Recensie

Recensie Media

De VR-bril zoals die bedoeld is, maar waar blijven de games?

VR-bril Virtueel een vakantieadresje verkennen was nog nooit zo levensecht. Daarin troeft de Oculus Quest de concurrentie af. Maar waar blijven de betere 3D-games?

Superhot VR, een game voor Oculus Quest.
Superhot VR, een game voor Oculus Quest.
    • Reinier Kist

Al een paar jaar staat virtual reality (VR) op het punt door te breken naar het grote publiek. VR-brillen, die gebruikers onder dompelen in levensechte digitale werelden, worden goedkoper en de beeldkwaliteit scherper. Het voorlopige hoogtepunt van die ontwikkeling: de deze week gelanceerde Oculus Quest (449 euro).

Messcherpe VR was nog maar een paar jaar geleden onbetaalbaar voor gewone stervelingen met een gelimiteerd entertainment-budget. Een snelle computer en dure bril vroegen al snel om een investering van 2.000 euro. De Playstation VR bood eind 2016 al een betere deal: iets minder dan 600 euro voor de console en bril van redelijke kwaliteit. De echte doorbraak kwam met de Oculus Go, gelanceerd in juni 2018: haarscherpe, toegankelijke VR voor de zachte prijs van 230 euro.

De Quest overtreft zijn goedkopere voorganger op elk vlak. De toch al indrukwekkende beeldkwaliteit, processorkracht en batterijduur van de Go zijn verbeterd. Daarbij is de Quest in tegenstelling tot de Go uitgerust met bewegingssensoren. Die maken het mogelijk om elke beweging die je maakt in VR te volgen, waardoor je met je lichaam door een virtuele ruimte kunt bewegen. Duurdere brillen als de Oculus Rift en HTC Vive werken al langer met zulke sensoren. De sensoren maken de Quest heel geschikt voor gamen, aangezien duik-spring-dans-en-schietgames een steeds dominantere positie innemen in het VR-aanbod. Wie een bril zoekt voor VR-films, journalistieke VR-producties en sociale VR-apps heeft aan de Go nog steeds de beste deal.

Lees ook: Oculus Go verplettert andere VR-brillen

De Quest verslaat ook zijn duurdere concurrenten op bijna elk vlak. Zo is daar: het gebruiksgemak. Terwijl de Oculus Rift, HTC Vive en PlayStation VR nog met dikke draden aan een computer of console zijn verbonden, werkt de Quest helemaal draadloos. Het is een bevrijding. De illusie die VR probeert op te wekken – de gebruiker verplaatsen naar een andere ruimte – is een stuk geloofwaardiger als er geen draad aan je hoofd trekt.

Met een resolutie van 1.440 bij 1.600 pixels per oog biedt de Quest een scherper beeld dan zijn duurdere concurrenten. De zogeheten verversingssnelheid is met 72Hz lager dan de 90Hz van de Oculus Rift, maar daar is in de praktijk weinig van te merken.

Duurdere concurrenten maken bovendien nog gebruik van externe sensoren voor het volgen van je bewegingen. Het is een heel gedoe die in je kamer neer te zetten. De technici van Oculus, een dochterbedrijf van Facebook, zijn erin geslaagd de sensoren van de Quest in de bril zelf te plaatsen. Deze extrapoleren de positie van de gebruiker in de ruimte, houden tegelijk obstakels in de gaten én volgen de twee controllers (voor elke hand één) die bij de Quest worden meegeleverd.

De illusie die VR opwekt is zonder draad een stuk geloofwaardiger

Alles aan de Quest voelt intuïtief en soepel. Na het opstarten vraagt de bril de grenzen van de ruimte waarin je wil rondlopen aan te geven. Daarna kun je meteen virtuele ruimtes induiken. Heel indrukwekkend (en potentieel levensreddend): zo gauw je de zelf aangegeven virtuele grens nadert toont de bril de ruimte om je heen in zwart-wit om te voorkomen dat je over een stoel of tafel struikelt. Je kunt deze stap ook overslaan en de Quest zittend of stilstaand gebruiken.

Dat Oculus alle hardware in de Quest zelf heeft weten te proppen heeft een nadeel: de bril is zwaar. Meteen na het opzetten merk je al dat er een halve kilo op je achterhoofd, voorhoofd en jukbeenderen rust. Na een tijdje wordt dat gewicht vervelend.

NRC probeerde onder meer Space Pirate Trainer en Superhot VR, titels die al enige tijd op andere platforms te spelen zijn. Het zijn beide bloedstollende schietgames die van de speler een hoop tactiek, lenigheid en scherpschutterskunst vragen. Ze spelen op de Quest minstens zo soepel en scherp als op de duurste VR-systemen. Mooi is de app Wander die je via Google Maps transporteert naar een VR-versie van elke door Google gefotografeerde locatie op aarde. Even een vakantie-adresje verkennen was nog nooit zo makkelijk en levensecht. Beat Saber is een hype onder VR-gamers: je moet op het juiste moment met twee lichtgevende stokken blokken die op je afkomen in tweeën hakken. Dat gaat, eerlijk gezegd, snel vervelen.

Tussen deze aardige apps is er ook een hoop rotzooi te vinden in de Oculus Store. Het toont de achilleshiel van de VR-industrie: het aantal geweldige games is nog dungezaaid. En dat maakt de aankoop van een Quest problematisch. Voor honderd euro minder koop je een gameconsole waarvoor ontwikkelaars écht goede games maken – in 2D, dat dan weer wel. Dat gegeven maakt van de Quest meer een aankoop voor mensen die op entertainmentvlak alles al gezien hebben én bereid zijn vierhonderdvijftig euro neer te tellen voor een echt goede, soepele VR-ervaring. Het blijft wachten op de ‘gamechanger’ die VR uit zijn niche naar de mainstream tilt.