Brussel boeit de student niet zo

Leiden Terwijl Europees beleid de universiteit stevig verandert, houden Nederlandse studenten op de universiteit zich afzijdig. Alleen de EU-student mengt zich graag in het academische debat.

Thijs Langevoort van de pro-Europese partij Volt eet pizza in zijn studentenhuis aan de Hooigracht en gaat weer flyeren. Foto Taco van der Eb
Thijs Langevoort van de pro-Europese partij Volt eet pizza in zijn studentenhuis aan de Hooigracht en gaat weer flyeren. Foto Taco van der Eb

Als hij in zijn politieke podcasts of filmpjes aandacht besteedt aan Europa, zegt Jan Willem Wesselink (21), weet hij vooraf één ding zeker: híer zappen de kijkers en luisteraars weg. Hij bedient een jong publiek, vaak net als hij nog studerend, met veel politieke belangstelling. Maar ook aan die interesse zitten grenzen. „Je kunt het zien, tot op de seconde. Noem Brussel of Straatsburg en je verliest direct publiek. Te droog, te academisch.”

Toen Dylan Ahern (25) met een groep vrienden besloot een Europese politieke roadshow te organiseren, waren studieverenigingen meteen enthousiast. „Die zeiden tegen ons: wij zijn te veel een discotheek geworden.”

Thijs Langevoort (19) wilde het ook wel proberen, zijn leeftijdgenoten politiek enthousiast maken voor Europa. Op campagne voor Volt, dat als eerste partij in de hele EU met hetzelfde programma meedoet, brengt hij de dagen voor de verkiezingen flyerend in Leiden door. „Maar uiteindelijk is het toch niet iets waarin studenten zich echt mengen. Luiheid, misschien is dat het wel.”

Als de Europese toekomst zoals de Europese Commissie die het liefst ziet een gezicht heeft, is het de student: internationaal van geest, meertalig, bereisd met dank aan een Erasmusbeurs. Geen andere groep die zich zo positief uitlaat over de EU – en geen andere groep die zo massaal wegblijft bij verkiezingen.

De Commissie steekt miljoenen in campagnes om jongeren naar de stembus te trekken, maar echt vlotten wil het niet. Bij de verkiezingen in 2014 ging 18 procent van de jongeren in Nederland stemmen, nog niet de helft van het landelijke opkomstpercentage.

Bij studenten ligt de opkomst hoger, maar ook die laat weinig heel van het beeld van de student als uithangbordje van Europese idealen. „Deze verkiezingen zouden belangrijker worden dan de Provinciale Statenverkiezingen, dachten we”, zegt Ahern. „Maar het kostte het ons grote moeite om de zalen vol te krijgen.

Zijn jaarclub bij studievereniging Augustinus is politiek tot op het bot, zegt Langevoort. Alleen Europa, dat komt er in zijn gesprekken met vrienden eigenlijk niet in. „Dat is toch te technisch.”

Politisering

Het is niet dat de invloed van Europa op het studentenleven beperkt is. Genoeg om je druk over te maken, als je het Wesselink vraagt. Verengelsing van de universiteit: ingegeven door de internationalisering en concurrentie met andere Europese universiteiten. Bulkende collegezalen: niet los te zien van de toestroom van studenten uit andere EU-landen die hier tegen Nederlandse tarieven kunnen studeren, een door Europese lidstaten onderling afgesproken garantie.

Je ziet het ook, merkt Wesselink, in de studentencultuur. Die verandert, zeker op de Haagse campus waar de Universiteit Leiden zijn nieuwste studieprogramma’s optuigt. „In Den Haag zie je nu dat er studies zijn waar het merendeel uit internationale studenten bestaat. Dat zie je meteen terug in de studieverenigingen. Minder binding. Veel van die studenten komen echt alleen om hard te studeren.”

Maar als hij Europese kandidaten op een verkiezingsevenement in de Marekerk over dat onderwerp wil laten debatteren, laten ze het liggen. Beginnen ze liever weer over hun eigen Erasmus-ervaringen.

Niet dat studenten zelf wél die link met Europa leggen. Die richten hun klachten aan de universiteitsraad en aan Carel Stolker, de rector magnificus van de Leidse universiteit, niet op Europees beleid. „Dat staat dan zo ver van je af dat het moeilijk is boos te worden op de EU, en makkelijker om af te geven op Carel Stolker. We worden wel boos op de Tweede Kamer om het leenstelsel, maar in Europa lukt dat blijkbaar niet.”

Politiek is de universiteit wel – altijd geweest en des te meer in tijden waarin academie en politiek elkaar de maat nemen. Beschuldigingen van linkse indoctrinatie in het leslokaal, de politisering van de klimaatwetenschap, bezuinigingen op het hoger onderwijs: materiaal is er genoeg.

Maar anders dan in de Amerikaanse campuscultuur spelen de studenten in de Nederlandse polemiek op de universiteit een marginale rol. Worden ze politiek actief, dan richt het merendeel zich amper op de eigen universiteit. Waar gastoptredens van academici de afgelopen maanden voor ophef zorgden – Paul Cliteur in Groningen, Jordan Peterson op de Universiteit van Amsterdam – werd het verzet steevast geleid door docenten, niet door studenten.

Als studenten zich wél in het debat mengen, doen ze dat vooral buiten de collegezaal. „Politieke partijen die op de universiteit actief zijn? Dat lijkt me een beetje gek”, aldus Cliteur, die vanaf komende maand voor Forum voor Democratie in de Eerste Kamer plaatsneemt. „Dat wordt ook wel ontmoedigd.”

Erasmusgeneratie

Het neemt niet weg dat Forum goed boert op de universiteit, zeker in Cliteurs Leiden. De JFVD, de jongerenorganisatie van de partij, groeide in een aantal jaar uit tot een van de grootsten onder de politieke jongerenorganisaties. Het aantal leden ligt rond de vierduizend.

Ook Volt, dat zich met een pro-Europees verhaal lijnrecht tegenover Forum opstelt, spreekt bij uitstek jongeren en studenten aan, merkt Thijs Langevoort. Het leeuwendeel van de 1.000 à 1.500 leden is jong en vaak student.

Maar als één groep het politieke debat wél naar de arena van de universiteit wil halen, zegt Langevoort, zijn het uitgerekend de buitenlandse EU-studenten die hun heil in Nederland zoeken. „Die zijn veel progressiever, veel kosmopolitischer en activistischer. Die voeren actie als ze het oneens zijn en stappen naar het bestuur als het moet.” Een docent die de invloed van het individu in de economie – op verkiezingen en het milieu – marginaliseerde, werd om excuses gevraagd.

Tot een echte grensoverschrijdende uitwisseling van ideeën leidt dat activisme niet snel, ziet Langevoort. „De Leidse studenten laten die groep niet zo makkelijk in hun comfortzone toe. Als ze een huisgenoot zoeken, komt een international er niet in.”

„Eigenlijk is die Erasmusgeneratie helemaal geen generatie”, zegt Wesselink. „Het is een deel, een klein deel, dat veel met de EU te maken heeft. De rest ziet dat niet. Die ziet iets groots en ongrijpbaars.”