‘Die vraag over aardgas spreekt hier aan’

Wouter Renkema doceert scheikunde op het Rudolph Pabus Cleveringa Lyceum in Appingedam. Zijn YouTube-video’s zijn populair onder leerlingen. Het havo-examen vond Renkema „goed te doen”.

‘Het examen vind ik goed te doen: er komen veel verschillende onderwerpen aan bod en het laat goed zien hoe scheikunde wordt toegepast. Ook qua tijd was het een prima examen. De helft van de leerlingen was ruim op tijd klaar, de andere helft kon de antwoorden nog even overkijken.

„Opgave 2 gaat over biogas als alternatief voor aardgas. Onze school staat in Appingedam, midden in het aardbevingsgebied. Dit onderwerp spreekt de leerlingen dus echt aan.

„Vraag 11 vind ik erg makkelijk. Daar wordt gevraagd naar de reactievergelijking van een verbranding. Het is een vraag op het niveau van de derde klas en de leerlingen hebben deze vergelijking vaak gebruikt. Ze kunnen zo drie punten verdienen, die zijn makkelijk binnen.

„Bij de opgave over het verkrijgen van grondstoffen uit spaarlampen moeten de leerlingen juist heel veel informatie verwerken. Deze opgave bestaat uit drie pagina’s tekst en er wordt een nieuw begrip geïntroduceerd: ‘ionische vloeistof’. Als scheikundige denk ik: ‘leuke vraag’. Maar de leerlingen vinden het niet zo leuk om zoveel informatie te moeten combineren.

„Ter voorbereiding op het examen moesten de leerlingen veel zelf oefenen. Ik maak ook filmpjes waarin ik opdrachten uit vorige examens stap voor stap uitleg. Een paar jaar geleden kreeg ik vaak mailtjes van leerlingen: „Ik snap vraag 17 niet.” Nu kan ik een linkje terugsturen, heel makkelijk. Het lastige is wel dat leerlingen moeten beseffen dat een filmpje kijken niet genoeg is: ze moeten zelf opdrachten maken.

„De meeste leerlingen waren volgens mij goed voorbereid. Hoewel er natuurlijk altijd een aantal zijn die laat beginnen. Het aantal kijkers op mijn YouTube-kanaal schoot maandag en dinsdag omhoog.

„Met scheikunde hoop ik leerlingen een oplossingsgerichte manier van denken bij te brengen. De meesten gaan niet in de scheikunde verder, maar aan die denkwijze hebben ze veel.”