Opinie

    • Paul Scheffer

De democratische malaise in het stemhokje

Paul Scheffer

Het was 2014, een paar dagen na de verkiezingen voor het Europees Parlement. Ik herinner me nog goed het commentaar van een eurocommissaris op de uitslag: „While thirty percent makes the noise, seventy percent continues to make the laws.” De ketelmuziek van eurosceptische partijen kon haar niet verontrusten, want er was een ruime meerderheid voor meer integratie.

Vijf jaar later zijn de verhoudingen iets verschoven, maar niet zoveel. De meest recente peilingen gaan ervan uit dat de eurogezinde partijen zo’n 465 zetels krijgen, terwijl de eurosceptische partijen uitkomen op ongeveer 255 zetels. Dat is dus ongeveer tweederde versus eenderde van het electoraat; nog steeds een duidelijke meerderheid.

Toch had deze zelfverzekerde eurocommissaris meer oog moeten hebben voor het onbehagen. Haar woorden riepen bij mij in ieder geval een vraag op, ruim voor de Brexit of de Italiaanse verkiezingen: waarom zijn we er zo zeker van dat in de komende jaren die dertig procent in sommige landen geen veertig of vijftig procent kan worden?

Wie voorbij het gemiddelde van dertig procent kijkt ziet dat de Europese Unie afbrokkelt. Dat begint aan de randen: in Polen en Hongarije neemt de vervreemding toe, in het Zuiden loopt Italië voorop met een groeiende weerzin. De Scandinavische landen hebben zich al nooit werkelijk betrokken gevoeld en in het Westen dreigt het Verenigd Koninkrijk te vertrekken.

Recent onderzoek van de European Council on Foreign Relations toont dat een meerderheid van de Europese burgers het uiteenvallen van de Unie binnen tien tot twintig jaar ziet als „een reële mogelijkheid”. Mark Leonard, de directeur van de denktank, spreekt van een „paradox in het hart van het Europese project”. „De steun voor het EU-lidmaatschap is nog nooit zo groot geweest sinds 1983 en toch vreest een meerderheid de ineenstorting van de Unie.”

Dat heeft alles te maken met een andere vraag die bij me opkwam: waar staat die meerderheid van zeventig procent eigenlijk voor? Zelfs een partij als D66 – uitgesproken voorstander van een Europa naar het evenbeeld van de Verenigde Staten – schept verwarring. Lijsttrekker Sophie in ’t Veld zei tegen de Volkskrant: „We willen de natiestaat niet opheffen en dat gaat ook nooit gebeuren.” Hoe zit het nu: een Europese federatie kent toch geen nationale staten?

Mijn gevoel van malaise aan de vooravond van de verkiezingen heeft met deze onduidelijkheid te maken: waar stemmen we voor als we op één van de middenpartijen stemmen? Ruwweg voor meer Europa, dat is wel duidelijk, maar hoever gaat dat ‘meer’? Houdt de soevereiniteitsoverdracht ergens op? De gematigde kiezer die de Unie niet kapot wil stemmen krijgt geen houvast.

Toen ons parlement zich onlangs uitspraak tegen het idee van een ever closer union, was dat een belangrijk signaal. Het idee van steeds verdergaande eenwording vraagt om een weerwoord. De Europese Unie kan niet zonder de legitimiteit van nationale parlementen en regeringen. Toch slagen we er niet in om een stabiele weg te vinden tussen een terugval in nationalisme en de sprong voorwaarts naar federalisme.

Dat zorgt voor meer en meer onzekerheid. Toen ik terugdacht aan het betoog over het „lawaai” van de dertig procent kwam nog een andere vraag op: is de democratie er niet juist voor zulke weerbarstige minderheden? Al komen de eurosceptische partijen van rechts en links niet verder dan eenderde van de stemmen, dan zijn toch betere antwoorden mogelijk op hun kritiek?

Er staat veel op het spel. In een mooie reportage in de Volkskrant over de Franse havenstad Le Havre zegt een kiezer: „Een stem op Le Pen is een stem op onzekerheid. We hebben geen idee wat er gebeurt als we haar de sleutels van het Élysée overhandigen. Maar er komt een moment dat de Fransen de gok gaan wagen.”

Dat is inderdaad een gok, want de meeste partijen die zich tegen de eenwording keren zijn ook al niet erg helder. Zo zegt Derk Jan Eppink van Forum voor Democratie over een eventuele Nexit: „Niet morgen, dat kan ook niet, want het referendum is net afgeschaft. De keuze is uiteindelijk aan de bevolking.” We zoeken tevergeefs: is een stem voor FVD nu een stem voor de Nexit of niet? Hoever gaat dat ‘minder’ Europa dan?

We hebben vooral bezwerende woorden gehoord. De kiezers krijgen er geen greep op. We zien nu de gevolgen van een integratie zonder oriëntatie. Mogen we horen hoe deze Unie van bijna dertig landen er uit zou moeten zien? Ik ga morgen weer naar het stemhokje maar begrijp wel waarom een meerderheid die voorstander van de Europese Unie is tegelijk vreest voor het uiteenvallen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.