schönebaum heeft ontworpen is een reusachtig gevaarte van trappen en platforms, helemaal opgetrokken uit rechte lijnen en diagonalen. Renee Jonker wijst op de gelijkenis met „getrapte waterbronnen” zoals die in Rajasthan voorkomen. Erboven hangt een grote cirkel. Dit podium dient onder meer als Het Gezicht in ‘Luzifers Tanz’. Ertegenover ligt het kleinere ‘Michaels-podium’, dat ovaal van vorm is, „oogachtig”, aldus Schönebaum. Dan is er nog een derde bühne: de toeschouwersruimte, waar zich verschillende scènes zullen afspelen tussen het publiek.

„Weet je wat dat is?”, wijst een van de technici op een grote stalen sculptuur die gebruikt wordt in ‘Eva’s Lied’. „Een geboortekanaal. Daar komen ze straks allemaal uit. Het is een grote vagina.”

„Het is helemaal geen vagina”, zegt Schönebaum. „Het is wat je wilt dat het is. Ik noem het de Maansculptuur.”

‘Stockhausen moet over 500 jaar ook nog gespeeld worden’

Paul Jeukendrup klankregisseur

Vrijwel al Stockhausens muziek heeft een elektronische component, in de vorm van geluidsband of versterking van instrumenten. Zo zijn er in de Gashouder twintig luidsprekersystemen geïnstalleerd, zestien hoog aan de wanden en vier laag op de vloer. Paul Jeukendrup (1964) coördineert de klankregie van aus LICHT: „Stockhausens partituren bevatten gedetailleerde uitvoeringsaanwijzingen. Maar hoe het precies moet klinken, staat er niet in.” Voor dit cruciale aspect zijn de makers afhankelijk van mensen die nauw met hem hebben samengewerkt.

Jeukendrup was al bij vele Stockhausen-uitvoeringen betrokken, vaak in samenwerking met de componist, zoals bij de wereldpremière van het ‘Helikopter-Streichquartett’ op het Holland Festival 1995. Samen met muzikaal leider Pasveer heeft Jeukendrup vier studenten van de aus LICHT-master opgeleid om de klankregie te doen. Jeukendrup: „Stockhausen moet over vijfhonderd jaar ook nog gespeeld worden – én op de goede manier.”

Wat is een goed klankontwerp? „De muziek moet natuurlijk klinken”, zegt Jeukendrup. „Als je het goed doet, valt het niet op. De techniek is een middel om een muzikaal doel te bereiken.” Bij leven was Stockhausen zelf steevast degene die achter de knoppen zat. „Hij hoorde dingen die niemand hoorde. En hij wist precies welke klank hij zocht.”

De vier klankregisseurs zijn bepaald geen Stockhausen-groentjes. Zo volgde Juan Verdaguer al sinds 2000 de legendarische zomercursussen in Stockhausens woonplaats Kürten. Marko Uzunovski en Arne Bock doen het ‘Helikopter-Streichquartett’ – is dat geen nachtmerrie voor een klankregisseur? Bock: „We hebben alles uitgebreid getest. Helikopters maken nu minder geluid dan twintig jaar geleden, dus moesten we de microfoons anders positioneren om het beoogde effect te krijgen.”